Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Troonrede 2015: wisselend crisisbewustzijn, opvallend weinig voornemens

De coalitie van VVD en PvdA blijft een delicaat verstandshuwelijk. Hoe is het kabinet er in de afgelopen troonrede weer uitgekomen? Voor een coalitie die al sinds haar start onder grote druk staat, lijkt het motto dat aan de Majesteit is meegegeven vooral: spreken is zilver, zwijgen is goud. Want met uitzondering van het vroeg struikelende Kabinet-Van Agt II heeft geen enkele andere regeringsploeg sinds 1945 zo weinig concrete politieke voornemens uitgesproken als Rutte II. Afgelopen dinsdag was het 43,3%. Gemiddeld komt dit kabinet nu uit op 41,1% voornemens (het was 50% in 2013 en vorig jaar een schamele 30%). De tabel laat zien hoe alle kabinetten presteerden.

 

Kabinet

Troonredes per kabinet (vetgedrukt <50%)

Schermerhorn Drees

63,5%

Beel 1

77,8%

Drees van Schaik

69,2%

Drees 1

55,1%

Drees 2

68,1%

Drees 3

62,2%

De Quay

64,9%

Marijnen

66,8%

Cals

66,4%

De Jong

73,9%

Biesheuvel 1

75,9%

Biesheuvel 2

72,5%

Den Uyl

74,6%

Van Agt 1

49,9%

Van Agt 2

27,0%

Van Agt 3

41,3%

Lubbers 1

61,5%

Lubbers 2

57,7%

Lubbers 3

56,8%

Kok 1

59,7%

Kok 2

53,2%

Balkenende 1

72,1%

Balkenende 2

61,6%

Balkenende 3

51,5%

Balkenende 4

47,7%

Rutte 1

50,2%

Rutte 2

41,1%

Uit onze analyse blijkt dat kabinetten met een derde troonrede, zoals Rutte II dit jaar, bijna altijd minder plannen uitspreken dan in de voorafgaande twee troonredes. De wolligheid neemt toe naarmate het kabinet langer zit (zie grafiek). Gemiddeld genomen wordt dit dan wel iets opgetrokken als kabinetten een vierde troonrede mogen formuleren, maar wij betwijfelen of dit kabinet hiertoe in staat zal zijn, in aanloop naar verkiezingen die de splijtstof tussen de twee coalitiepartijen alleen maar explosiever zal maken. Wanneer het kabinet ook nog eens demissionair zou worden dan zou het volgend jaar zelfs de meest onuitgesproken troonrede aller tijden kunnen worden. 

 
grafiek gemiddeld percentage beleidsintenties per troonrede 1945-2015

En dit terwijl de troonrede dit jaar een behoorlijke wisseling van crisisbewustzijn liet zien: de economie slokt nog wel ruime aandacht op, maar minder dan een paar jaar terug. De economie-“response-bubble” is over haar hoogtepunt heen. Het vluchtelingenalarm was wel flink hoorbaar; het onderwerp kreeg de meeste aandacht sinds decennia (zie grafiek 2).

grafiek verandering in relatieve aandacht voor macro-economie en burgerrechten, immigratie en integratie

Een crisis kan zoveel aandacht opeisen dat er voor andere lastige onderwerpen weinig ruimte overblijft. Dit lijkt ook het verwijt te zijn van de oppositiepartijen, zie de debatten bij de Algemene Beschouwingen. Er is minder aandacht voor werkgelegenheid, mondjesmaat voor het milieu (wel iets meer voor energie) en gezondheidszorg is dit jaar de grootste duikelaar in de uitgesproken aandacht in de troonrede. En dit ondanks de nog steeds oplopende zorgkosten en, OK, die ene concrete zin: structureel 210 miljoen euro erbij voor de verpleeghuizen. Verder moeten we het doen met wat de Majesteit in de mond is gelegd: “Iedereen wil gezond en zelfstandig oud worden’. Wat dus blijkt is dat de aandacht voor een opgekomen crisis, zoals over vluchtelingen, een afleiding kan zijn voor andere onderwerpen die toch wel degelijk de volle aandacht van het kabinet nodig blijven hebben. Wat dan tenslotte nog opvalt zijn de woorden over onze internationale positie en reputatie rond het waterbeheer: een veilig en onomstreden terrein voor de coalitie en een onderwerp waar ZKH Willem Alexander zich niet gauw in zal verspreken.

Gerard Breeman is unversitair docent bestuurskunde, Arco Timmermans bijzonder hoogleraar public affairs, beiden aan de Campus Den Haag van de Universiteit Leiden. Beiden zijn tevens fellow aan het Montesquieu Instituut.