Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

‘Sterke partijvoorzitters, zwakke partijleiders

Partijvoorzitters zijn net zo sterk als partijleiders zwak zijn. ‘Het zijn vaak communicerende vaten’, legt Gerrit Voerman uit. Voerman is partijkenner en directeur van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen van de Rijksuniversiteit van Groningen. ‘Als de partijleider – meestal de fractievoorzitter in de Tweede Kamer of de minister-president – z’n werk naar ieders bevrediging doet, is de partijvoorzitter gedwongen een rol in de schaduw te spelen. Maar zodra het partijleiderschap onderwerp van discussie wordt, blijkt de partijvoorzitter over goede papieren te beschikken om het vacuüm op te vullen.’

Voerman ziet deze theorie bevestigd in wat zich momenteel afspeelt binnen partijen als het CDA en de PvdA, de voormalige volkspartijen die nu in een diepe crisis verkeren. Al voor het ‘terugtreden’ van Maxime Verhagen een paar weken geleden speelde Ruth Peetman  als partijvoorzitter een gezichtsbepalende rol, analyseert hij. En bij de PvdA lijkt Hans Spekman het steeds groter wordende vacuüm rond Job Cohen op te vullen. Eerder deed Yvo Opstelten als partijvoorzitter van de VVD belangrijk werk ten tijde van het kwakkelende leiderschap van Mark Rutte, die het toen in de peilingen niet goed deed en de grootste moeite had met het eigenzinnige optreden van Rita Verdonk.

De politieke opwaardering van het partijvoorzitterschap is in Nederland dus afhankelijk van de omstandigheden. Anders dan in België hebben de voorzitters nooit structureel een vooraanstaande rol gespeeld. Ze waren er vooral, zo heette het aan het Binnenhof,  ‘om de contributie op tijd te innen’.

De introductie van de directe verkiezingen van partijvoorzitters in het afgelopen decennium hebben volgens de Groningse partijkenner potentieel een substantiële positieversterking opgeleverd. Dat ze de steun van de meerderheid van de leden achter zich gekregen hebben, verschaft ze in principe een eigen machtsbasis, alhoewel het van de persoon van de voorzitter afhangt of die daar in tijden van crisis gebruik van maakt. Zo’n direct mandaat kan hen tot een factor van belang maken ten tijde van kwakkelend partijleiderschap’, zegt Voerman.

Den Haag/Groningen, januari 2012