Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

'Gewone man met ongewone gaven'

Willem Drees
Bron: Andere tijden

In maart 2014 verscheen het vijfde deel van de politieke biografie van Willem Drees (1886-1988) van de hand van Hans Daalder en Jelle Gaemers. Daalder is emeritus hoogleraar politieke wetenschap aan de universiteit Leiden.

Waarom heeft u voor Drees gekozen? Was dit op eigen initiatief of omdat er fondsen beschikbaar waren gesteld?

Als jong politicoloog had ik in november 1955 voor een onderzoek naar de totstandkoming van het illegale Parool een grondig gesprek met Willem Drees nog tijdens zijn premierschap. Op advies van zijn zoon Wim zond ik hem in 1960 mijn in belangrijke mate op biografieën en memoires van Britse politici gebaseerd proefschrift over Organisatie en Reorganisatie van de Britse Regering 1914-1958. Als jong hoogleraar vroeg ik hem een in 1959 gehouden lezing om te werken tot zijn boek De vorming van het regeringsbeleid (1965) dat hij in steno schreef en ik op zijn verzoek redigeerde. Sindsdien voerde ik regelmatig gesprekken met hem over politieke ontwikkelingen in het verleden en lopende jaren, waaronder elf gesprekken vastgelegd op tapes in het kader van een oral history project van de toenmalige Stichting Film Wetenschap. In 1973 uitte hij de verwachting dat later wel iemand een politieke biografie van hem zou willen schrijven en hij graag zag dat ik die iemand zou zijn.

Gezien een druk nationaal en internationaal hoogleraarschap was voor ons beiden duidelijk dat ik voor echt onderzoek pas tijd zou vinden na mijn emeritaat. In 1992 benaderde het Prins Bernhard Fonds mij of de door mij voorgenomen biografie van Drees deel zou kunnen zijn van het project van tien biografieën dat dit fonds financieel mogelijk wilde maken. Het toegekende subsidie maakte hem mogelijk de jonge historicus J.G. Gaemers bij het nodige onderzoek te betrekken. Hij leerde Drees’ stenoschrift lezen, ordende in etappes Drees’ archieven, schreef als proefschrift (De rode wethouder, 2006) over Drees’ leven tussen 1886 en 1940, Hij is co-auteur van het slotdeel Premier en Elder Statesman (2014). Mijn werk heb ik verricht uitsluitend op basis van mijn ABP pensioen. Door de jaren heen is door verschillende fondsen steun verleend, die het mogelijk maakten Gaemers in lange jaren (met onderbrekingen) bij het project te blijven betrekken.

Had u een speciale (maatschappelijke of politieke) affiniteit met Drees? Zo ja, is dat een vereiste?

Er was eerder sprake van intense wetenschappelijke belangstelling voor Drees’ kennis en inzichten in politieke ontwikkelingen en verhoudingen dan van specifieke politieke affiniteit (hoewel ik geboren ben in een socialistisch milieu, en in mijn jeugd getekend ben door de oorlog en bezetting, die van centrale betekenis was voor de steeds centralere plaats die Drees in de Nederlandse politiek op oudere leeftijd zou innemen). Ik heb niet eerder iemand gekend die een zo grondig en objectiverend inzicht had in politieke verhoudingen en problemen van bestuur en beleidsvorming, voor een beoefenaar van de politieke wetenschap een uitzonderlijke bron. 

Welke ontwikkeling heeft uw sympathie voor Drees doorgemaakt? Is uw sympathie gaandeweg sterker geworden, of juist verminderd?

Drees was een gewone man met ongewone gaven ‘tot het laatst van zijn leven vervuld van zijn idealen inzake socialisme en democratie’, zoals zijn kinderen schreven in zijn overlijdensadvertentie. Politiek en bestuur waren zijn enige werkelijke hobby. Hij is saai genoemd, maar was verre van dat. Hij was qua persoon eerder verlegen en bescheiden dan ostentatief, een man met sterke emoties die hij bewust leerde beheersen, wijs en voor anderen rustgevend, gekenmerkt door een grote maatschappelijke betrokkenheid en gevoel voor sociale rechtvaardigheid, een groot intellect, een uitzonderlijk geheugen en een uitgesproken gezond verstand. Ooit hekelde ik hem, net afgestudeerd, als een man met zoveel compromissen, dat het compromitterend werd. Pas later leerde ik de hardnekkigheid kennen, in het behartigen van zaken die voor hem van werkelijk principieel belang waren.

Kortom: mijn bewondering voor zijn kwaliteiten, en sympathie van zijn persoonlijkheid namen toe, hoe meer ik mij verdiepte in zijn lange politieke leven, voor en na zijn dood op bijna 102-jarige leeftijd, de laatste jaren nog heel lang helder, maar tragisch in zichzelf opgesloten door doof- en blindheid.    

Wat is de meest opvallende 'uitkomst' of 'ontdekking' geweest van de biografie?

De vele onwaarheden die rondom Drees’ persoon zijn ontstaan: dat hij een provinciaal politicus in plaats van een man met scherp inzicht in internationale ontwikkelingen; dat hij niets begreep van Indonesische ontwikkelingen, en bij uitstek verantwoordelijk was voor de beide politionele acties en het toedekken van ‘excessen’; dat Drees de grondlegger bij uitstek was van de verzorgingsstaat; dat hij zijn (blijvend radicale) socialistische denkbeelden inruilde voor opportunistische coalitiepolitiek.

Wat voegt de biografie toe?

Een realistisch portret van de man, die Jelle Zijlstra een minister-president ‘op eenzame hoogte’ heeft genoemd; inzicht in bijna een eeuw Nederlandse politieke verhoudingen en de vorming van het overheidsbeleid in tal van sectoren op nationaal en lokaal niveau.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 30 juni 2014.