Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Meer Europa gewenst?

Dr. A.G. Harryvan doceert Internationale Betrekkingen aan de Rijksuniversiteit Groningen.

De vraag: ‘meer of minder Europa?’ suggereert een keuze. Alsof burgers, kiezers, volksvertegenwoordigers en regeringen voor verdere overdracht van bevoegdheden aan Europa kunnen kiezen, dan wel voor repatriëring van Brusselse competenties naar de nationale hoofdsteden. En inderdaad, de Europese Unie is als politieke gemeenschap de resultante van de verdragen die de lidstaten sinds 1950 met elkaar zijn overeengekomen. Die verdragen kunnen nader opgetuigd, dan wel afgeslankt worden. Toch is deze voorstelling van zaken misleidend, omdat ze de complexiteit van de situatie tekort doet. Bevoegdhedenoverdracht, in welke richting ook, is geen nulsomspel. Meer beslissingsmacht voor de Europese Unie betekent niet noodzakelijkerwijs verlies aan zeggenschap voor de regeringen van haar lidstaten.

Neem de invoering van de euro. Daarmee verloor Nederland zijn autonome wisselkoersbeleid en rentepolitiek. Toch werd daar in Den Haag niet over getreurd omdat die formele monetaire autonomie sinds het begin van de jaren zestig niet meer benut werd: op goede gronden volgden de Nederlandse Bank en de ministers van Financiën het Duitse monetaire beleid volledig. Materieel bezien heeft Nederland doordat het meepraat en meebeslist in het bestuur van de Europese Centrale Bank aan monetaire invloed gewonnen.

Evenmin impliceert vergroting van Brussels zeggenschap op tot dan toe nationale aangelegenheden een formele overdracht van nationale beslissingsbevoegdheden. Met het Euro-plus-pact van maart 2011 had volgens minister-president Rutte ‘geen soevereiniteitsoverdracht plaatsgevonden’. En strikt genomen was dat een juiste observatie, zij het tevens een van zuinigheid met de waarheid. De vergaande bevoegdheden tot toezicht op de nationale begrotingen toebedeeld aan de Europese Commissie verminderen wel degelijk materieel de beleidsruimte die Nederland geniet voor een eigenstandig begrotingsbeleid. Het toezicht op de systeembanken in Europa, opgedragen aan de Europese Centrale Bank, is een ander voorbeeld van het optuigen van Unie-bevoegdheden zonder formele overdracht van nationale zeggenschap. Daar was met het tot stand brengen van het kabinet Rutte-1 kennelijk geen rekening mee gehouden. Of juist wel? “Met het verdrag van Lissabon” stelde het in zijn regeringsverklaring, “is voor de komende periode de grens bereikt van overdracht van nationale bevoegdheden aan de Europese Unie”. Het onderscheid stelde Rutte c.s. in staat zich in Brussel een stuk coöperatiever op te stellen dan de geluiden voor het thuisfront zouden doen vermoeden.

Omgekeerd is het terughalen van Brusselse bevoegdheden naar de hoofdsteden niet evident in het voordeel van de repatriërende lidstaat. Toen in het Verenigd Koninkrijk de regering Cameron – opgejaagd door electorale successen van de anti-Europese United Kingdom Independence Party - overwoog gebruik te maken van de voor haar met het Verdrag van Lissabon bedongen optie uit de afspraken over het Europees Arrestatiebevel te stappen, kreeg ze van het House of Lords een gevoelige tik op de vingers. Een dergelijk besluit "would have significant adverse negative repercussions for the internal security of the United Kingdom and the administration of criminal justice in the United Kingdom”. Op de Nederlandse wensenlijst voor te repatriëren bevoegdheden staan onschuldige aangelegen zoals verlenging van het zwangerschapsverlof en regels voor bosbeheer, alsmede exotica als het bevorderen van het verstrekken van schoolmelk en schoolfruit. De marge voor hernationalisering van EU-bevoegdheden is in de praktijk gering.

Daarom: repatriëring van EU-bevoegdheden is vooral symboolpolitiek, ingegeven door electorale overwegingen. Meer Europa, al of niet stiekem, was en is de trend. Technologisch, economisch en politiek raken de landen van Europa steeds meer met elkaar verknoopt. Die interdependentie laat zich niet bij decreet stopzetten, hoe graag sommigen dat ook zouden willen.

Deze bijdrage verscheen in ‘De Hofvijver’ nr. 41, d.d. 28 april 2014.