Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Dubbele opkomst Waterschapsverkiezingen

Ilona Elfferich-Rodenburg en Albert Vermuë, respectievelijk adviseur Public Affairs en Algemeen Directeur bij de Unie van Waterschappen

Op 18 maart vonden de Waterschapsverkiezingen gecombineerd met de verkiezingen voor provinciale Staten plaats. De waterschappen hebben er ruim zes jaar op moeten wachten, met veel onzekerheid over hoe de verkiezingen eruit zouden gaan zien. De verkiezingen van 2008 werden voor het eerst landelijk georganiseerd met deelname van politieke lijsten. Voor die tijd was er het systeem van het personenstelsel, kandidaten stelden zich individueel verkiesbaar. Na 2008 waren er plannen om indirecte verkiezingen via de gemeenteraad te houden, directe verkiezingen tegelijk met de verkiezingen voor de gemeenteraad, maar uiteindelijk stemde het parlement in met het plan van het kabinet Rutte II, om stembusverkiezingen tegelijk met de Provinciale Statenverkiezingen te houden. 

Combinatie van verkiezingen

Maar er veranderde meer. Het was de eerste keer dat kiezers in heel Nederland voor het Waterschap naar de stembus konden. In 2008 konden stemgerechtigden gedurende een aantal dagen hun stem uitbrengen per brief. Uiteindelijk heeft 22,7% van de stemgerechtigden dit toen gedaan. Een van de doelstellingen van het kabinet was om de opkomst voor de verkiezingen te verhogen en dat is prima gelukt. Bij de verkiezing op 18 maart heeft 43,5% van de kiesgerechtigden gestemd. Dat zijn meer dan vijf miljoen mensen. 

Voor veel betrokkenen waren deze verkiezingen spannend. De provincies die hun verkiezingen moesten delen, de waterschappen die voor het eerst via de stembus verkiezingen hadden, maar uiteraard ook de gemeenten die aan de lat stonden voor de organisatie van de twee verkiezingen, wat logistiek veel vraagt. De procedures daarvoor zijn vastgelegd –ook al voor eerste keer- in de Kieswet. 

Met de integratie van de waterschapsverkiezingen in de Kieswet beoogde de wetgever – naast de hogere opkomst- de procedures voor de verschillende verkiezingen in Nederland te stroomlijnen. Een voorlopige conclusie kan ook hier zijn dat dit doel bereikt is. De verkiezingen zijn zonder noemenswaardige problemen verlopen. Vooraf werd gevreesd voor onduidelijkheid in gemeenten waar 2 of 3 Waterschappen actief zijn. Maar incidenten daarmee zijn niet gemeld. Duidelijk is dat de gemeenten op het gebied van organisatie van verkiezingen een uitermate professionele partij zijn.

De verkiezingen voor Provinciale Staten en de Waterschappen stonden enigszins in de schaduw van die voor de Eerste Kamer. Toch was er veel interesse van media. Ook het Montesquieu Instituut deed mee aan het debat, onder andere door een bijdrage van hoogleraar Europees en nationaal waterrecht Marleen van Rijswick.

De waterschappen

Niet alle aandacht was positief. De filmtrailer ‘Windkracht 21’ van het hoogheemraadschap van Rijnland werd op de korrel genomen in ‘Zondag met Lubach’ Er was discussie over de vraag of sommige campagnes niet teveel inspeelden op angst voor overstromingen. Maar veel media waren ook oprecht geïnteresseerd in het instituut waterschappen. Wat doen ze precies? Hoe zijn ze samengesteld? En waar(om) moeten we (er)op stemmen? Dat veel kiezers op zoek waren naar informatie blijkt uit het grote aantal mensen dat het Kieskompas heeft ingevuld (ruim 1,5 miljoen) en de site van de waterschappen (www.waterschappen.nl) heeft bezocht. De OESO heeft vorig jaar geconcludeerd dat het waterbewustzijn bij veel Nederlanders laag is. Deze verkiezingen, met de bijbehorende aandacht, waren de eerste grote bewustzijnscampagne en hebben veel burgers hopelijk beter doen beseffen dat we in Nederland leven in een delta en dat daaraan permanent gewerkt moet worden.

Politieke partijen

En ook politieke partijen lieten zich niet onbetuigd. Een recordaantal van 8 landelijke politieke partijen heeft meegedaan aan de verkiezingen; VVD, CDA, PvdA, CU, SGP, PvdD, 50Plus en Mens en Spirit, waarvan alleen de laatste geen zetels wist te bemachtigen. Samen wisten deze partijen in totaal 270 zetels van de in totaal 464 te behalen (58%). 

Het CDA is de grootste landelijke politieke partij geworden met 76 zetels, gevolgd door de VVD met 68 zetels. De twee landelijke waterspecifieke partijen, Water Natuurlijk en de Algemene Waterschapspartij behaalden respectievelijk 83 en 29 zetels. Samen behaalden zij 24% van het totaal. In 2008 lag dat percentage op 26%, waardoor de conclusie te rechtvaardigen is dat ze ondanks de gecombineerde verkiezingen waarbij zij niet meedoen in de Provincie, zich toch goed hebben gehandhaafd. Blijkbaar voorzien zij in een behoefte aan partijen die zich rondom het specifieke waterbelang organiseren. Water Natuurlijk is qua zetelaantal zelfs de grootste partij geworden. 

50Plus is de grootste nieuwkomer in de waterschappen. In 2008 deden zij nog niet mee met de verkiezingen, nu hebben zij zetels in 18 van de 23 waterschapsbesturen. De Partij voor de Dieren is ten opzichte van 2008 qua zetelaantal verdubbeld. 

De lokale partijen hebben bij deze verkiezingen minder zetels behaald. In 2008 waren de lokale partijen samen goed voor 22% van de zetels, dit jaar daalde dat naar 17%.

Al met al zijn de verkiezingen vanuit het gezichtpunt van de waterschappen goed verlopen. De opkomst was bijna het dubbele van de vorige keer, de organisatie door de gemeenten verliep vlekkeloos, landelijke en waterspecifieke partijen deden mee en vonden beiden een plek in de besturen en de aandacht van de media genereert bewustzijn bij burgers voor de specifieke situatie van het leven in een Delta. Er zijn dus heel veel redenen om de volgende verkiezingen in 2019 weer op dezelfde manier te organiseren. 


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 30 maart 2015.