Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Liever minister van ‘Mondiale Ontwikkeling en Handel’

maandag 14 oktober 2013, 16:58

DEN HAAG (PDC) - “Iedere keer zijn we verbaasd dat de steun voor ontwikkelingssamenwerking zo groot is.” Onderzoeker Christine Carabain van het NCDO opent het debat met interessante cijfers. “Uit ons onderzoek blijkt dat tweederde van de bevolking het belangrijk vindt om arme landen te helpen ontwikkelen. Maar de wereld verandert. Het is niet meer ‘wij zijn rijk en zij zijn arm’. Het is meer één wereld waarin de wederzijdse afhankelijkheid – mede door behoefte aan grondstoffen - toeneemt. Dagelijks staan mensen voor keuzes met mondiale consequenties: ‘Zal ik wel of niet stemmen, energie besparen of Fair Trade-producten kopen?’”

Geen geld sturen

De andere twee sprekers bevestigen dat ontwikkelingssamenwerking tegenwoordig geen zaak meer is van simpelweg geld sturen. Arend Jan Boekestijn (historicus en oud-Tweede Kamerlid VVD): “Vroeger was het slecht geregeld en bestond ontwikkelingshulp vooral uit begrotingssteun aan arme landen. Het geld kwam bij een regime terecht en dat was gevoelig voor corruptie. Zo hebben we de meest verschrikkelijke regimes in stand gehouden!”

Economische groei ondersteunen

Boekestijn benadrukt het belang van economische groei maar bespreekt ook de dilemma’s die daarbij horen: “Studies wijzen uit dat handel veel beter voor economische groei is dan ontwikkelingshulp. Stel dat we Afrika de middelen geven om van hun eigen bonen zelf chocola te maken, dan is de meerwaarde van het eindproduct veel groter en wordt Afrika rijk. Maar dat gaat natuurlijk wel ten koste van de Nederlandse werkgelegenheid.”

Praktische ondersteuning

Iemand uit het publiek merkt op dat economische groei niet per se leidt tot gelijkheid en ontwikkeling, vanwege de ongelijke inkomensverdeling. Sander van Bennekom (Oxfam Novib) heeft hiervoor een oplossing: “De oorzaak is vaak een ongelijke verdeling van landbezit. Een oplossing daarvoor is een kadaster (een openbaar register waarin alle onroerende zaken staan geregistreerd, red.). In dit soort praktische oplossingen is Nederland goed.”

‘Laat de mensen het zelf doen’

Een vrouw uit het publiek vraagt zich af of we de oppositie in ontwikkelingslanden niet meer zouden moeten steunen om minderheden te helpen en de positie van vrouwen te verbeteren. Boekestijn vertelt dat hij vooral in islamitische landen verschrikkelijke dingen ziet als het gaat om de positie van de vrouw. “Maar als ik daar in mijn mooie pak iets over zeg, is het effect 0 of zelfs -1. Wij kunnen onze Westerse wil niet zomaar doorvoeren.” Van Bennekom bevestigt dit: “We gaan daar niet heen om even onze denkbeelden op te leggen. We steunen juist de lokale organisaties die in hun eigen tempo ontwikkelen. Zo investeren we in het maatschappelijk middenveld. Laat de mensen het zelf doen.”

Samen in plaats van ‘wij tegenover zij’

Het debat eindigt met een voorstel van Carabain: “We zouden de titel van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking moeten vervangen door Minister voor Mondiale Ontwikkeling en Handel. Het gaat nu nog te veel over wij en zij, terwijl we elkáár moeten helpen ontwikkelen.”