Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Kan Europa het bijbenen?

Europa

Marcel de Ruiter, verbonden aan het Montesquieu Instituut

Factsheet bij het Haagsch College van Jaap de Hoop Scheffer, laatst bijgewerkt op 9 december 2013.

In militair opzicht kwamen de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en de Sovjet Unie als de belangrijkste overwinnaars uit de Tweede Wereldoorlog. Al snel werd duidelijk dat er twee machtsblokken waren ontstaan: één kapitalistisch georiënteerd blok in het Westen, aangevoerd door de Verenigde Staten, tegenover het communistische machtsblok van de Sovjet Unie.

De landen op het Europese vasteland en de Sovjet Unie hadden grote oorlogsschade opgelopen. Het Verenigd Koninkrijk was economisch ver voorbijgestreefd door de Verenigde Staten (VS). Er was een nieuwe wereldorde ontstaan met de VS als de economische grootmacht. Duitsland en Japan, de economieën die vanaf het eind van de negentiende eeuw sterk waren opgekomen, hadden de oorlog verloren.

1.

Ontwikkelingen na de Tweede Wereldoorlog

In de decennia na de Tweede Wereldoorlog vond in West-Europa en Japan een snelle inhaalgroei plaats. Toen in 1989 de Berlijnse Muur viel, waren er mondiaal drie economische machtsblokken: de Verenigde Staten (VS), de Europese Gemeenschap (EG, op dat moment bestaande uit 12 vnl. West-Europese landen) en Japan. Sindsdien is China sterk in opkomst. Op basis van cijfers van de Wereldbank valt uit te rekenen dat het aandeel van China in de wereldeconomie steeg van 1,75% in 1989 naar 11,6% in 2012. Het aandeel van de andere BRIC-landen (Brazilië, Rusland en India) steeg ook, maar minder sterk (India van 1,5% in 1989 naar 2,6% in 2012, Brazilië van 2,2% naar 3,1%, en Rusland van 2,6% naar 2,8%). Aan de andere kant ging het aandeel van de VS van 27,6% in 1989 naar 21,8% in 2012, van de EU van 30,2% naar 23,1% en dat van Japan van 15,3% naar 8,3%. Dit soort cijfers moet met enige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden in verband met de invloed van prijs- en wisselkoersschommelingen, maar de algemene lijn is duidelijk.

Het relatieve belang van opkomende economieën onder aanvoering van China neemt toe, en het relatieve gewicht van gevestigde economische grootmachten neemt af. Sinds 2007 is de Chinese economie groter dan die van Duitsland (het land met de grootste economie van Europa). Vanaf 2009 heeft China ook een grotere economie dan Japan. Daarbij komt dat de Japanse economie vanaf de jaren '90 langdurig in een crisis heeft verkeer, en de Europese economieën sinds 2008 snel terrein hebben verloren door de krediet- en eurocrisis.

De veranderende economische verhoudingen hebben ook gevolgen op geopolitiek gebied. Er vindt een verschuiving van macht plaats van de Westerse wereld naar opkomende landen (met name in Azië), waar bovendien een groot deel van de wereldbevolking woont. De Amerikaanse journalist en publicist Robert Kaplan ziet hierdoor een ook een verschuiving van het zwaartepunt van gebeurtenissen op het wereldtoneel naar de landen rond de Indische Oceaan ontstaan. De Singaporese professor Kishore Mahbubani vindt dat het Westen zijn arrogantie moet laten varen en moet leren van het succes van Azië. De verschuivingen vinden plaats tegen een achtergrond van dreigende schaarste aan grondstoffen, drinkwater en energie, gebruik van nieuwe technologieën en een in sommige gevallen instabiele omgeving en terrorisme.

2.

Global Trends 2030

De vraag is wat dit alles betekent voor de plaats van Europa in de wereld. De studie 'Global Trends 2030' van de Amerikaanse National Intelligence Council (NIC) biedt interessante inzichten:

  • In 2030 zal geen enkel land (noch de VS, noch China, noch andere grote landen) de hegemonie hebben. De machtkomt meer bij individuen, verspreid over meerdere landen en in informele netwerken te liggen.Hierdoor wordt de opkomst van het Westen die zich sinds 1750 heeft voorgedaan grotendeels gekeerd en wordt het historische aandeel van Azië in de wereldeconomie hersteld. De NIC verwacht wel dat de VS een 'eerste onder gelijken' blijft tussen de andere grote mogendheden. Deze grafieken uit het NIC-rapport (pagina 37), illustreren de prognose van de ontwikkeling van de machtspositie van de grote mogendheden in de komende decennia.
  • De NIC verwacht dat Europa nog steeds een grote macht is in 2030, maar is kritisch over de fragmentatie in Europa, de tegenvallende productiviteitsgroei, de lage R&D-investeringen, de grote omvang van de overheid in verhouding tot de economie en de gevolgen van de vergrijzing voor de arbeidsmarkt.
  • Rond 2030 zal Azië Noord-Amerika en Europa tezamen zijn gepasseerd in macht op basis van BBP, bevolkingsomvang, militaire uitgaven en investeringen in technologie. China zal waarschijnlijk de grootste economie van de wereld hebben en zal die van de VS enkele jaren voor 2030 passeren.
  • Deze grafiek uit het NIC-rapport (pagina 25) en laat zien dat de verwachte stijging van het economisch gewicht in de wereldeconomie van China (2000-2020) en India (2010-2030) aanzienlijk sneller gaat dan de opkomst van de Britse economie tussen 1820-1870, de Amerikaanse tussen 1900-1950, en de Japanse van 1950-1980.
  • Naast China, India, en Brazilië worden regionale spelers zoals Colombia, Indonesië, Nigeria, Zuid-Afrika en Turkije ook belangrijk voor de wereldeconomie.
  • De NIC verwacht dat de langzame relatieve neergang van de economieën van Europa, Japan en Rusland zal doorgaan. Als groep zullen middeninkomenslanden als Colombia, Egypte, Indonesië, Iran, Zuid-Afrika, Mexico en Turkije de huidige machten Europa, Japan en Rusland rond 2030 voorbij streven. Zo zal de Goldman Sachs' Next Eleven (Bangladesh, Egypte, Indonesië, Iran, Mexico, Nigeria, Pakistan, de Filippijnen, Zuid-Korea, Turkije en Vietnam) als geheel rond 2030 machtiger zijn dan de EU, aldus de NIC.
  • De economische groei in China zal waarschijnlijk gaan vertragen, terwijl die van India gaat toenemen. Naar verwachting blijft China voorliggen op India, maar het is mogelijk dat het gat tegen 2030 kleiner wordt.
  • Zware bezuinigingen zullen Europese landen volgens de NIC dwingen hun defensiemiddelen te integreren. De NIC verwacht dat het militaire gat tussen Europa en de nieuwe wereldmachten kleiner zal worden. Hoewel de VS de leidende militaire macht zal blijven in 2030, zal de kloof met de opkomende landen kleiner worden. De NIC vraagt zich ook af of de VS het huidige uitgavenniveau aan defensie kan volhouden, en merkt op dat het minder op historische allianties (met andere woorden: op Europa) zal kunnen steunen.

De Strategische Monitor 2013 van Clingendael past in het beeld dat de NIC schetst. Volgens Clingendael was in 2012 sprake van een versnelling en verbreding van het proces van machtsverschuiving. De monitor stelt dat de Amerikaans-Chinese as meer en meer het wereldsysteem domineert, en wijst op de groeiende betekenis van deze bilaterale relatie voor het ontstaan van een meer multipolaire wereld. Clingendael verwacht dat de EU de komende periode blijft worstelen met de eurocrisis en de daarmee gepaard gaande spanningen en onrust, en vindt het onzeker of landen uit de eurozone dan wel (in het geval van het Verenigd Koninkrijk) uit de EU zullen stappen. Ook wordt ingeschat dat de kans dat de EU zich ‘herpakt’ en weer een mondiaal leidende rol kan vervullen als aanjager van multilaterale samenwerking, niet groot is vanwege de bezuinigingen op defensie.

In hoeverre de toekomstprognoses uitkomen, moet worden afgewacht. Veel voorspellingen wekken de suggestie van determinisme en worden geïnterpreteerd alsof de uitkomsten al bij voorbaat vaststaan. Zonder de prognoses te willen bagatelliseren, moet echter ook worden opgemerkt dat de wereld zich kenmerkt door complexiteit, risico's en onzekerheden. Het decennia vooruit extrapoleren van ontwikkelingen uit het recente verleden helpt de gedachte te bepalen en te anticiperen, maar biedt geen garanties voor de toekomst. De werkelijke ontwikkeling is afhankelijk van zoveel factoren dat deze ook anders kan uitpakken.

In het verleden zijn er vaker landen geweest die een tijdlang een goede economische groei hadden, maar waarvan de ontwikkeling in een later stadium stagneerde, zoals bij de Sovjet-Unie. China, India en andere opkomende landen komen vanuit een achterstandssituatie. Dat betekent dat er veel potentieel is voor inhaalgroei, door zaken zo te organiseren dat alsnog wordt gerealiseerd wat in het verleden is blijven liggen. Naarmate zij zich verder ontwikkelen, zullen ze te maken krijgen met stijgende lonen en dus minder op basis van lage arbeidskosten kunnen concurreren.

Om de economie op langere termijn nog steeds hard te laten groeien zijn creativiteit en innovativiteit nodig, en dat vereist goede instituties. Daron Acemoglu en James A. Robinson wijzen hier in hun invloedrijke boek 'Why nations fail' op, en dan met name op het belang van 'inclusieve' (i.t.t. 'extractive') economische en politieke instituties. Volgens Acemoglu en Robinson leert de geschiedenis van vele landen dat goede economische prikkels, respecteren van eigendomsrechten en politieke rechten voor de bevolking leiden tot economisch succes. Systemen gebaseerd op uitbuiting en onderdrukking kunnen soms tijdelijk een hoge economische groei opleveren als met harde hand een hogere productie wordt afgedwongen, maar dergelijke groei is niet vol te houden over een langere periode. Als de analyse van Acemoglu en Robinson juist is, zal het toekomstige succes van landen als China en India in hoge mate afhangen van hun vermogen hun landen te democratiseren en hun bevolking te emanciperen.

3.

Stand van zaken

Momenteel telt de EU 28 lidstaten en ruim een half miljard inwoners. Met een BBP van USD 16.634 miljard (16,6 biljoen dollar) was de EU als geheel in 2012 de grootste economie van de wereld. De defensie-uitgaven in de EU bedroegen in 2012 1,65% van het BBP (ca. USD 275 mld), vergeleken met USD 682 mld in de VS en USD 166 mld in China. Rusland gaf weliswaar een relatief groot deel van zijn BBP uit aan defensie, maar in absolute termen (USD 90 mld) minder dan Frankrijk en Duitsland samen.

Als gekeken wordt naar individuele landen (zie tabel 1) is Duitsland de vierde economie van de wereld, Frankrijk de vijfde, het Verenigd Koninkrijk de zesde en Italië de negende.

Tabel 1 Top 10 landen naar economische omvang in 2012 (BBP in miljarden USD) met bijbehorende cijfers over bevolkingsomvang en militaire uitgaven

Land

BBP (USD mld, 2012)

Bevolkingsomvang (mln, 2012)

Militaire uitgaven (% BBP, 2012)

Militaire uitgaven (USD mld, 2012)

Verenigde Staten

15685

314

4,4%

682

China

8358

1351

2,0%

166

Japan

5960

128

1,0%

59

Duitsland

3400

82

1,3%

46

Frankrijk

2613

66

2,3%

59

Verenigd Koninkrijk

2435

63

2,5%

61

Brazilië

2253

197

1,5%

33

Rusland

2015

144

4,5%

90

Italië

2013

61

1,7%

34

India

1842

1237

2,4%

45

Bron: World Bank, World Development Indicators, 2013. Ter vergelijking: Nederland (17 mln inwoners) stond in 2012 op de 18e plaats op deze landenranglijst met een BBP van USD 772 mld. De defensie-uitgaven van Nederland bedroegen 1,3% BBP (USD 10 mld).

De Chinese economie is ongeveer 2,5 keer zo groot als de Duitse, maar China heeft 16,5 keer zoveel inwoners als Duitsland. De Italiaanse economie was in 2012 ongeveer 9% groter dan die van India, terwijl India ruim 20 keer zoveel inwoners heeft. Per hoofd van de bevolking zijn de traditionele grootmachten dus nog steeds veel productiever dan het gemiddelde in de opkomende landen. Als gekeken wordt naar het BBP per hoofd van de bevolking blijkt ook dat kleine landen zoals Luxemburg, Noorwegen en Zwitserland (en overigens ook Macao en Singapore) het buitengewoon goed doen. Hoewel dit uiteraard alleen mogelijk is onder stabiele geopolitieke omstandigheden, relativeert dit toch enigszins het belang van (militaire) macht.

Ondanks de actuele economische problemen in Europa staan er 6 Europese landen in de top 10 en 10 in de top 20 in de ranglijst van meest competitieve economieën in 2013-2014 van World Economic Forum (Zwitserland op 1, Finland op 3, Duitsland 4, Zweden 6, Nederland 8, het VK 10, Noorwegen 11, Denemarken 15, Oostenrijk 16 en België op de 17e plaats). Er zijn echter ook Europese landen die aanzienlijk lager staan (bijv. Spanje 35, Italië 49, Portugal 51 en Griekenland 91). Ter vergelijking: Singapore staat op 2, de VS op 5, Japan op 9, China op 29, Brazilië op 56, India op 60 en Rusland op de 64ste plaats.

Ranglijsten

De top van de Times Higher Education World University Rankings 2013-2014 wordt volledig gedomineerd door Angelsaksische universiteiten. In de top 20 staan 15 universiteiten uit de VS, drie uit Engeland en één uit Canada. De hoogst genoteerde niet-Angelsakische universiteit komt uit Zwitserland en staat 14e. De best scorende Aziatische universiteit komt uit Japan (23ste). De beste Chinese universiteit staat 45e. De beste Indiase universiteiten staan tussen plaats 351 en 400, de beste Russische universiteit ergens tussen plaats 226 en 250. Hetzelfde geldt voor de beste Braziliaanse universiteit. Het is natuurlijk de vraag hoe zaligmakend deze ranglijst is, maar de uitkomst doet vermoeden dat de top van de wetenschap de eerstkomende tijd hoofdzakelijk nog wel even in de VS gevestigd zal zijn, hoewel voor de toekomst nog zal moeten blijken wat de aan Amerikaanse topuniversiteiten afgestudeerd Aziatische studenten gaan doen. Zorgwekkend is dat de klassering van continentaal-Europese universiteiten te wensen overlaat vergeleken met de Angelsaksische.

De NAVO telt nu 28 lidstaten (Albanië, België, Bulgarije, Canada, Denemarken, Duitsland, Estland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, IJsland, Italië, Kroatië, Letland, Litouwen, Luxemburg, ,Nederland, Noorwegen, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, de Tsjechische Republiek, Turkije, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten). Het meest recente strategisch concept dateert uit 2010, maar sommige critici vinden het onhelder wat de rol van de NAVO in de huidige tijd is.

De E3+3 (Frankrijk, Duitsland, Verenigd Koninkrijk, Rusland, China en de VS) hebben op 24 november 2013 een interimakkoord met Iran gesloten over het Iraanse nucleaire programma. Op 27 en 28 januari 2014 vindt er een EU-Rusland Top plaats, waar zal worden gesproken over de energierelatie met Rusland, de onderhandelingen over een Nieuw Strategisch Akkoord, het EU- Rusland Partnerschap voor modernisering, handel, visa, mensenrechten en internationale onderwerpen, zoals Syrië, Iran, Afghanistan, Noord-Korea, het Oostelijk Partnerschap en het Midden-Oosten Vredesproces (MOVP). Intussen is er begin december 2013 sprake van spanningen tussen China enerzijds en Zuid-Korea, Japan en de VS anderzijds vanwege de uitbreiding van de Chinese luchtverdedigingszone boven de Oost-Chinese Zee.

De Raad Algemene Zaken (RAZ) bespreekt op 17 december de evaluatie van de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO). Sinds december 2010 ondersteunt deze dienst het optreden van de EU naar andere landen toe en fungeert tevens als diplomatieke dienst. De RAZ zal ter voorbereiding op de Europese Raad van 19 en 20 december ook de laatste hand leggen aan de conclusies over de drie clusters van het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB) van de EU, te weten (1) effectiviteit van het GVDB, (2) capaciteitsversterking en (3) de defensiemarkt en -industrie. De Europese Raad zal vervolgens de defensie-aspecten van het GVDB bespreken. Over dit onderwerp heeft Hoge Vertegenwoordiger Ashton in september 2013 een rapport aangeboden aan de voorzitter van de Europese Raad, Van Rompuy. Op verzoek van de lidstaten besteedt het rapport ook aandacht aan de samenwerking met partners zoals de NAVO, cyber, militaire rapid response (waaronder EU Battlegroups) en capaciteitsontwikkeling. Op 18 november 2013 is hierover reeds een gezamenlijke bijeenkomst van de ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie geweest. De Raad heeft zich bij die gelegenheid positief uitgelaten over het rapport van mevrouw Ashton. Hierbij was er zoals Nederland wil, aandacht voor een geïntegreerde benadering waarbij een effectiever GVDB in samenhang met ander EU-instrumentarium wordt ingezet.

EU 2020-strategie

In het kader van de EU2020-strategie wordt ten slotte gestreefd naar een beter concurrerende Europese economie, en met de komst van het Europees Semester is er meer aandacht voor economisch beleid in de EU. Van 2014-2020 gaat het achtste kaderprogramma voor onderzoek (KP8) lopen. Omdat KP8 de EU 2020-doelstelling van de 'Innovatie-Unie' dient te verwezenlijken, is besloten om het achtste kaderprogramma voor onderzoek te hernoemen tot 'Horizon 2020'. Horizon 2020 kan in de meerjarenbegroting voor 2014-2020 rekenen op een budget van ruim € 70 miljard. Dat betekent een behoorlijke stijging; voor het zevende kaderprogramma (2007-2014) was € 53 miljard uitgetrokken.

4.

Mijlpalen

1947/1948

Als de Amerikanen zien dat de Russen de landen in Oost-Europa na de Tweede Wereldoorlog een communistische dictatuur opleggen, worden ze bang dat de landen in West-Europa stuk voor stuk hetzelfde zal overkomen. De VS zou dan min of meer alleen komen te staan in de kapitalistische wereld. In mei 1947 ontvouwt de VS daarom een plan voor economische hulp aan landen in Europa, het zgn. Marshallplan. De Amerikaanse president Truman ondertekent dit plan op 3 april 1948.

1949

Tien Europese landen, de VS en Canada richten op 4 april 1949 de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) op.

1951

De VS stelt als voorwaarde voor het verstrekken van Marshallhulp dat de Europese landen meer gaan samenwerken. België, de Bondsrepubliek Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland ondertekenen op 18 april 1951 het Verdrag tot oprichting van een Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). Het verdrag treedt op 10 augustus 1952 in werking. Met name Frankrijk wil met het verdrag voorkomen dat Duitsland weer op eigen houtje een oorlogsindustrie kan opbouwen waar de andere landen niet tegenop kunnen.

Mei 1955

De Bondsrepubliek Duitsland treedt in mei toe tot de NAVO en de Sovjet Unie richt met andere communistische landen in Oost-Europa het Warschaupact op.

1957

Verdrag van Rome. De West-Europese samenwerking wordt uitgebreid naar andere economische terreinen als de zes EGKS-landen op 25 maart 1957 in Rome de Verdragen tot de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) ondertekenen. Het EEG-verdrag markeert het begin van de vorming van een gemeenschappelijke Europese markt zoals we die tegenwoordig kennen.

1965

België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland ondertekenen op 8 april 1965 het Fusieverdrag van de Europese Gemeenschappen, dat in 1967 in werking zal treden. De EGKS, de EEG en Euratom worden hierdoor samen de Europese Gemeenschap (EG).

1973

Het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken treden toe tot de EG.

± 1978

Na de dood van Mao Zedong in 1976 komt Deng Xiaoping aan het eind van de jaren zeventig bovendrijven als nieuwe leider van China. China is op dat moment decennialang geteisterd door oorlogen, revolutie en binnenlandse onrust. De schade die Mao's Culturele Revolutie heeft aangericht is nog volop voelbaar, technologisch loopt China achter. De economie van het land is volledig in zichzelf gekeerd. Een eerste begin van een ommekeer is begin jaren zeventig al zichtbaar geworden als Mao en de Amerikaanse president Nixon toenadering zoeken. Het aantreden van Deng markeert het begin van economische hervormingen en de opkomst van het hedendaagse China.

1981

Griekenland treedt toe tot de EG.

In de VS wordt de republikein Ronald Reagan ingehuldigd als nieuwe president. De Sovjet-Unie zal in de loop van de jaren '80 economisch bezwijken onder de hernieuwde wapenwedloop die Reagan ontketent.

1985

In maart 1985 komt de nieuwe Sovjet-leider Michaïl Gorbatsjov aan de macht. Hij kiest in de loop van de jaren '80 voor politieke hervormingen ('glasnost') en wil maatschappelijke vernieuwingen ('perestrojka'). Economische vernieuwingen in de Sovjet Unie komen echter niet goed van de grond, maar intussen broeien in Oost-Europa veel vergaander politieke veranderingen.

In december 1985 bereiken de EG-leiders overeenstemming over een aanpassing van het Verdrag van Rome via de Europese Akte, die in 1986 zal worden ondertekend en in juli 1987 in werking treedt. Dit doorbreekt de zgn. 'eurosclerose', de stagnatie in de Europese samenwerking die in de eerste helft van de jaren '80 is ontstaan. De Europese Akte, met als drijvende kracht Jacques Delors, zet een programma in werking dat eind 1992 moet leiden tot een forse stap in de totstandkoming van één Europese markt. Op papier wordt daar al langer naar gestreefd, maar in de praktijk bestaan in de jaren '80 nog veel handelsbelemmeringen tussen de EG-lidstaten. Onder invloed van de European Round Table of Industrialists, een belangenorganisatie van grote Europese multinationals, blaast de politiek de Europese samenwerking nieuw leven in.

1986

Portugal en Spanje treden toe tot EG

1989

China is in naam communistisch gebleven, maar het communisme betreft vooral nog het politieke systeem. Voor het oog van de wereld wordt in juni 1989 een studentenprotest op het Plein van de Hemelse Vrede (Tiananmen) in Beijing hardhandig neergeslagen. Het oude communistische economische systeem wordt in de loop van de jaren tachtig steeds meer aan de kant gezet. Deng Xiaoping's opvolger Jiang Zemin zal deze koers in de jaren negentig voortzetten. Als de hervormingen dreigen te verzanden, gaat de dan al als leider teruggetreden Deng in 1992 zelfs op een tournee door China om de mensen enthousiast te maken voor de veranderingen.

Val van de Berlijnse Muur, de fysieke scheiding tussen Oost- en West-Berlijn die de Duitse Democratische Republiek DDR) in augustus 1961 had opgericht. De bevolking in landen als Polen, Tsjechoslowakije en Hongarije durft in 1989 in toenemende mate om vrijheid te vragen. Sovjet-leider Gorbatsjov grijpt in tegenstelling tot zijn voorgangers niet met harde hand in. In november 1989 valt toch nog onverwacht de Berlijnse Muur. Nog geen jaar later zijn Oost- en West-Duitsland herenigd. Met vallen en opstaan moeten de voormalige Oostbloklanden nu een markteconomie opbouwen. Uiteindelijk leidt dit ongeveer 15 jaar later tot uitbreiding van de Europese Unie met een groot aantal landen in Oost-Europa. Hierdoor zal een Europese markt van ongeveer een half miljard inwoners ontstaan.

Oktober 1990

Hereniging Oost- en West-Duitsland. De voormalige Duitse Democratische Republiek (Oost-Duitsland) wordt de facto onderdeel van de Bondsrepubliek, die is aangesloten bij de EG en de NAVO.

1991

Medio 1991 wordt het Warschaupact ontbonden. In december is ook het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in onafhankelijke staten, waaronder Rusland en Oekraïne, formeel een feit.

In december bereiken de EG-landen overeenstemming over het Verdrag van Maastricht. Het verdrag zal in november 1993 in werking treden, waarmee de EG verandert in de Europese Unie (EU), bestaande uit een Economische en Monetaire Unie (EMU) en een Europese Politieke Unie, en drie pijlers: een economische (EEG, EGKS, Euratom), buitenlands en veiligheidsbeleid, en justitieel en veiligheidsbeleid.

1995

Finland, Oostenrijk en Zweden treden toe tot de EU.

1997

De Europese Raad bereikt in juni overeenstemming over het Verdrag van Amsterdam, dat op 2 oktober 1997 wordt ondertekend en op 1 mei 1999 in werking zal treden. Het verdrag maakt de weg vrij voor de start van het uitbreidingsproces van de Europese Unie.

1999

De voormalige Oostbloklanden Hongarije, Polen en Tsjechië treden toe tot de NAVO.

2000

Europese Raad stelt in maart in Lissabon de zgn. 'Lissabonstrategie' vast. De Lissabonstrategie was de langetermijnstrategie die de Europese Unie in 2010 de sterkste economie van de wereld had moeten maken. De doelen van de Lissabonstrategie zijn niet behaald. De opvolger van de Lissabonstrategie is de Europa 2020-strategie.

2001

'9-11':Al Qaida pleegt op 11 september aanslagen in New York en Washington. Nog hetzelfde jaar start een internationale coalitie onder leiding van de VS en het Verenigd Koninkrijk een militaire operatie ('Enduring Freedom') om het Taliban-regime uit Afghanistan te verdrijven.

2003

Een internationale coalitie onder leiding van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk maakt met een militaire interventie een eind aan het bewind van Saddam Hoessein in Irak.

Inwerkingtreding Verdrag van Nice.

2004

In mei treden tien nieuwe lidstaten (Estland, Letland, Litouwen, Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Slovenië, Cyprus en Malta) toe tot de EU, waardoor het aantal EU-landen stijgt van 15 naar 25. De benodigde institutionele hervormingen zijn mogelijk gemaakt door het Verdrag van Nice, dat op 1 februari 2003 in werking is getreden.

In 2004 treden ook de voormalige Oostbloklanden Bulgarije, Estland, Letland, Litouwen, Roemenië, Slowakije en Slovenië toe tot de NAVO.

2007

Bulgarije en Roemenië treden toe tot de EU.

In december 2007 ondertekenen de EU-lidstaten het Verdrag van Lissabon, dat op 1 december 2009 in werking treedt. Dit verdrag voert een aantal hervormingen door om de Europese Unie democratischer en beter bestuurbaar te maken nadat in 2004 en 2007 twaalf nieuwe landen lid zijn geworden van de EU. Met het in werking treden van het Verdrag van Lissabon is het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDB) vervangen door het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB). De voornaamste vernieuwingen hiervan zijn dat het GVDB zich dient te richten op een geleidelijk tot stand brengen van een gemeenschappelijke Europese defensie.

2008

Als in september 2008 de Amerikaanse investeringsbank Lehman Brothers omvalt, verspreidt de kredietcrisis zich.

2009

Albanië en Kroatië treden toe tot de NAVO Frankrijk wordt weer volledig (ook militair) lid, nadat het sinds 1966 alleen politiek lid was geweest.

In oktober 2009 onthult de Griekse minister van Financiën dat zijn voorgangers stelselmatig veel te rooskleurige cijfers over het Griekse begrotingstekort hebben gepresenteerd. Dit vormt het begin van de eurocrisis.

2010

De Europese Raad stelt in juni 2010 de EU 2020-strategie vast. Dit is de langetermijnstrategie van de Europese Unie voor een sterke en duurzame economie met veel werkgelegenheid. Deze strategie moet ervoor zorgen dat de Europese economie zich ontwikkelt tot een zeer concurrerende, sociale en groene markteconomie en bouwt voort op de Lissabonstrategie.

2011

In juni 2011 wordt het Europees Semester ingesteld. Dit vormt het kader voor de afstemming van het economisch beleid van de lidstaten van de Europese Unie. Met het semester kan de EU de economische ontwikkelingen in de lidstaten scherper in de gaten houden om economische problemen in een lidstaat in de toekomst te voorkomen.

Juli 2013

Kroatië treedt toe tot de EU.

5.

Verwante issues

Eurocrisis

EU 2020-strategie

Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO)

6.

Parlementaire dossiers

21501-02: Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

21501-20: Europese Raad

20501-28: Defensieraad

21501-30: Raad voor Concurrentievermogen

21501-22: Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie

28676: NAVO

33551: Staat van de Europese Unie 2013

33750 V: Begroting Buitenlandse Zaken 2014

33751: Homogene Groep Internationale Samenwerking 2014 (HGIS-nota 2014)

7.

Hoofdrolspelers

Wereldleiders

(top 10 gerangschikt naar BBP (2012, USD) van het betreffende land, excl, EU als geheel)

Europese Unie (EU)

H.A. (Herman) Van Rompuy, voorzitter Europese Raad

Dr. J.M. (José) Barroso, voorzitter Europese Commissie

C.M. (Catherine) Ashton, Hoge Vertegenwoordiger van Buitenlands en Veiligheidsbeleid

K.L.G.E. (Karel) De Gucht, commissaris voor handel,

Noord Atlantische Verdrags Organisatie (NAVO)

Generaal Philip M. Breedlove (Verenigde Staten), Supreme Allied Commander Europe

Nederland

Premier Rutte

Minister Timmermans (Buitenlandse Zaken)

Minister Hennis-Plasschaert (Defensie)

Minister Kamp (Economische Zaken) (vertegenwoordigt Nederland in Raad Concurrentievermogen)

Minister Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)

Staatssecretaris Dekker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (vertegenwoordigt Nederland in Raad Concurrentievermogen)

Minister Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking)

8.

Externe deskundigen

  • Daron Acemoglu & James A. Robinson, Why nations fail; The origins of power, prosperity, and poverty, Crown Business, New York, 2012
  • Prof. dr. Sven Biscop
  • Ko Colijn: De zalige zorgeloosheid van de NAVO, Vrij Nederland, maart 2013, De dominantie van het Westen is voorbij, Vrij Nederland, mei 2013,
  • Marcel de Haas,Europa maakt plaats voor Zuidoost-Azië, Reformatorisch Dagblad, oktober 2012,
  • Frans-Paul van der Putten: The European Union, ASEAN, and the US-China Power Rivalry , May 29, 2013,
  • Jared Diamond: Collapse: How Societies Choose to Fail or Succeed, 2011. Guns, Germs, and Steel: The Fates of Human Societies, 1999.
  • Francis Fukuyama: The End of History and the Last Man, 1992.
  • Charles Grant: Is Europe doomed to fail as a power?, Centre for European Reform, July 2009,
  • Simon Hix: What Is Wrong With the EU and How to Fix It, Polity Press, 2008.
  • Robert Kagan: Of Paradise and Power: America and Europe in the New World Order, 2003.
  • Robert D. Kaplan, Europe's New Map, The American Interest, May/June 2013, Monsoon; The Indian Ocean and the Future of American Power, 2011. The Revenge of Geography; What the Map Tells Us About Coming Conflicts and the Battle Against Fate, 2013
  • Paul Krugman: Increasing Returns and Economic Geography, Journal of Political Economy 99, 483-499, 1991, Voor een samenvatting, zie: http://economics.mit.edu/files/5487
  • Kishore Mahbubani: The lessons that smug Europe should learn from Asia, Summer 2011, Europe in 25 years; “If it stays on that course, Europe will become geopolitically irrelevant”, October 1, 2013. The New Asian Hemisphere; The Irresistible Shift of Global Power to the East, 2009. The Great Convergence: Asia, the West, and the Logic of One World, 2013.
  • Dambisa Moyo: Closing the China Gap, August 1, 2012, Winner Take All, China's race for resources and what it means for the world, 2012
  • Michael E. Porter: The Competitive Advantage of Nations, Free Press, 1990. (Republished with a new introduction, 1998.)The Competitive Advantage of Nations, Harvard Business Review, March + April 1990,
  • Klaus Schwab & Xavier Sala-i-Martín: The Global Competitiveness Report 2013–2014, World Economic Forum, 2013.

9.

Meer informatie

EuropaNu:

Defensiebeleid

EU vergeleken met de BRIC-landen (overgenomen van Eurostat (ESTAT), gepubliceerd op donderdag 31 mei 2012)

Militaire daadkracht Europese Unie

Onderzoeks- en innovatiebeleid

Wie zijn de economische grootmachten in de wereld?

Overige links/bronnen: