Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Scenario's na de Statenverkiezingen

Het in november 2012 aangetreden tweede kabinet-Rutte kan in de Eerste Kamer niet rekenen op een meerderheid. WD en PvdA hebben samen 30 zetels. Om wetsvoorstellen door de Eerste Kamer te loodsen moest het kabinet nu dus steun zien te verwerven van minstens acht leden van oppositiefracties (uitgaande van de veronderstelling dat alle leden van de fracties van WD en PvdA voor stemmen). Vraag is hoe het na de verkiezingen in mei 2015 met de steun in de Eerste Kamer zit.

Tot nu slaagde het kabinet zich van een meerderheid te verzekeren, zowel door steun van D66, ChristenUnie en SGP (samen acht zetels), als door combinaties waarbij ook GroenLinks en/of CDA deel waren betrokken. Gesproken kon worden van 'constructieve oppositiefracties'. In potentie beschikken coalitie en die fracties over 56 zetels en dus een ruime meerderheid. Steun van het CDA (nu 11 zetels in de Senaat) is daarbij echter onzeker en onduidelijk is verder of andere fracties even 'constructief blijven.

1.

Wel of geen 'constructieve' meerderheid

De vraag lijkt allereerst of coalitiefractie en vier constructieve oppositiefracties (D66, ChristenUnie, GroenLinks en SGP) samen een meerderheid halen. Die meerderheid blijft behouden als hun gezamenlijke verlies beperkt blijft tot vijf zetels. Die fracties in combinatie met het CDA kunnen zich een verlies van achttien zetels veroorloven.

Behalve van de constructieve oppositie is wellicht ook steun te verkrijgen van OSF of 50PLUS, maar zeker voor laatstgenoemde partij geldt dat dit twijfelachtig is.

Behoud van een 'constructieve' meerderheid is een randvoorwaarde voor het kabinet om belangrijke wetgeving tot stand te brengen. De kans dat oppositiefracties alles in de Senaat zullen blokkeren, is evenwel niet waarschijnlijk. Denkbaar is wel dat de PW zich zodanig opstelt.

Behalve een herziening van het belastingstelsel zijn alle voorziene grote hervormingen inmiddels door beide Kamers aanvaard. In die zin kan het kabinet, zelfs bij verlies van de meerderheid, doorregeren.

Vraag is wel hoe dit deel van de oppositie zich bij de begrotingsbehandeling gaat opstellen. Verwerping van een begroting of van (delen) van het belastingplan leidt onherroepelijk tot de val van het kabinet.

2.

Onderlinge verhoudingen

Problematischer lijkt de situatie waarin onderlinge verhoudingen sterk gaan veranderen. Gedacht kan worden aan zwaar verlies van de PvdA en grote winst van D66. Maar ook dan geldt dat een andere opstelling van D66 alleen denkbaar is als het kabinet met omstreden wetsvoorstellen komt. D66 kan zich in onderhandelingen daarover harder gaan opstellen.

Zwaar verlies voor de PvdA zou ertoe kunnen leiden dat die partij zich meer wil gaan profileren. Dat zal eerder in de Tweede Kamer (of in het kabinet) tot uiting komen dan in de Eerste Kamer, al Met de gang van zaken rond de Zorgwetgeving zien dat ook PvdA-senatoren problemen kunnen veroorzaken.

Het ligt niet voor de hand dat de PvdA-Senaatsfractie zich als eerste geroepen zal voelen een crisis te veroorzaken. Veel hangt af van hoe de partijleiding (Samsom/Asscher) oordelen over de positie van de PvdA na een ernstig verlies. Als zij heil zien in voortzetting van de coalitie ligt een spoedige crisis niet voor de hand.

3.

Electorale schade

De betrokkenheid van kabinet en partijen bij de verkiezingscampagne rond de Statenverkiezingen vergroot de kans dat een zware nederlaag van de regeringspartijen toch gevolgen heeft. Strikt genomen is er geen reden voor die partijen om rekening te houden met dat kiezersoordeel, maar het wegvallen van draagvlak kan een eigen (dynamische) rol gaan spelen.

CDA-voorman Sybrand Buma heeft laten weten dat zijn partij niet in de Eerste Kamer zal aansturen op een breuk, omdat hij dat niet op de weg van die Kamer vindt liggen.

Net als voor de PvdA zal het oordeel van partijleiding (en bij de WD dus inclusief het oordeel van premier Rutte) doorslaggevend zijn. Als kabinet en regeringspartijen verwachtten dat aan het einde van de kabinetsperiode (in 2017) hun positie veel beter kan zijn, dan wordt doorregeren waarschijnlijk als betere optie gezien dan nu verkiezingen uitschrijven, met vrijwel zeker verlies.

4.

Huidige verhoudingen

Coalitie VVD, PvdA (nu 30 zetels)

C3: +SGP, CU, D66 (nu 38 zetels)

C4: +SGP, CU, D66 en GroenLinks (nu 43 zetels)

C5: +SGP, CU, D66, CDA, GroenLinks (nu 54 zetels)


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 23 februari 2015.