Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Achterlopende aandacht voor Europa in Nederlandse verkiezingsprogramma’s

Door H.M.H. van Dorp, masterstudent Rijksuniversiteit Groningen en dr. A.G. Harryvan, docent aan de opleiding Internationale Betrekkingen en Internationale Organisatie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Myriam van Dorp is inmiddels werkzaam bij PDC.

Misschien dat Europa eindelijk een belangrijke rol gaat spelen bij de verkiezingen. Afgaande op de verkiezingsprogramma’s van de politieke partijen in Nederland was dit de afgelopen jaren niet het geval. Dat is opvallend, want Europese aangelegenheden spelen een steeds grotere rol in de nationale politiek.

Vanaf de jaren tachtig nam de aandacht voor Europese onderwerpen in de verkiezingsprogramma’s steeds meer toe. Maar vanaf eind jaren negentig is er geen stijgende lijn meer te herkennen en blijft de aandacht voor Europese aangelegenheden in de programma’s ongeveer gelijk. Als Europa sinds de jaren negentig belangrijker wordt in de nationale politiek, is dit niet terug te zien in de programma’s van de politieke partijen in Nederland. Politieke partijen zien Europa kennelijk niet als een onderwerp waarmee electorale winst mee valt te behalen.

Uit de verkiezingsprogramma’s die vanaf 1981 onderzocht zijn, blijkt dat onder politieke partijen verdeeldheid was over de Europese Unie. In totaal zijn 103 verkiezingsprogramma’s van 21 politieke partijen geanalyseerd. Negen politieke partijen (58 programma’s) hebben een programma gepresenteerd wat voornamelijk gericht was op verdere Europese samenwerking en integratie. Het gaat hier bovenal om de grote middenpartijen: CDA, PvdA, VVD, D66 en Groen Links. Maar er zijn ook negen partijen (21 programma’s) geweest die voornamelijk tegen Europese integratie waren. Sommige partijen werden gedurende de jaren positiever ten aanzien van Europese integratie. Zo toonde Groen Links zich vanaf het midden van de jaren negentig een stuk enthousiaster over Europa dan haar voorgangers PSP en CPN ervoor in de jaren tachtig. Ook de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) is gedurende de jaren positiever geworden ten aanzien van de Europese Unie. Zelfs de Socialistische Partij (SP) legde in 2010 een overwegend positief verkiezingsprogramma voor aan de kiezers. Er werden toen voornamelijk voorstellen gedaan voor meer Europese samenwerking op het gebied van asiel en immigratie, criminaliteit, problemen in de bankensector, vliegverkeer en andere grensoverschrijdende problemen.

 

Figuur 1a: Analyse verkiezingsprogramma's Nederland: aandactsindicator

Analyse verkiezingsprogramma's Nederland

Verkiezingsprogramma’s zijn een middel voor politieke partijen om het electoraat duidelijk te maken welke visie zij voorstaan en wat de standpunten zijn ten aanzien van verschillende thema’s. Deze programma’s zijn onderzocht met behulp van de inhoudsanalysemethode voor publieke verklaringen van Voorhoeve.[1] Uiteindelijk kon aan elk programma een score worden toegevoegd. Deze score geeft aan hoeveel aandacht er werd besteed aan Europese onderwerpen. Als een score in het groen is weergegeven, betekent dit dat het programma overwegend positief over Europa was. Een overwegend negatief programma ten aanzien van Europese samenwerking en integratie is te herkennen aan de rode score en als de inhoud zowel positief als negatief was, is de score zwart weergegeven.

 

Figuur 1b: Analyse verkiezingsprogramma's Nederland - aandachtsindicator

: Analyse verkiezingsprogramma's Nederland - aandachtsindicator

De aandacht voor Europa in de verkiezingsprogramma’s nam in de beginjaren toe, al was de aandacht in 1981 niet erg groot. In figuur 1 is het verloop van de aandacht voor Europese onderwerpen per politieke partij weergegeven. 1994 was een bijzonder verkiezingsjaar, want toen vonden de eerste verkiezingen na het Verdrag van Maastricht plaats. Opvallend was dat sommige partijen meer aandacht besteedden aan Europese onderwerpen dan bij voorgaande verkiezingen, maar andere juist minder. Ook waren sommige partijen positiever over Europese integratie dan een verkiezingsjaar eerder, zoals de SGP en het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV). In een enkel geval gingen partijen uitvoering in op de gevolgen van het Verdrag van Maastricht, zie bijvoorbeeld het verkiezingsprogramma van GroenLinks. Dit was opvallend, want andere verdragen werden amper behandeld in de verkiezingsprogramma’s. Tot 1994 was er over het algemeen een stijgende lijn te herkennen in de hoeveelheid aandacht voor Europa in de programma’s. Maar vanaf 1998 veranderde dit. De gemiddelde score voor alle verkiezingsprogramma’s werd toen beduidend minder. Waar de aandacht vanaf 1981 sterk toenam, was er zo vanaf 1998 een breuk te zien. De gemiddelde aandacht voor Europese onderwerpen in de verkiezingsprogramma’s stagneerde sedertdien. Europa werd door politici electoraal minder belangrijk gevonden.

 

Veriezingsjaar

1981

1986

1989

1994

1998

2002

2006

2010

Score

10,70

15,46

23,05

24,58

18,50

22,63

20,09

20,69

De afgelopen jaren kreeg Europa geen prominente plaats in de verkiezingsprogramma’s en over het algemeen kwamen Europese onderwerpen pas in het laatste deel van de programma’s aan bod. In de programma’s wordt weinig uitleg gegeven over de werking van de Europese Unie en over bijvoorbeeld de gevolgen van Europese verdragen.[2] Politieke partijen in Nederland zouden zich met betrekking tot Europa voornamelijk richten op twee thema’s: immigratie (denk aan de angst voor de Poolse loodgieter) en de kosten van de EU als gevolg van het Nederlandse netto-betalerschap. In de verkiezingsprogramma’s kwam dit evenwel maar in beperkte mate  naar voren. Voorts kan worden vastgesteld dat in de programma’s weinig aandacht werd besteed aan een visie over de richting van het Europese integratieproces.[3]

Als er alleen naar de verkiezingsprogramma’s wordt gekeken, lijkt Europa juist minder belangrijk te worden in de nationale politiek. Althans, Europa lijkt geen onderwerp waarmee politici kiezers willen trekken. Als een onderwerp meer aandacht krijgt in de verkiezingsprogramma’s, is dit een teken dat het desbetreffende thema meer gepolitiseerd raakt. Politici zullen proberen zich van elkaar te onderscheiden en de aandacht voor Europa in de programma’s zal in dat geval toenemen ten opzichte van de jaren ervoor. Bij de politieke partijen in Nederland heeft dit echter niet plaatsgevonden. Vanaf eind jaren negentig is de aandacht voor Europese onderwerpen in de programma’s niet toegenomen, wat erop kan duiden dat de politisering van Europa (nog) niet heeft ingezet. Wellicht dat dit bij de komende verkiezingen zal veranderen, nu de EU-crises steeds meer invloed hebben op de nationale politiek en nationale politici steeds meer met dwingende vragen van kiezers over Europese aangelegenheden geconfronteerd worden.

Wordt vervolgd…

Deze bijdrage verscheen in 'De Hofvijver' nr. 16 d.d. 29 mei 2012.


[1] Joris Voorhoeve, Peace, Profits and Principles; a study of Dutch Foreign Policy, (Den Haag, 1979).  Voorhoeve heeft deze methode ontwikkeld voor de analyse van troonredes.

[2] In de verkiezingsprogramma’s van Belgische politieke partijen komt dit veel meer aan bod.

[3] Wederom kwam dit in de verkiezingsprogramma’s van politieke partijen in België veel meer aan bod. Ook gaven deze partijen meer uitleg over de standpunten die zij ten aanzien van Europese integratie innamen en werd er meer verantwoording afgelegd over het gevoerde beleid van de afgelopen jaren.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 29 mei 2012.