Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Bed, bad en brood-compromis weinig verheffend

Er is witte rook en een bed, bad en brood compromis. Er is daar veel mee mis; en niet alleen met de inhoud van het akkoord maar ook met de gang van zaken. Pechtold noemde de interne kabinetsdiscussies over de bed, bad en brood regeling al beschamend. En ja, de discussie was niet erg verheffend, en de uitkomst is dat evenmin. 

Tien punten van kritiek en bedenking:

  • 1. 
    Het is toch eigenlijk niet goed voorstelbaar dat we in kabinetscrisis-achtige omstandigheden eindeloos hebben gediscussieerd over zoiets elementairs als bed, bad en brood voor mensen zonder dak boven hun hoofd. Dat is beschamend omdat we daarmee de menselijke waardigheid geweld aan doen, en buitengewoon krenterig omgaan met internationale mensenrechtenverdragen. Zelfs onze eigen grondwet spreekt van bestaanszekerheid van de bevolking in art. 20 lid 1. En het IVESCR verdrag spreekt van een behoorlijke levensstandaard (voeding, kleding, huisvesting) en recht op vrijwaring van honger.
  • 2. 
    Inderdaad is het zo dat na het oordeel van het Comité van Experts dat oordeelt over schendingen van het Europees Sociaal Handvest, waarbij het Comité uitsprak dat een bed, bad en brood regeling nodig was, het Comité van Ministers een wel erg dubbelzinnige en vage uitspreek deed. Het Comité nam kennis van de opvatting van het Comité van Experts dat het ESH was geschonden maar erkende tevens de complexiteit van de materie, vooral vanwege de vraag of het ESH ook ziet op niet rechtmatig verblijvende vreemdelingen. 

    Het Comité kwam niet echt tot een beslissing en vroeg de Nederlandse regering om “any possible developments in the issue” te rapporteren. Het Comité van Ministers oordeelde dus niet dat Nederland het ESH had geschonden resp. verplicht is te rapporteren over aangebrachte verbeteringen, maar louter over mogelijke ontwikkelingen. Juridisch inderdaad niet een verplichting om nu meteen regelingen te treffen. Maar wel was er al eerder een (voorlopige voorzienings) uitspraak van de CRvB waarin opvangregelingen wel werden opgelegd). Ondanks de zwakke, want grotendeels politieke uitspraak van het Comité van Ministers, was er toch een beredeneerd oordeel van het Comité van Experts? Er is toch niet minder minimum te bedenken dan bed, bad en brood?

  • 3. 
    In rechte is het laatste woord nog niet gezegd. De regering heeft het huidige compromis gemaakt mede in afwachting van een uitspraak van de Raad van State: dat is dus afschuiven van een politieke verantwoordelijkheid naar de rechter. Dat gebeurt vaker, maar had dat dan ook echt afgewacht, door voor nu de bestaande praktijk van gemeentelijke opvang voort te zetten! Uiteraard moet een oordeel van de rechter worden gerespecteerd, maar het ligt toch voor de hand om als je als regering echt snel actie wil ondernemen, je dan zelf eerst met een richtinggevend besluit komt waarin men alle vertrouwen heeft dat het een rechterlijke toets kan doorstaan en dat aan eisen van uitvoerbaarheid en menselijkheid voldoet. 
  • 4. 
    Tijdens het onderhandelingsproces is wel gesproken met enkele burgemeesters, zoals met Van der Laan. Maar in het licht van de grote decentralisatie operaties waarbij de WMO zorg verplichtingen bij de gemeenten neerlegt en gemeentes de zorgplicht naar de groep mensen die het aangaat ook uitvoeren en willen uitvoeren, is het verbazend dat de landelijke politiek de gehele materie naar zich toetrekt en in crisisachtige sfeer een akkoord maakt dat de uitvoering voor gemeenten moeilijker maakt. En sterker nog, gemeenten financieel wil bestraffen die hun zorgplicht desondanks blijven uitvoeren.
  • 5. 
    Maar het lijkt toch niet te veel gevraagd om voor de kleine groep die het aangaat het menselijke minimum te regelen. Vooral omdat er een meerderheid voor lijkt te zijn in het parlement en vele gemeenten al op die manier werkten. Het is toch beschamend als louter om electorale redenen, stemmenverlies naar de PVV, de VVD zoiets basaals niet wil erkennen, of bezorgd is om gezichtsverlies. Zo’n gijzeling van de VVD en dus de meerderheid door angst voor stemmenverlies naar de PVV, had met opgeheven hoofd moeten worden bestreden. Het pleit niet voor de VVD dat men zich zo heeft laten gijzelen. Het geeft ook een vreemde indruk van de politiek: een meerderheid is ergens voor, maar we gaan het niet doen.
  • 6. 
    Kennelijk is het geven en nemen door VVD en PvdA voorbij; er wordt elkaar niets meer gegund, maar er wordt ouderwets een compromis in elkaar geknutseld dat onbegrijpelijk en onuitvoerbaar is en weinig respectvol is voor de toepassing van fundamentele mensenrechten. Dat is niet erg vertrouwenwekkend voor de politiek.
  • 7. 
    Het compromis is uiteraard ook de PvdA aan te rekenen. Het is tenslotte een akkoord tussen beide coalitie partijen. De VVD heeft zich klemgezet door hard te openen, en dan is er zonder gezichtsverlies geen weg meer terug. De PvdA heeft zich aan het akkoord gecommitteerd, want niemand zit echt te wachten op een kabinetscrisis. En inderdaad dit moet ook niet tot zo’n crisis leiden. Door referte aan de politieke meerderheid in de Tweede Kamer, de steun in gemeenten voor gemeentelijke opvang, de grondrechtelijke grondslag voor zorg aan de groep mensen die het aangaat, had het conflict veel kleiner kunnen blijven dan het nu is geworden.
  • 8. 
    Er wordt geschermd met argumenten dat een bed, bad en brood regeling een aanzuigende werking zal hebben. Wel, ik denk niet dat de stroom vluchtelingen over de Middellandse zee vanwege onze bed, bad en brood regeling de overtocht maakt. Het blijft tenslotte een minimale regeling waarbij nog steeds kan worden ingezet op terugkeer of vertrek. Ik ken ook weinig empirisch bewijs van een causaal verband.
  • 9. 
    Inderdaad kosten menselijke waardigheid en mensenrechten soms geld en inspanning, maar is het te veel gevraagd om voor bed, bad en brood voorzieningen te blijven zorgen? Die staan niet in de weg dat mensen tevens gestimuleerd worden om terug te keren of weg te gaan. Maar de werkelijkheid is niet dat als we bed, bad en brood voorzieningen niet aanbieden mensen dus vanzelf en snel teruggaan. Dat kan men politiek vinden, maar het gebeurt zo niet. Regelingen die we maken behoren toch ook de werkelijkheid in de oog te houden. Net doen of sommige mensen er niet zijn betekent niet dat ze er niet zijn.
  • 10. 
    De Nederlandse Grondwet spreekt van bevordering van de internationale rechtsorde (art. 90) en Den Haag wordt gepromoot als judicial capital of the world. Noblesse oblige!