Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

De vergaderzalen van de Tweede Kamer

Diederik Smit, postdoctoraal onderzoeker, Universiteit Leiden

Het is moeilijk een voorstelling te maken van de Tweede Kamer, zonder te denken aan de plenaire vergaderzaal. Vrijwel iedere dag zijn de blauwe Kamerzetels in kranten en televisiejournaals te zien en zijn journalisten en bezoekers in de directe omgeving van de zaal te vinden. Zeker voor jongeren geldt dat de door architect Pi de Bruijn ontworpen zaal onlosmakelijk met de Tweede Kamer is verbonden. Voor oudere generaties ligt dit anders. Zij zullen wellicht nog wel eens met weemoed terugdenken aan de oude vergaderruimte, met zijn krappe groene bankjes en dikke groene gordijnen, waarachter met een sigaar of sigaret de zaken nog eens rustig besproken werden. Hier, in de voormalige balzaal van het paleis van Willem V, vergaderde de Tweede Kamer ruim 170 jaar: van de eerste vergadering in Den Haag op 16 oktober 1815 tot de verhuizing naar de huidige zaal in 1992. Enkel in de oorlogsjaren 1940-1945 en tijdens verbouwingen bleef de zaal leeg.

 
De Tweede Kamer

De oude Balzaal

Het besluit om in de oude balzaal te vergaderen was uit nood geboren. Na de uitbreiding met de Zuid-Nederlandse leden en de invoering van het tweekamerstelsel in 1815, pasten de Staten-Generaal simpelweg niet langer in de tot dat moment gebruikte vergaderruimte: de historische Trêveszaal. Men besloot daarom dat deze ruimte voortaan onderdak zou bieden aan de Eerste Kamer, terwijl de Tweede Kamerleden zouden plaatsnemen aan de overkant, in de tochtige en gehorige zaal waar eerder - in de Bataafse tijd - al de  Nationale Vergadering bijeen was gekomen.

Ook de vergaderopstelling van de oude zaal, met zijn kenmerkende tegenover elkaar opgestelde bankjes, kwam om praktische redenen tot stand. In de beginjaren zat men namelijk nog in een u-vorm, gelijk de opstelling van de leden van de Nationale Vergadering. Met het vertrek van de Belgische Kamerleden, kwamen er echter zoveel plaatsen vrij dat de bankjes langs de lange zijde van de zaal niet meer nodig waren. Toen deze uiteindelijk in 1851 werden weggehaald, bleven twee tegenover elkaar liggende blokken over. Aanvankelijk stonden de zijden overigens nog niet voor twee tegengestelde politieke kampen. Kamerleden hadden namelijk geen vaste zitplaats en zaten vaak door elkaar. Pas in de loop van de negentiende eeuw zouden gelijkgestemde Kamerleden bij elkaar gaan zitten en zou geleidelijk de verdeling ontstaan in progressief links en conservatief rechts. 

Gedurende de jaren dat de oude balzaal als plenaire vergaderzaal in gebruik was, is er veel aan de ruimte verbouwd. De troon, die bijna negentig jaar in de zaal te vinden was, verdween begin twintigste eeuw uit de Kamer, en niet veel later volgde ook het baldakijn boven de voorzittersstoel. Ervoor in de plaats kwamen een spreekgestoelte en technologische innovaties, zoals geluidsversterking en centrale verwarming. Bij een laatste grote verbouwing in de jaren 1950 werden onder meer de publieke tribunes vergroot, de vloer van de zaal verlaagd en werd in het midden van de zaal het bekende ‘stenografentrapje’ aangelegd.

 
plenaire zaal vanaf bovenkant

De nieuwe vergaderzaal

Ondanks deze veranderingen aan de zaal, bleef het gebrek aan comfort een probleem. Zeker nadat in 1956 besloten was het aantal leden uit te breiden naar 150, nam de onvrede over de behuizing bij zowel parlementariërs als Kamerpersoneel toe. Deze onvrede was de belangrijkste reden om begin 1970 het besluit te nemen tot uitbreiding en nieuwbouw. Niet alleen diende het aantal werkruimten in het gebouw flink te worden uitgebreid, ook zou de Kamer eindelijk de beschikking moeten krijgen over een ruime, goed toegankelijke vergaderzaal.

In een aantal opzichten verschilt de huidige zaal dan ook duidelijk van de oude zaal. De Kamerleden zitten tegenwoordig in ruime fauteuils en ook voor toeschouwers en journalisten zijn voldoende  plaatsen ingeruimd. Bovendien heeft de vergaderopstelling in tegenover elkaar liggende blokken plaatsgemaakt voor een halfronde opstelling, een indeling die beter bij het Nederlandse meerpartijenstelsel zou passen. De Kamerleden zitten nu tegenover de voorzitter en het kabinet; een aanpassing die voor de toeschouwer ook het dualisme tussen regering en parlement nog eens verduidelijkt. In menig opzicht is de nieuwe vergaderzaal zo een voortuitgang ten opzichte van de oude situatie. Toch klinkt er ook af en toe kritiek. Zo zou de nieuwe zaal kil zijn en met zijn huidige opstelling een goed debat in de weg staan. Met name oud-politici tonen zich kritisch over de in hun ogen afstandelijke en onpersoonlijke sfeer in de zaal. Alle verbeteringen in toegankelijkheid en comfort ten spijt, verlangen zij nog dikwijls terug naar de oude balzaal van het paleis van Willem V. Daar waar Churchills ‘ijzeren wet van de krapte’ gold: waar snelle, informele interrupties mogelijk waren en je bij spannende debatten het zweet van je tegenstander kon ruiken.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 21 september 2015.