Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Democratie via loting

Paul Lucardie

In een democratie heerst de wil van het volk, dat is bekend. Maar hoe weet men wat het het volk wil? In Nederland hebben we daar twee methoden voor, een ingewikkelde en een eenvoudige.

De ingewikkelde methode is via verkiezingen van een volksvertegenwoordiging. Dat is ingewikkeld, omdat we die vertegenwoordigers niet rechtstreeks kiezen maar via lijsten die door politieke partijen worden vastgesteld. De vertegenwoordigers zijn (min of meer) gebonden aan een verkiezingsprogramma dat ook door hun partij is opgesteld. Nu is niet veel meer dan 2% van de kiezers lid van een partij, en een groot deel daarvan meer papieren dan actief lid. Het is dus niet vreemd dat die volksvertegenwoordigers in veel opzichten afwijken van doorsnee-Nederlanders. Ze zijn veel hoger opgeleid, hebben een hoger inkomen (ook voordat ze gekozen werden), zijn iets ouder en vaker man dan vrouw. Onderzoek laat zien dat ze weliswaar op veel punten toch dezelfde opvattingen huldigen als hun kiezers, maar over een aantal belangrijke zaken zoals Europese integratie en vreemdelingenbeleid denken ze anders.

Vanuit democratisch oogpunt is dat een nadeel van deze methode.

Gelukkig is er ook een eenvoudige methode om de wil van het volk te ontdekken. Men trekke een willekeurige steekproef uit de bevolking en vrage die: wat wilt u, wat moet de regering doen? Opiniepeilers doen dit dagelijks. Hun peilingen hebben echter twee nadelen. Ten eerste is de respons vaak laag en wordt met kunstgrepen gezorgd dat toch alle bevolkingsgroepen ongeveer naar verhouding vertegenwoordigd zijn. En ten tweede is vaak onduidelijk of de ondervraagden de vraag goed begrepen en overdacht hebben. Als we die problemen oplossen, hebben we wellicht een veel nauwkeuriger methode om de volkswil te peilen dan verkiezingen via partijen.

De laatste tien jaar wordt hierover hard nagedacht door politicologen en filosofen in Amerika, Australië, Engeland, Duitsland, Frankrijk, Spanje. Ze noemen zich soms ‘sortitionisten’ of ‘kleroterians’ of ‘lottocraten’: allemaal woorden die iets met loting te maken hebben. Door loting kan men een volksvertegenwoordiging selecteren die een veel betere afspiegeling van de kiesgerechtigde bevolking zal vormen dan de via partijen gekozen parlementen. Sommige extremisten willen alle verkiezingen door loting vervangen, maar dat lijkt me niet erg realistisch en misschien ook niet wenselijk. Interessant vind ik de voorstellen om een deel van het parlement te kiezen en een deel te loten.

In Nederland zou de Eerste Kamer door loting samengesteld kunnen worden. De huidige methode van indirecte verkiezing door Statenleden is wel een heel zwakke vorm van afspiegeling van de volkswil en stuit dan ook op toenemende weerstand. Het werk van een Eerste Kamerlid kan met een baan gecombineerd worden, zo blijkt uit de praktijk. Het lidmaatschap is eervol en brengt ook een aardige vergoeding met zich mee. Een burger die hiervoor ingeloot wordt, zou om de representativiteit niet te verstoren slechts onder bepaalde voorwaarden de zetel mogen weigeren. Ernstig geestelijk of lichamelijk zieken en gedetineerden komen niet in aanmerking.

Politieke kennis en ervaring zijn niet vereist. Is dat geen probleem? De huidige Eerste Kamer bezit heel veel kennis, met name op juridisch gebied. De toetsing van wetgeving aan de grondwet en de grondbeginselen van het recht kunnen we echter best aan een ander orgaan overlaten, zoals de Raad van State of een nieuw Constitutioneel Hof. Experimenten met ‘deliberatieve opiniepeilingen’, burgerjuries en burgerfora, ook in Nederland, laten zien dat heel veel burgers bereid en in staat zijn zich in korte tijd de nodige politieke kennis eigen te maken en een afgewogen oordeel te vormen over ingewikkelde politieke problemen zoals de verbetering van ons kiesstelsel.

Een door loting samengestelde Eerste Kamer kan wellicht beter beoordelen of de wetsvoorstellen die hem vanuit de Tweede Kamer bereiken de belangen van het volk in al zijn diversiteit dienen. Neem bijvoorbeeld bijstandsmoeders, ouderen met alleen AOW of werkloze schoolverlaters: in de huidige Eerste Kamer komen ze niet voor en zijn dus voor de senatoren abstracte, statistische categorieën, ‘inkomensplaatjes’ maar geen levende realiteit. Hoe kan men de gevolgen van nieuwe sociale wetgeving voor het leven van deze groepen inschatten? Laat leden van die groepen dat zelf bepalen, nadat ze zich hebben laten informeren door verschillende deskundigen over hun ‘inkomensplaatjes’ en de verschillende alternatieven. Zo weten we echt wat het volk voelt, denkt en wil – en dat is toch democratie?

December 2012

Paul Lucardie was wetenschappelijk onderzoeker aan het Documentatiecentrum voor Nederlandse Politieke Partijen en is fellow van het Montesquieu Instituut.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 17 december 2012.