Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Een stem op de een is een stem op de ander…

De effecten van lijstencombinaties

De Partij van de Arbeid had bij nader inzien misschien toch maar beter geen lijstencombinatie met andere linkse partijen kunnen aangaan. Wytze van der Woude, docent bij het Montesquieu Instituut in Maastricht, bekijkt – met de uitslag van de verkiezingen voor de Tweede Kamer in de hand – de uitwerking van lijstencombinaties.

Wat zijn de effecten van lijstencombinaties? In een vorige bijdrage schreef ik over de mogelijkheden rondom lijstencombinaties en betrok ik de stelling dat ingeval van lijstencombinaties de kreet 'een stem op de PvdA is een stem op de SP' daadwerkelijk hout sneed. Nu de verkiezingen geweest zijn, is het aardig eens te kijken wat de lijstencombinaties de verschillende partijen hebben opgeleverd. Cijfers worden bijgeleverd.

PvdA-SP-GroenLinks

De lijstencombinatie PvdA/SP/GroenLinks als geheel sleepte twee restzetels in de wacht, waarvan er één werd toegewezen aan de SP en de ander aan GroenLinks. Dit laatste heeft te maken met een bijzonderheid van ons kiesstelsel. Hierin verloopt  de verdeling van restzetels over partijen en lijstencombinaties via een systeem dat doorgaans gunstig is voor grotere partijen (het stelsel van de grootste gemiddelden), terwijl het verdelen van restzetels binnen een lijstencombinaties verloopt via een stelsel dat eveneens gunstig kan uitpakken voor kleinere partijen (het stelsel van de grootste overschotten). 

Deze lijstencombinatie is voor de SP lood om oud ijzer gebleken. Als deze lijstencombinatie niet was  aangegaan, dan had de SP ook op eigen kracht een restzetel veroverd, waardoor de partij per saldo op 15 zetels blijft staan (14 ‘volle’ zetels plus 1 restzetel). Langs dezelfde lijnen kan worden beredeneerd dat GroenLinks juist wel baat heeft gehad bij de lijstencombinatie. Van het genoemde, door de lijstencombinatie veroverde tweetal restzetels kreeg GroenLinks er immers één toegewezen (naast de drie ‘volle’ zetels die GroenLinks al had). Als de lijstencombinatie niet had bestaan, had GroenLinks er bij de restzetelverdeling echter alleen voorgestaan en kan inderdaad worden vastgesteld dat GroenLinks op eigen kracht geen restzetel zou hebben veroverd en dus op drie zetels zou zijn blijven steken. Voor de Partij van de Arbeid ligt het verhaal ingewikkelder, met dien verstande dat de 38 zetels die de Partij van de Arbeid thans heeft behaald ook zonder deze lijstencombinatie zou zijn behaald. De Partij van de Arbeid zou in zijn eentje 37 ‘volle’zetels behaald hebben en was daarmee groot genoeg om ook zonder ondersteuning van SP of GroenLinks minstens één additionele restzetel in de wacht te slepen. Er zou zelfs een situatie denkbaar zijn geweest waarin de PvdA nog een tweede restzetel in de wacht had kunnen slepen en op 39 had kunnen uitkomen. Daarvoor was noodzakelijk geweest dat de PvdA geen lijstencombinatie met SP en GroenLinks was aangegaan en ook de ChristenUnie en de SGP dat niet gedaan zouden hebben. In die situatie hadden ChristenUnie en de SGP er bij restzetelverdeling alleen voorgestaan en had de Partij van de Arbeid – net als de VVD – twee restzetels kunnen binnenslepen.

Politiek saillant is dus dat de Partij van de Arbeid cijfermatig geen enkel voordeel (en zelfs mogelijk nadeel) heeft gehad van de aangegane lijstencombinatie, terwijl het aangaan van dit verbond in politiek opzicht tamelijk riskant is. Nu de PvdA vóór de verkiezingen zich in de armen van SP en GroenLinks heeft gesloten, kunnen deze partijen de PvdA daaraan na de verkiezingen fijntjes blijven herinneren. SP-leider Roemer lijkt nu al deze koers te hebben ingezet onder het motto: als de SP goed genoeg is om gezamenlijk mee op verkiezingspad te gaan, waarom wordt de route richting het kabinet dan nu solo bewandeld? Mocht deze strategie werken, dan zal de PvdA zich een volgende keer wel bedenken alvorens een dergelijk verbond aan te gaan.

CU/SGP en het droeve lot van de Partij voor de Dieren

Voor de volledigheid zij opgemerkt dat de ChristenUnie wel degelijk baat heeft gehad bij de aangegane lijstencombinatie met de SGP. Deze leverde de lijstencombinatie als geheel één restzetel op die bij de interne verdeling tussen ChristenUnie en de SGP aan eerstgenoemde toekwam. Zonder deze verbinding had de ChristenUnie geen schijn van kans gemaakt bij de restzetelverdeling. In elk scenario zou de SGP op drie zetels uitkomen.

De Partij voor de Dieren – ten slotte – is het kind van de rekening. De partij had net te weinig stemmen om een derde volle zetel binnen te slepen en had kunnen profiteren en viel ook bij de restzetelverdeling net uit de boot, omdat de grote blokken deze voor haar neus wegkaapten. Als er ook maar één groot blok minder was geweest (dus bijvoorbeeld één lijstencombinatie minder) had de Partij voor de Dieren de één van de laatste restzetels weten de bemachtigen. Een stem op Diederik, Emile, Jolande, Arie of Kees, is dus in ieder geval geen stem op Marianne gebleken.

Zetelverdeling zonder (één van beide) lijstencombinaties

 

Partij

Huidige zetelverdeling

Zetelverdeling zonder lijstencombinaties

Zetelverdeling zonder lijstencombinatie CU/SGP, maar met lijstencombniatie PvdA/SP/GL

Zetelverdeling zonder lijstencombinatie PvdA/SP/GL, maar met lijstencombinatie CU/SGP

VVD

41

41

41

41

PvdA

38

39 (+1)

38

38

SP

15

15

15

15

PVV

15

15

15

15

CDA

13

13

13

13

D66

12

12

12

12

ChristenUnie

5

4 (-1)

4 (-1)

5

GroenLinks

4

3 (-1)

4

3 (-1)

SGP

3

3

3

3

50PLUS

2

2

2

2

PvdD

2

3 (+1)

3 (+1)

3 (+1)

Deze bijdrage is tot stand gekomen met medewerking van studenten in het vak Actueel Staatsrecht (mastervak binnen het masterprofiel Staats- en Bestuursrecht/Nederlands Recht aan de Universiteit Maastricht) en verscheen in 'De Hofvijver' nr. 20 d.d. 24 september 2012.