Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Democratie is te zwaar om aan burgers op te hangen

Menno Hurenkamp is journalist en hoofdredacteur van S&D, het maandblad van de Wiardi Beckmanstichting.

Nederland is nogal dichtbezaaid met burgerinitiatieven. Hoeveel er precies zijn blijft gissen, maar zeker 200.000. Ook internationale vergelijkingen op dit terrein zijn lastig, maar onderzoekers zijn het over eens dat dit eerder veel dan weinig is. Dat was ook al zo voordat Mark Rutte de participatiesamenleving afkondigde; dat men in de buurt de handen uit de mouwen steekt is niet omdat men zo nauwgezet luistert naar de politiek maar omdat Nederlanders veelal wel lol hebben in zorgen en redderen. Niet iedereen en niet altijd, maar wanneer de wijk een beetje op orde is en de lokale overheid of het lokale traditionele middenveld af en toe een handje mee uitsteken, gebeurt er nogal veel op het terrein van boodschappen doen voor de buren, parkonderhoud, straatfeesten, sporttoernooien en al dat soort activiteiten.

1.

Geen democratisch pré

Over de staat van de democratie zegt deze grote hoeveelheid 'lichte gemeenschappen' niet zoveel. Het is in ieder geval geen democratisch pré, want het zijn veelal clubs van mensen die erg op elkaar lijken en die zich ook bezig houden met soortgenoten. Menging, discussie over buurtoverstijgende belangen en andere vormen van democratisch burgerschap staan een heel stuk lager op de agenda van de actieve burgers dan handen uit de mouwen voor de leefbaarheid, veiligheid en herkenbaarheid van de eigen omgeving.

2.

Democratie lijdt onder burgerinitiatieven

Je zou zelfs kunnen zeggen dat de democratie lijdt onder deze dichtheid aan burgerinitiatieven. Immers, de overheid verwacht er meer en meer van. Door de decentralisatie van de verzorgingsstaat en door de groeiende nadruk op zelfredzaamheid lijkt het alsof actieve burgers zo'n beetje de hele maatschappij moeten gaan dragen: alles moet tegenwoordig klein en spontaan zijn, hulp en zorg en begeleiding naar werk en inzet voor anderen, hoe dichterbij de burger hoe blijer de politiek is. Als gevolg is het steeds minder vanzelfsprekend dat politici en professionals hun vertegenwoordigende taken uitoefenen, dat er bemiddelende instanties tussen de burgers staan. Het optellen van al die lichte gemeenschappen tot het algemeen belang blijft dan meer dan ooit in handen van een kleine club slimmeriken, het land wordt eerder minder dan meer democratisch door grote nadruk op kleine burgerinitiatieven.

Het klinkt natuurlijk aardig, zo'n directe democratie van alleen actieve burgers, waarin we, net als in het Athene van de oudheid, de hele dag door met elkaar de samenleving maken. Zonder al die dure ambtenaren, zonder al die corrupte beroepspolitici, zonder opdringerige hulpverleners. Maar daar is Nederland, laat staan Europa, toch echt wat te groot voor: er moet niet alleen maar zorgzaam contact tussen verwanten zijn, maar ook indirect contact tussen vreemden. Daarvoor gebruiken we het parlement, politieke partijen, maar ook de werkplek, de welzijnsvoorzieningen, de media, grote pop- of sportevenementen - allemaal tussen vreemden bemiddelende instanties, die groot zijn en niet klein, die voorkomen uit subsidie of winstmotieven en niet uit spontaniteit, die in niks lijken op hedendaagse burgerinitiatieven.

Hoed u daarom voor politici die de democratie ophangen aan burgers, want daar is die democratie veel te zwaar voor.

Deze bijdrage verscheen in 'De Hofvijver' nr. 43, d.d 30 juni 2014.