Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

'Teloorgang gevestigde partijen gaat door'

DEN HAAG - Waar eindigt het voor PvdA en CDA? De teloorgang van de oude, klassieke volkspartijen zet door. En hard ook. Dat is voor Gerrit Voerman, directeur van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen, de 'eerste, misschien wel meest opvallende conclusie' na de gemeenteraadsverkiezingen. 'Eerlijk gezegd weet ik niet waar het voor PvdA en CDA eindigt.'

Het is al een tijd aan de gang, legt 'partijkenner' Voerman uit. 'Vanaf 1994, na het derde kabinet onder leiding van Ruud Lubbers, brokkelt de vaste steun af voor de gevestigde politieke partijen in en om het politieke midden. Bij het CDA en PvdA is dat overduidelijk zichtbaar. De VVD doet het in de afgelopen twintig jaar relatief weliswaar beter, maar ook die partij is wel veel wisselvalliger geworden. Jarenlang hebben de Grote Drie de Nederlandse politiek gedomineerd. Maar die dragende functie wordt stap voor stap uitgehold, bij bijna elke verkiezing weer.'

Voor Voerman passen de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 in dat rijtje: een 'optater van jewelste' voor de PvdA, 'lelijk verlies' voor de VVD en 'geen wezenlijk herstel' voor het CDA. 'Dat regeringspartijen door de kiezer worden afgestraft, hoort er tegenwoordig bij. Maar zo fors - de PvdA wordt 'afgezet' in de grote steden, de traditionele rode bolwerken... - dat is toch wel heel bijzonder. Ook de VVD deelt in de malheur. En dat het CDA, ondanks een harde oppositie tegen de regeringscoalitie, niet echt wint, belooft weinig goeds voor die partij.'

Op de flanken profiteerde de PVV niet, maar de SP wel van het verlies van het politieke midden. Daarnaast boekten de lokale partijen forse vooruitgang.

Dat de 'constructieve oppositie'  - aangevoerd door D66 - de grote winnaar is, heeft Voerman genoteerd: 'Kennelijk is de kiezer ontvankelijk voor wat vroeger het “redelijke alternatief” heette. Wie het niet eens is met wat het kabinet voorstelt, kan ook in het centrum terecht. Redelijkheid à la D66 wordt beloond', zegt hij.

Daarom heeft Voerman zich verbaasd over het CDA, een partij die van oudsher de 'bemiddelende, matigende, verbindende' plek in het politieke centrum innam, die plaats heeft ingeruild voor een positie als concurrent van de VVD. ‘Zowel inhoudelijk als strategisch staat dat haaks op de christendemocratische traditie', analyseert hij. 'Zou niemand bij het CDA inzien dat de partij zo op een doodlopende weg zit?'

Voerman: 'Nederland staat boven aan de lijstjes van landen met veel politieke instabiliteit. We kennen een van de laagste politieke organisatiegraden, kiezers wisselen vaak van partij, partijloyaliteit is drastisch afgenomen. De gemeenteraadsverkiezingen bevestigen die trend. En er zijn geen tekenen die er op wijzen dat die volatiliteit vermindert.'

Waarom Nederland zo veel 'volatieler' is als bijvoorbeeld Duitsland, is een vraag die de Groningse hoogleraar al een tijdje bezig houdt. Los van vragen naar het 'vaderlandse individualisme’, zoekt hij het antwoord ook in de 'institutionele vormgeving van onze democratie': 'Het politieke stelsel is zo ingericht - geen kiesdrempels, geen districten - dat ongemak, ontevredenheid en onbehagen snel en gemakkelijk zichtbaar gemaakt kunnen worden. Bijna nergens is het zo gemakkelijk om een partij op te richten en in de gemeenteraad of de Tweede Kamer te komen. En omdat het zo gemakkelijk kan, gebeurt het ook vaker. Er is in Nederland, anders dan in Duitsland of Engeland, veel meer ruimte voor politiek ondernemerschap. Kijk ook maar naar het toenemende aantal lokale partijen.'

Gezien die grote volatiliteit, aldus Voerman, kan D66 ook niet op de lauweren rusten. 'Het is nooit een partij geweest die op een vaste aanhang kan rekenen. De Democraten kennen hun pieken en dalen. Hun positie in het midden werkte nu in hun voordeel, maar ze zijn daarmee ook erg kwetsbaar voor verliezen naar twee kanten, naar links en naar rechts. Zo snel als ze kunnen winnen, zo gemakkelijk kunnen ze ook weer verliezen.'