Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Interview met Erik Jurgens

Jurgens, Prof.Mr. E.C.M.

Erik Jurgens, erudiete telg uit katholieke Unileverfamilie. Aanvankelijk actief op de linkervleugel van de KVP in Amsterdam en in 1968 medeoprichter van de PPR, voor welke partij hij in 1972-1975 Tweede Kamerlid was. Vanaf 1975 tien jaar voorzitter van de NOS en vervolgens hoogleraar staatsrecht en parlementsrecht. Stapte later over naar de PvdA en werd ook voor die partij Tweede Kamerlid (1990-1994) en vervolgens een vooraanstaand lid (en ondervoorzitter) van de Eerste Kamer (1995-2007). Hoffelijke politicus die betrokken was bij uiteenlopende culturele en maatschappelijke activiteiten. Gezaghebbend woordvoerder staatsrecht, mediarecht en Europese samenwerking en als lid van de parlementaire vergadering van de Raad van Europa actief verdediger van burgerlijke vrijheden. Bediende zich in debatten graag van Latijnse zegswijzen. 

Was de Tweede Kamer in uw tijd beter dan nu? Denk aan aandacht incidenten, stijl van het debat, organisatie, faciliteiten.

De Tweede Kamer was vooral anders dan nu. De toen grotere politieke polarisatie stond goede omgangsvormen niet in de weg. In debatten konden leden elkaar wel enigszins 'plagen'. Zo was het een sport om te trachten Maarten Schakel, die uit zijn hoofd sprak, de draad van zijn verhaal te laten kwijtraken door hem te interrumperen. Succes had dat bijna nooit, want Schakel wist steeds zijn betoog weer gewoon op te pakken. Een 'aanvaring' was er wel eens met de CPN-fractie. Toen een uitgelopen debat terugkeer naar Amsterdam moeilijk zou maken, deed Jurgens een beroep op Marcus Bakker, die over een auto beschikte. CPN'er Joop Wolff liet hem weten dat de CPN-fractie echter had beslist dat Jurgens een 'klassenvijand' was en niet mee mocht rijden. Het alternatief was echter de snelle sportauto van VVD'er Wim Keja en dat leek hem ook niet zo aantrekkelijk.

In de vergaderzaal kon je alleen het woord voeren, luisteren of lezen. Sociale media waren er uiteraard nog niet. De huidige Kamerleden lijken veel meer 'opgejaagd' te zijn. Ze moeten voortdurend alert zijn en reageren op berichten en hebben daardoor weinig tijd tot reflectie. De druk vanuit de media speelt daarbij een grote rol. Het Kamerlidmaatschap is nu waarschijnlijk fysiek zwaarder, wat een verklaring voor de hogere 'omloopsnelheid' kan zijn. Daarbij moeten zij zich ook meer 'bewijzen'.

De Tweede Kamer heeft misschien wel te veel het Britse Question Time proberen te imiteren, maar dan zonder een zelfde debatstijl.

Wat is naar uw oordeel de grootste verandering in vergelijking met de periode waarin uw Kamerlid was?

Als lid van de relatief kleine PPR-fractie (zeven leden) had Jurgens in zijn eerste periode (1972-1975) een uiteenlopend portefeuille (binnenlandse zaken, justitie, maar ook financiën) wat een behoorlijke klus was. PvdA, PPR en D'66, die in 1972 met het gezamenlijke programma 'Keerpunt'72' waren gekomen, trokken veel samen op en opereerden vaak bijna als één fractie. 

Hoe waren in uw tijd de contacten met de kiezers en de regering? Is dat naar uw oordeel anders dan nu?

Als PvdA-Kamerlid in de jaren negentig werd hij geacht afdelingen te bezoeken. Met name bij de discussies over beperking van de WAO moest het standpunt worden uitgelegd. Jurgens vond dat sommige leden daar veel beter in waren dan hijzelf. De contacten met het kabinet verliepen toen veelal via de fractietop, wat de onrust onder 'gewone' leden deed toenemen.

Hoe waren de onderlinge verhoudingen?

In jaren negentig was alleen het contact met CD-voorman Hans Janmaat moeizaam. Die noemde Jurgens overigens één van de weinigen die het voor hem had opgenomen. Jurgens had Kamervoorzitter Deetman namelijk verteld het jammer te vinden dat Janmaat het woord was ontnomen wegens uitlatingen over illegalen na de Bijlmerramp. Jurgens had graag inhoudelijk op onzin van Janmaat willen ingaan, maar kreeg toen niet de gelegenheid en sprak Deetman daarover aan in de koffiekamer. Janmaat had dat blijkbaar gehoord. Jurgens keerde zich tegen demonstraties tegen de CD door zgn. antifascisten, omdat hij hun methodes verwerpelijk vond.

Wat ziet u in de periode dat u in de Kamer zat als hoogtepunt en wat als dieptepunt?

De discussies over de WAO waren voor de PvdA een moeizame periode. Bovendien ontbrak het in de fractie toen aan leiding (Thijs Wöltgens was ook daadwerkelijk soms op belangrijke momenten afwezig). 

Zijn jaren in de Eerste Kamer waren in sommige opzichten aangenamer, vooral omdat de wijze waarop daar debatten plaatsvinden beter bij hem pasten.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 21 september 2015.