Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Unie & lidstaten: Nederland

Hanco Jürgens is onderzoeker aan het Duitsland Instituut en fellow van het Montesquieu Instituut. Jürgens is auteur van 'Na de val, Nederland na 1989' (Nijmegen 2014).

Als je de krantenkoppen er op naslaat zou je het niet zeggen, maar Nederland behoort tot een bevoorrechte groep van kleinere landen met een relatief grote inbreng in de EU. Door de kredietcrisis zijn de kaarten in Europa opnieuw geschud in het voordeel van Oostenrijk, Polen, Finland en de Benelux. Nu er zand in de machine van de Frans-Duitse as is gestrooid, zoekt Duitsland toenadering tot deze landen om een gezamenlijk front te vormen in de bestrijding van de kredietcrisis. Nederland kan bovendien een belangrijke rol spelen bij het binnenboord houden van de Britten. De sterke positie van Nederland is daarom voorlopig gegarandeerd. 

De tijd dat een Franse ambassadeur zich publiekelijk beklaagt over de ziekelijk egalitaire Nederlandse cultuur, de wijn die naar kurk smaakt en een lunch van koude boterhammen met een glas melk ligt ver achter ons. ‘Als Parijs morgen besluit om me terug te roepen, pak ik mijn tandenborstel en ben ik weg’, verzuchtte Daniel Bernard in een geruchtmakend interview uit 1995 in NRC Handelsblad. Niet alleen is de Nederlandse eetcultuur sinds die jaren verbeterd, ook de Nederlandse positie in Europa is zichtbaar sterker geworden. Tegenwoordig haalt een Franse ambassadeur het wel uit zijn hoofd om de Nederlanders onnodig te bruuskeren. Anders dan veel Nederlanders denken, telt ons land immers mee aan de vele vergadertafels van de Europese Unie. Nederland behoort tot een groep kleine landen die effectief invloed uitoefent door op meerdere schaakborden tegelijk te spelen, door de lijnen kort te houden en snel te schakelen. Vooral als het gaat om economische of monetaire vraagstukken is Nederland een belangrijke speler, geruggensteund door De Nederlandsche Bank. Dit instituut heeft niet alleen zeggenschap over het monetaire beleid, maar kan ook via de connecties in Frankfurt invloed uitoefenen op de Europese hoofdsteden, in het bijzonder op Berlijn. 

Nederland voorop

Twee voorbeelden bevestigen de sterke positie van Nederland. Toen premier Balkenende op 11 februari 2010 tijdens een EU-top voorstelde om het IMF in te schakelen om de Griekenland-crisis op te lossen, stond hij geheel alleen. De Europese regeringsleiders duldden geen pottenkijkers van buiten. Zij zochten naar een Europese oplossing voor dit probleem. Niet veel later ging Angela Merkel alsnog overstag. Zij overtuigde haar minister van Financiën; begin mei werd het officieel EU-beleid. En in september 2011 ging de regering Rutte op campagne voor een sterke Eurocommissaris die toeziet op de begrotingen van landen. Merkel zag er niet zoveel in: zij ging voor automatische sancties tegen begrotingszondaars waarop het Europese Hof van Justitie moest toezien. Het Nederlandse voorstel kwam erdoor, zij het dat de Franse interpretatie van het Stabiliteits- en Groeipact nog steeds voor veel spanningen in Brussel zorgt.  

Ondanks de successen van de Nederlandse diplomatie lezen we weinig over de macht van Nederland in de EU. En dat is opmerkelijk. Er is een karrenvracht aan literatuur over Duitsland als ‘een groter Zwitserland’ of als ‘weigerachtige hegemon’ van Europa, of over Frankrijk als tanende macht of tijdbom, maar er is in het afgelopen decennium heel weinig geschreven over de bijzondere positie van kleine landen in de EU, of over Nederland als een honest broker, een eerlijke makelaar tussen Groot-Brittannië en Duitsland. Zijn we sinds het einde van de Koude Oorlog verleerd om in machtstermen te denken? Of zijn we vermoeid geraakt door een aantal forse tegenvallers in de Nederlandse buitenlandse politiek, van zwarte maandag, Srebrenica tot aan het referendum over de Europese grondwet? Of, en dat kan ook, zijn we helemaal niet meer geïnteresseerd in wat de jongens en meisjes in Brussel bekokstoven? Dat laatste lijkt me niet het geval. Juist de politici die belangrijke posities innemen in de EU, Timmermans en Dijsselbloem, genieten een hoge status in Nederland. De Nederlandse invloed is wel degelijk een issue, maar is te weinig zichtbaar door de Brusselse vergadercultuur waarin alle meningsverschillen tussen landen voorafgaand aan de Eurotoppen worden weggemasseerd. Ook de buitenlandse pers lijkt weinig oog te hebben voor de Nederlandse machtsfactor. Dat blijkt vooral wanneer The Economist en Financial Times weer eens tekeer gaan tegen de Europese bezuinigingspolitiek. Zij richten al hun pijlen op mevrouw Merkel, die er fijntjes op wordt gewezen dat Duitsland onnodig een veel te hoog handelsoverschot in stand houdt. In een reeks sterke covers van The Economist figureert Angela Merkel steeds weer als de kwade genius van het achterblijven van de economische vraag in de Eurozone. De visie van Nederland over dit vraagstuk lijkt er in deze bladen weinig tot niets toe te doen. En dat terwijl Duitsland de zo bekritiseerde austerity-politiek alleen met succes kan handhaven door de steun van kleine landen zoals Nederland, het land dat in 2011 en 2012 nog het grootste handelsoverschot van de Eurozone had. Opvallend was ook hoe weinig maatschappelijke impact de harde woorden van de vorige minister van financiën Jan Kees de Jager hadden aan het adres van Zuid-Europese begrotingszondaars. Demonstranten in Zuid-Europa gaven massaal Merkel de schuld van hun ellende. 

Zo werkt Nederland in de schaduw van Duitsland met succes aan een stevige positie in de EU, zonder er al te vaak op te worden aangesproken. Het negatieve bijeffect is dat er in Nederland zelf het beeld is ontstaan dat het er allemaal niet zo toe doet wat wij vinden.