Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

En De Jager, hij ploegde voort

Wytze van der Woude

In al het geweld rondom de verkiezingen van de Tweede Kamer zou je soms bijna vergeten dat er ook nog een regering met een kabinet is. Hoewel dit kabinet demissionair is, kan niet van iedere minister worden gezegd, dat hij ‘slechts op de winkel past’. Dat geldt zeker niet voor de minister van Financiën. Niet alleen houdt hij de Europese ontwikkelingen scherp in de gaten, ook nationaal staat hem nog steeds een belangrijke klus te klaren, namelijk het indienen van de ontwerp-begroting en de Miljoenennota op de derde dinsdag van september.

De begroting voor 2013 is bijna klaar. Minister de Jager meldde vorige week dat het begrotingstekort onder de 3%-norm blijft. De doorrekening door het CPB zou spoedig volgen. Opvallend in de berichtgeving is dat het kabinet (dus niet alleen De Jager) zich bij de begrotingsvoorstellen zou hebben “gebaseerd op het Lenteakkoord” of dat de plannen “voor een groot deel … een uitwerking van het Vijfpartijenakkoord” zijn.

Bij het gebruik van zinsneden als “voor een groot deel”, zullen de ‘Kunduz’-partijen een bepaald ongemakkelijk gevoel krijgen. Het doet op zijn minst vermoeden dat de op stapel staande begrotingsvoorstellen de nodige verrassingen zullen bevatten. Hoe het opzoeken van dergelijke partijpolitieke speelruimte zich verhoudt tot de demissionaire status van dit kabinet is een interessante vraag die hier niettemin even blijft rusten.

In het licht van de huidige campagne is er namelijk meer aan de hand. De afgelopen weken en maanden zijn de kiezers gebombardeerd met plannen van politieke partijen op alle mogelijke terreinen van het maatschappelijk leven. Sectoren als de zorg, het onderwijs en de overheidsorganisatie zelf lijken in geen enkel verkiezingsprogramma te kunnen ontkomen aan grootscheepse herstructureringen. Herstructureringen bovendien waarvan op korte, middellange of lange termijn bepaalde gunstige maatschappelijk-economisch heilzame effecten zouden moeten uitgaan. En op deze manier proberen partijen – als altijd – uw stem te bemachtigen.

Maar de situatie is niet ‘als altijd’. Onder toeziend oog van de Europese Unie moet de zittende minister van Financiën een begroting rond zien te krijgen en ook volgens de regels die wij daarvoor in Nederland hanteren geldt dat een begroting moet zijn goedgekeurd voorafgaand aan het jaar waarvoor hij zal gelden. Omdat begrotingen moeten worden gegoten in de vorm van een wet betekent dit dat voor het einde van dit kalenderjaar over deze wet moet zijn vergaderd en gestemd in de Tweede Kamer en daarna ook nog in de Eerste Kamer. Het is om deze reden dat de Comptabiliteitswet eist dat het voorstel tot deze begrotingswet uiterlijk op de derde dinsdag van september aan de Tweede Kamer moet worden aangeboden.

De Jager kan dus niet verweten worden dat hij zijn werk doet. Ondertussen creëert hij daarmee echter wel ‘facts on the ground’. Alle plannen die partijen gedurende een kabinetsformatie zullen willen uitonderhandelen zullen niet alleen rusten onder een zware hypotheek van een begrotingstekort dat kleiner is dan 3%, maar zullen bovendien pas omgezet kunnen worden in realiteit als de begroting van 2013 dienovereenkomstig is aangepast. Zonder al te negatief te willen zijn over het te verwachten tempo waarin de formatie zich zal voltrekken, ligt het niet voor de hand dat een nieuwgevormd missionair kabinet al voor het einde van het jaar in het zadel zit en bovendien uitgewerkte begrotingsvoorstellen kan presenteren. Het lijkt erop dat zoiets op zijn allervroegst bij de behandeling van de Voorjaarsnota in het late voorjaar (juni) van 2013 het geval zal zijn. En dan zijn we er nog niet. Een begroting is namelijk alleen een autorisatie om geld uit te geven en geen herstructurering van (bijvoorbeeld) het onderwijs an sich. Die herstructureringen zullen ook weer eerst moeten worden omgezet in nieuwe wetgeving, die – als het snel gaat – op zijn vroegst halverwege 2014, maar in sommige gevallen pas begin 2015 een feit is.

Daarmee wil gezegd zijn dat de waarde van de verkiezingsbeloftes die thans worden gedaan in ieder geval voor het eerstkomende jaar buitengewoon relatief zijn. Als u wilt weten wat er de komende periode met ons land gaat gebeuren, dan zou ik niet al te veel investeren in verkiezingsprogramma’s, maar vooral op Jan Kees de Jager letten.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 24 september 2012.