Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Rechter en politiek: de SGP

Wat als SGP-vrouwen zich, ondanks alle politieke en rechterlijke aanmaningen, geen kandidaat voor de Tweede Kamer stellen? Moet de rechter er aan te pas komen om de uitspraak van de Hoge Raad over het vrouwenstandpunt van de SGP uit te leggen? Luc Verhey, hoogleraar staat- en bestuursrecht in Leiden, buigt zich over de SGP, de dames en de rechter.

Het debat over het vrouwenstandpunt van de SGP heeft in 2012 belangrijke ontwikkelingen doorgemaakt. Het gaat om de vraag of de SGP op grond van haar godsdienstige overtuiging vrouwen binnen de eigen partij geen passief kiesrecht mag toekennen. Daarbij zijn met elkaar botsende grondrechten aan de orde; het verbod om te discrimineren tussen mannen en vrouwen enerzijds en de vrijheid van godsdienst van de SGP anderzijds.   

Sinds juli van dit jaar weten we meer over hoe het juridisch zit. In 2010 had de Hoge Raad beslist dat de overheid op grond van internationale verdragen maatregelen moest nemen 'die er daadwerkelijk toe leiden dat de SGP het passief kiesrecht aan vrouwen toekent'. Aan die maatregelen stelde de Hoge Raad hoge eisen: de overheid moet een maatregel inzetten die 'effectief is en tegelijkertijd de minste inbreuk maakt op de grondrechten van de SGP'.  Hoe dat concreet moest worden ingevuld, gaf de Hoge Raad niet aan. Dat vergt een afweging van belangen 'die in zodanige mate samenvalt met afwegingen van politieke aard, dat zij niet van de rechter kan worden verlangd.' De Hoge Raad wilde dus over de te nemen maatregel geen uitspraak doen.

De SGP was het niet eens met deze uitspraak en diende een klacht in bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. De uitspraak zou volgens de SGP in strijd zijn met de godsdienstvrijheid. Afgelopen zomer gaf het Hof de SGP echter ongelijk en liet de uitspraak van de Hoge Raad in stand. Impliciet kreeg daarmee ook de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ongelijk. Deze had eerder in een andere procedure geoordeeld dat zolang het overgrote deel van de politieke partijen vrouwen op gelijke voet met mannen voordragen voor politieke functies, er van een daadwerkelijke beperking van het passieve kiesrecht geen sprake is. De Hoge Raad en de Raad van State waren het dus oneens. In dat meningsverschil heeft het Straatsburgse Hof duidelijk partij gekozen.

Wat weinig aandacht heeft gekregen is de door het Hof gevolgde procedure. De klacht van de SGP werd met een zeer korte motivering 'kennelijk ongegrond' verklaard. Intern beroep waardoor op verzoek het Hof in een bredere samenstelling een principiële uitspraak had kunnen doen, was daardoor niet mogelijk. Het is niet gezegd dat dat tot een ander eindresultaat had geleid. Gezien de ruime beoordelingsvrijheid die het Hof laat aan de verdragsstaten, zou het verdedigbaar zijn geweest als het Hof ook in een vervolgarrest de uitspraak van de Hoge Raad in stand zou hebben gelaten. Echter de manier waarop het Hof de klacht nu heeft afgedaan, is onbevredigend. Een dergelijke gevoelige en principiële zaak waarover door de hoogste Nederlandse rechters verschillend is geoordeeld, verdient een zorgvuldigere behandeling. Het maakt het Hof bovendien ook kwetsbaar. Het voedt de recent opgekomen kritiek dat het Hof zich te gemakkelijk in politiek vaarwater begeeft. Het is dat het hier slechts een kleine partij treft wiens invloed na de val van het kabinet Rutte I is afgenomen, anders had de opstelling van het Hof wellicht sterker de aandacht getrokken.

Intussen is de vraag of de overheid nu de effectieve maatregelen zal nemen die het arrest van de Hoge Raad eist. De minister heeft in oktober aan de SGP laten weten te hopen dat de ingezette procedure tot wijziging van de partijregels ertoe zal leiden dat 'alle belemmeringen zijn weggenomen om vrouwen op de kandidatenlijst van uw partij te kunnen plaatsen’. Maar of hierdoor daadwerkelijk vrouwen op de lijst zullen komen, is zeer de vraag. Zullen SGP-vrouwen zich überhaupt kandidaat stellen? Wellicht dus dat het debat niet op de korte termijn al zal worden afgerond. Niet uitgesloten is zelfs dat nieuwe rechterlijke procedures zullen volgen over hoe het arrest van de Hoge Raad moet worden uitgelegd.

December 2012 

Luc Verhey is hoogleraar staats- en bestuursrecht van de Universiteit Leiden en lid van de Afdeling advisering van de Raad van State.

Deze bijdrage verscheen in 'De Hofvijver' nr. 24 d.d. 17 december 2012.