Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Hoe zit het nu met de steun aan Griekenland?

De steun aan Griekenland wordt verleend in een gezamenlijk programma van IMF en wat heet het European Financial Stability Facility (EFSF). Dat EFSF, inmiddels opgevolgd door het European Stability Mechanism (ESM) was in 2010 in allerijl opgericht om steun aan getroffen Europese staten mogelijk te maken. 

Het ESM voert momenteel de nog lopende hulprogramma's uit het ESFS uit. Uit dat ESFS ontving Griekenland tot de zomer van 2014 steun. Het programma begon in 2012, en bedraagt inmiddels al 141,9 miljard, aangevuld met 48,8 van het IMF. De ESFS steun werd verlengd tot 28 februari 2015. 

Nu gaat het om uitkering van verdere fondsen voor een periode van zes maanden. Betaling is gebaseerd op een programma zoals dat was afgesproken met Griekenland. Dat betreft kwantitatieve criteria en positieve evaluaties van door Griekenland gemaakte vooruitgang.

Nationale parlementaire betrokkenheid 

In 2012 werd er een afspraak gemaakt tussen de regering en de Tweede Kamer over parlementaire betrokkenheid. Die betrokkenheid geldt voor ESFS en ESM besluiten. Uitgangspunt is de Tweede Kamer nauw te betrekken bij alle besluiten in eurozone-verband over feitelijke steunoperaties. En om het parlement het recht toe te kennen om zoveel mogelijk vooraf invloed uit te oefenen. Hoe dat zal gaan is een beetje afhankelijk van de inhoud van het EFSF of ESM besluit. Bij macro-economische aanpassings- en preventie programma's, waaronder ook de uitkering van tranches valt, geldt een termijn van zeven kalenderdagen en een procedure van parlementair voorbehoud van 3 werkdagen. Deze procedure geldt ook bij een besluit tot stopzetting: zie Tweede Kamer 21.501-07, nr 877). 

En inderdaad. Tot 28 februari zijn er na vrijdag 20 februari 2015, zeven kalenderdagen. Voor Duitsland geldt eveneens een nationale eis voor parlementaire betrokkenheid, vooraf. Aldaar is er sprake van een wettelijke regeling waarin parlementaire inbreng is verzekerd, de EUZBBG. Afwijking van de normen van deze wet kan uiteraard niet zonder wetswijziging plaatsvinden. En staan blijft dat het parlement tijdig moet worden ingelicht en de kans tot een plenair debat moet hebben gehad. 

De Nederlandse procedure kan uiteraard in overeenstemming met de Tweede Kamer in geval van spoed worden aangepast en anders worden toegepast. Maar ook hier geldt dat het niet voor de hand ligt dat parlementaire betrokkenheid niet recht wordt gedaan. Het gaat er om spannen dus, en hoe dan ook is de Tweede Kamer volgende week aan zet.