Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Overschatting van verkiezingsprogramma's

Verkiezingsprogramma's worden steeds dikker, maar raken ook steeds sneller verouderd. Daarom pleit Gerrit Voerman (Documentatiecentrum voor Nederlandse Politieke Partijen) voor omvorming tot 'richtingwijzers'. 'Aan zo'n algemene plaatsbepaling heb je als kiezer veel meer'.

‘Verkiezingsprogramma’s suggereren nog steeds veel te veel dat ‘Den Haag’ een dikke vinger in de pap heeft. Alsof de overheid nog steeds de cockpit is van waaruit een land als Nederland wordt bestuurd, alsof de samenleving niet veel te ingewikkeld is geworden, alsof er niet veel macht verplaatst is – naar lagere overheden, naar zelfstandige bestuursorganen, naar Europa.’

‘Partijenkenner’ Gerrit Voerman, directeur van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen in Groningen, signaleert een ‘paradoxale ontwikkeling’, zoals hij het noemt: ‘Partijprogramma’s hebben de neiging steeds dikker, steeds langer en steeds gedetailleerder te worden. Maar tegelijkertijd neemt de houdbaarheid van die programma’s af. Er is zo veel maatschappelijke dynamiek, dat veel van die verkiezingsbeloften en andere voornemens steeds sneller verouderen.’

Sinds de val van het kabinet-Rutte/Verhagen hebben alle politieke partijen zich met overgave gestort op wat sinds jaar en dag een vast politiek ritueel is geworden: het maken van nieuwe verkiezingsprogramma’s. Wat aanvankelijk meestal niet meer dan ‘enkele A4 tjes’ waren is gaandeweg uitgedijd tot ‘complete boekwerken’, vaak afgesloten met indrukwekkende financiële becijferingen.

Voerman doet er niet achteloos over. ‘Partijprogramma’s zijn beslist nuttig’, zegt hij. ‘Je kunt er de plaatsbepaling van een partij aan aflezen: in regering, in de Tweede Kamer en binnen het electoraat. Het is bedoeld om kiezers te winnen. Het is leidend voor het parlementaire werk. En het bepaalt ook de inbreng van een partij bij de kabinetsformatie.’

In de loop der jaren - zeker na de Tweede Wereldoorlog - zijn programma’s steeds omvangrijker geworden, analyseert Voerman. ‘Je kunt er aan aflezen dat de overheid zich met steeds meer zaken is gaan bemoeien. Politieke partijen moeten over steeds meer en steeds ingewikkelder kwesties een standpunt bepalen. Wat ook meespeelt, is dat partijen steeds complexere organisaties zijn geworden. Achter de gevel van het partijbureau gaat meestal een netwerk aan commissies, netwerken en aanverwante organisaties schuil. Er zijn wetenschappelijke bureaus die complete studies doen. Over de hele linie komt er input vanuit de partij.’

Maar die uitgebalanceerde programma’s-met-voor-iedereen-wat-wils verliezen aan betekenis, signaleert Veerman. ‘Het is al lang niet meer zo dat je de werkelijkheid kunt vastleggen in een programma. Het verandert allemaal zo snel dat wat vandaag nog geldt morgen al weer verouderd kan zijn. Steeds vaker zie je dat programma’s worden ingehaald door de werkelijkheid.’

‘Kijk’, voert hij er als illustratie, ‘naar recente verkiezingsprogramma’s. Geen woord over de kredietcrisis in 2006. Geen woord over het steunfonds in 2010. En wat toen nog als keiharde verkiezingsbelofte werd gepresenteerd – denk aan de AOW, denk aan de hypotheekrente – is onder die druk vloeibaar gebleken.’

Dat is voor Gerrit Voerman geen reden om politieke programma’s overbodig of irrelevant te verklaren. ‘Integendeel: het zijn heel belangrijke richtwijzers’, zegt hij. ‘Ze geven aan waar een partij staat, welke richting men op wil, hoe men tegen zaken aankijkt. Voor of tegen Europa, meer of minder uitgaven, belastingverlaging of niet? Aan zo’n algemene lijn - daar heb je als kiezer wat aan als je je stem uitbrengt Je weet welke kant de partij van jouw keuze op gaat en daar kun je ze aan houden. Ook als er onverwachte dingen gebeuren.’

Verantwoording achteraf zal volgens Voerman belangrijker worden dan partijprogramma’s vooraf. ‘Juist omdat programma’s steeds sneller verouderen, hun betekenis inboet en hun houdbaarheid afneemt, zullen partijen vele meer de boer op moeten om uit te leggen wat ze hebben gedaan – en waarom. Dat vereist een ander soort programma, een programma dat veel meer de algemene richting aangeeft dan zich in details te verliezen.’

Vandaar Voermans advies aan politieke partijen: ‘Beperk je programma’s tot hoofdlijnen, tot zaken die er echt toe doen, tot lijnen die kiezers nodig hebben om een keus te kunnen maken – programma’s die ook nog eens die tot steun en steun zijn bij onverwachte ontwikkelingen.’

Deze bijdrage verscheen in 'De Hofvijver' nr. 16 d.d 29 mei 2012