Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Valkuilen voor het Nederlands EU voorzitterschap

donderdag 3 september 2015, 10:40

DEN HAAG (PDC) - 'We hebben geen premier nodig met een januskop, maar een premier met een consistent verhaal in binnen- en buitenland'. Met deze stelling leidde Arco Timmermans (bijzonder hoogleraar Public Affairs) gisteren het debat in over een vooruitblik op het Nederlandse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie. Daarna volgde een discussie met Judith Sargentini (Europarlementariër GroenLinks), Bas van ‘t Wout (Tweede Kamerlid VVD) en Tomas Vanheste (Europawatcher De Correspondent). Journalist en presentator Max van Weezel modereerde het debat dat werd georganiseerd door het Montesquieu Instituut in samenwerking met NieuwspoortProDemos en het Filmhuis Den Haag.

Volgens Timmermans moet Nederland tijdens het voorzitterschap in 2016 op een neutrale, consistente manier zien om te gaan met de 'ontembare thematiek' waarin Griekenland en het vluchtelingenprobleem op dit moment de boventoon voeren. In binnen- en buitenland moet Nederland als voorzitter met één stem spreken, aldus Timmermans. Nederland kan zich in de positie van voorzitter volgens Timmermans voornamelijk sterk houden als het zich voor 80 procent ambtelijk en zakelijk houdt, en voor 20 procent bezig is met de politieke en publieke kant van het voorzitterschap. Tijdens het debat kwam hij echter tot de conclusie dat de 80/20 verhouding een 100/0 verhouding wordt omdat de politieke en publieke kant van het voorzitterschap klaarblijkelijk te gevoelig ligt.

Vanheste is van mening dat het in zekere mate onvermijdelijk is om, zeker tijdens het voorzitterschap, een premier met een januskop te hebben. Nederland kan als voorzitter wel degelijk een bepaalde opinie hebben maar uiteindelijk beslist een meerderheid van de lidstaten. Dit kan ertoe leiden dat het vooraf ingenomen standpunt van Nederland afwijkt van de uitkomst van een Europees besluit dat Nederland als voorzitter dan moet uitdragen. Wel denkt Vanheste dat de politieke en publieke kant die het voorzitterschap met zich meebrengt goed ingevuld kan worden door hier veel energie in te steken.

Ook Sargentini betoogde dat je niet altijd consistent kunt zijn. Zij illustreerde dat door aan te geven dat nationale belangen en Europese belangen niet altijd identiek zijn. Het komt volgens haar dan ook zeker voor dat politieke partijen in het Europees Parlement een andere stem laten klinken dan dezelfde partij in bijvoorbeeld de Tweede Kamer. Het kabinet houdt volgens haar aan elkaar vast om op deze manier door het voorzitterschap heen te komen.

Van ’t Wout onderstreepte dat hij zich als VVD’er wel degelijk een Europeaan voelt, maar dan wel een eurokritische Europeaan. Geen eurofiel als D66 en geen eurofoob als de PVV. Hij benadrukte dat we geen overdreven verwachtingen moeten hebben van het voorzitterschap. Zo stelde hij 'als je honderd zaken aan wilt pakken, is er een kans dat je er nul bereikt'. Er komen zoveel grote onderwerpen voorbij, hiermee krijgt Nederland het volgens Van ’t Wout al druk genoeg.