Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Europa: eindelijk een verkiezingsthema?

Geen krant of er staat wel iets over Europa in. Zet radio of televisie aan en journalisten en politici discussiëren over de euro, Europese integratie of overdracht van soevereiniteit aan Brussel. Dankzij de eurocrisis staat Europa veel meer in de belangstelling dan een paar jaar geleden. Is dat terug te vinden in de verkiezingsprogramma’s? Myriam van Dorp en Jurjen Hoekstra analyseerden kwantitatief en kwalitatief de verkiezingsprogramma’s 2012.

Europa speelt in de verkiezingsprogramma’s van 2012 duidelijk een grotere rol dan in voorgaande verkiezingsjaren. Bij alle partijen is de aandacht voor Europese onderwerpen toegenomen. Sommige partijen laten een aanzienlijke toename zien, terwijl bij anderen de aandacht in mindere mate is gestegen.

Ook inhoudelijk heeft de Europese Unie zijn invloed gehad op de verkiezingsprogramma’s. De schuldencrisis is duidelijk te herkennen in de programma’s; alle partijen, behalve de PVV, willen bijvoorbeeld sterker Europees toezicht op de bancaire sector. Als het gaat om de houding ten opzichte van (verdere) Europese integratie zijn ChristenUnie en SGP kritischer geworden, voornamelijk over de monetaire samenwerking.

De Europese schuldencrisis drukt haar stempel op de programma’s van alle partijen, ook op de partijen die kritischer zijn over Europese integratie. Alle partijen, met uitzondering van de PVV, willen bijvoorbeeld een sterker Europees toezicht op de bancaire sector, ook de SP en ChristenUnie. De partijen kiezen liever voor een stap vooruit om zo weeffouten in de Euro te herstellen, dan dat zij het kind met het badwater weggooien. De SP ziet voorts een grote rol voor de Europese Unie in het beteugelen van de economische crisis waarin Europa verkeert. Zo wil de partij Europese coördinatie van het economisch beleid om zo uit de crisis te komen, waarbij de Noord-Europese (rijkere) landen samen de Europese groei stimuleren. Ook wil de SP (al langer) een Europese ondergrens voor het minimumloon. De SP is hiermee iets positiever geworden over Europese integratie, aangezien de partij verdere integratie nu op bepaalde onderdelen als wenselijk beschouwd. Bij de programma’s springen D66 aan de ene kant van het spectrum en de PVV aan de andere kant van het spectrum eruit. Zoals te verwachten viel hebben zij de meest uitgesproken houding ten opzichte van verdere Europese integratie.

In vergelijking met voorgaande jaren valt vooral de veranderde houding van de ChristenUnie op. De partij was bij de vorige verkiezingen nog behoudend als het ging om Europese integratie. Nu is de partij een stuk kritischer, en wil de partij Europese integratie deels terugdraaien. Zo geeft de partij aan dat de EU “op een aantal terreinen” een “stap terug moet doen”, maar over welke stappen dat moeten zijn, zwijgt het concept-programma. Ook wil de ChristenUnie de EU “terugbrengen naar rationele en realistische proporties”. De partij wil verder meer nationale inspraak inzake het ESM en een onderzoek naar een opsplitsing van de Euro met een mogelijk “exit” van Griekenland uit de Eurozone. Dit laatste is een belangrijke noviteit voor de ChristenUnie. Eerder zag de partij hier nog geen aanleiding toe.

De houding van andere partijen is niet of veel minder veranderd dan die van de ChristenUnie. Het CDA, de PvdA, GroenLinks en D66 spreken zich ondubbelzinnig uit voor verdere Europese integratie, en dan vooral op het gebied van de monetaire integratie. Het CDA zegt bijvoorbeeld dat Nederland geen toekomst heeft zonder Europa, de PvdA is “groot voorstander van Europese samenwerking” en D66 kiest voor een federaal Europa. Niet alleen retorisch komt deze houding tot uitdrukking, maar ook inhoudelijk. Dit kan worden geïllustreerd met enkele voorbeelden. Zo wil de PvdA een Europees belastingplan en een Europese groeiagenda om het economische herstel te bevorderen en het CDA wil dat de Europese Unie op het buitenlandgebied meer als eenheid functioneert. GroenLinks is voorstander van een veel grotere rol van de EU op het milieugebied en D66 wil dat het Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid voortaan per meerderheid kan worden beslist.

Het programma van de VVD straalt een iets kritischer koers uit dan het programma van 2010. Dit is onder meer zichtbaar als het gaat om pensioenen. In het programma voor 2010 staat bijvoorbeeld dat lidstaten duidelijke doelstellingen moeten uitspreken met betrekking tot pensioenstelsels en arbeidsmarkten, terwijl daarover in 2011 niet gerept wordt. Op andere gebieden, zoals bijvoorbeeld het Europese toezicht op banken, overheidsfinanciën en de interne markt is de houding van de VVD ongewijzigd. Hierbij willen de liberalen dat de EU blijvend een belangrijke rol speelt. De partij blijft het belang van Europese samenwerking zien, zoals het ook benadrukt met zinnen als “Europese samenwerking heeft Nederland en Europa een historisch ongekende periode van vrede, veiligheid en welvaart gebracht.”

 
Europese aandacht in verkiezingsprogramma's

De Europese discussie lijkt aan de Partij van de Dieren voorbij te gaan, gezien de zeer geringe stijging in de kwantitatieve aandacht voor Europa in de verkiezingsprogramma’s, zie onderstaande tabel.

Ook in het verkiezingsprogramma van het CDA en de ChristenUnie is de kwantitatieve aandacht voor Europese integratie niet sterk toegenomen. In 1994 besteedde het CDA zelfs meer aandacht aan Europese onderwerpen dan in 2012. (38,91 tegenover 29,01). Men zou misschien verwachten dat D66 de Europese trom zou roffelen, maar dit is volgens deze kwantitatieve analyse vooral sterk te zien bij GroenLinks. Bij beide partijen is de score voor het huidige verkiezingsprogramma het grootst sinds 1981. Ook de PvdA roert zich in het Europese debat, net als de SP. Al dient te worden opgemerkt dat de PvdA in 1994 meer aandacht besteedde aan Europese onderwerpen dan in het programma van 2012 (35,49 tegenover 32,31). De VVD heeft niet eerder zoveel aandacht besteed aan de Europese Unie, maar een duidelijke toename in de aandacht voor Europese onderwerpen is vooral sterk te zien bij de PVV.

De verkiezingsprogramma’s voor de verkiezingen in september laten inhoudelijk misschien weinig verrassingen zien, kwantitatief zijn er wel een aantal veranderingen op te merken ten opzichte van voorgaande verkiezingsjaren. In vergelijking met voorgaande verkiezingen is de aandacht voor Europa toegenomen. Onderstaande tabel geeft de gemiddelde aandacht voor Europa in de programma’s per verkiezingsjaar weer:

 

Verkiezingsjaar

1981

1986

1989

1994

1998

2002

2006

2010

2012

Score

10,70

15,46

23,05

24,58

18,50

22,63

20,09

20,69

37,27

Concluderend kan worden gesteld dat de aandacht voor Europese integratie in de verkiezingsprogramma’s van 2012 is toegenomen. Bij elke partij is een toename te zien in de hoeveelheid ruimte die Europese integratie krijgt in de programma’s. Tegelijkertijd hebben de meeste partijen hun houding ten opzichte van verdere Europese integratie nauwelijks gewijzigd. Alleen de ChristenUnie is wezenlijk van mening veranderd, aangezien de partij eurosceptischer is geworden en bepaalde onderdelen van de Europeanisering wil terugdraaien. Ook is te merken dat de schuldencrisis door alle partijen als een grensoverschrijdend probleem wordt gezien. Hoewel daarbij voor sommige partijen het middel bijna net zo erg lijkt als de kwaal, zijn toch (bijna) alle partijen het eens over de noodzaak van Europese maatregelen op dit gebied.

Dit artikel is gebaseerd op twee masterscripties, geschreven aan de Rijksuniversiteit Groningen. Jurjen Hoekstra heeft onderzocht of de houding van politieke partijen ten aanzien van Europese integratie in de verkiezingsprogramma’s gedurende de jaren is veranderd. Myriam van Dorp heeft de kwantitatieve aandacht voor Europese onderwerpen in de verkiezingsprogramma’s sinds de jaren ’80 geanalyseerd.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 13 augustus 2012.