Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

De moeizame formatie in Spanje

Robbert Bosschart was jarenlang correspondent in Spanje voor de NOS.

De verkiezingsuitslag van 20 december, met een scherp verdeeld parlement, laat Spanje weinig keuze. Óf er komt een coalitiekabinet –hier nog niet vertoond sinds het herstel van de democratie in 1978– óf nieuwe verkiezingen halverwege 2016. Maar de zetelverdeling zal in dat geval geen doorslaggevend verschil opleveren, zeggen de peilingen. De regeringsformatie zou voor precies dezelfde problemen staan. Er dreigt een verloren jaar, in deze moeilijke tijden.

Het was, schreef Spanjes grootste krant, een spervuur aan veto’s om alle mogelijke oplossingen neer te halen. Ten dele, onvermijdelijk. De  conservatieve partij PP is wegens brutaal machtsmisbruik teruggeworpen van een absolute meerderheid in 2011 tot een gefrustreerde minderheid in 2016, en vindt geen coalitiepartners. De conservatieven hebben zich bij alle overige partijen onmogelijk gemaakt. (Prima voor de Catalaanse afscheidingsbeweging, die momenteel het regiobestuur in Barcelona controleert, maar evenmin een meerderheid van kiezers achter zich heeft staan. Beiden hebben vijanden nodig om hun achterban te mobiliseren.)

Een voorbeeld. Ondanks alles bleef de demissionaire premier Rajoy proberen de socialistische PSOE te dwingen een “grote coalitie” te slikken om hem zo in het zadel te houden. Tegelijk verzekerde zijn minister van Binnenlandse Zaken dat de Baskische ETA, om haar veroordeelde terroristen uit de gevangenis te krijgen, vurig hoopt op een coalitie van de PSOE met linkse extremisten en Baskische nationalisten. Voor hardhorenden voegde de minister van Buitenlandse Zaken er aan toe dat zo’n regering Spanje uit het internationale verbond tegen jihad-terroristen zou halen.

Veto's tegen Rajoy

Dus: veto’s alom tegen een nieuwe rit van Rajoy. Niemand wil riskeren z’n kiezers te verliezen door slippendrager te worden van een premier die steeds met nieuwe uitvluchten komt om zijn aangeklaagde partijgenoten te verdoezelen. Er zijn nu een goede duizend (!) processen gaande tegen PP-politici; hun corruptie heeft de Spaanse belastingbetaler, voor zover aan het licht is gekomen, al zo’n 20 miljard euro gekost. Intussen hakte Rajoy met de botte bijl in sociale uitgaven, zette één (van de ruim vier) miljoen werklozen op straat zonder enige uitkering, en duwde zes miljoen Spanjaarden onder de armoedegrens. 34% van de werknemers krijgt nu minder dan het minimumloon uitbetaald. Maar wel trok de PP ruim 60 miljard uit om bankiers te redden – een goedgeefsheid die de belastingbetaler zeker niet, maar de partij waarschijnlijk wel, in immateriële steun, terugbetaald zal krijgen.

Naast zulke argumenten waren andere veto’s minder begrijpelijk. Gezien de zetelverdeling heeft de PP of de PSOE tenminste twee andere (van de vier “grote”) partijen nodig om voldoende steun te krijgen.. Ofwel om coalitiepartner(s) te worden, ofwel om een minderheidskabinet te gedogen. Maar nog voordat de socialistische leider Pedro Sanchez op 2 februari tot formateur werd benoemd, hadden allebei de “nieuwlichters”, Albert Rivera van de moderne liberalen en Pablo Iglesias van de nieuw-linkse Podemos, al over en weer een  veto uitgesproken. Als de kandidaat-premier met die ander in zee gaat, stemmen zij hem weg, lieten zij weten.

De naakte ambitie van Iglesias werd zichtbaar in herhaalde televisieoptredens waarin hij de PSOE een compleet kabinet, portefeuilleverdeling en regeringsprogramma incluis, probeerde op te leggen – weken voordat de onderhandelingen begonnen. Pedro moest maar blij wezen dat hij premier kon worden dankzij de vrijgevigheid van deze toekomstige vicepremier, meldde Pablo.

Brede coalitie in de maak?

Opiniepeilingen onderstrepen –en de zakenwereld fluistert dringend achter de schermen– dat Spanje de voorkeur geeft aan een coalitie van socialisten en liberalen, begeleid of gedoogd (maar niet overschreeuwd) door nieuw-links. Vooralsnog maken de veto’s dat tot een vrome wens.

Niettemin sloten Sanchez en Rivera op 24 februari een “open” regeerakkoord, met 200 maatregelen om de bezem door de Spaanse politiek te halen en de economie meer “sociale” invulling te geven. Open, in de zin dat zij de overige partijen vroegen zich aan te sluiten bij deze grote schoonmaak; of om dit beleid mogelijk te maken met hun stemonthouding. Het antwoord komt wanneer het parlement op 5 maart de benoeming van Pedro Sanchez moet goedkeuren of afwijzen.

Rajoy en zijn conservatieven schreeuwen van de daken dat zij “nee” gaan zeggen. Dus kan Iglesias het regeerakkoord (en Sanchez als premier) wegstemmen, als zijn fractie zich aansluit bij het veto van Rajoy.  Iglesias heeft hardnekkig vastgehouden aan zijn eis van een referendum in Catalonië, om de afscheidingsbeweging het recht op zelfbeschikking te geven. En het regeerakkoord van socialisten en liberalen sluit zo’n referendum even hardnekkig uit.

Kúnnen Spaanse politici wel onderhandelen om een compromisoplossing uit te werken? Niet echt, is mijn eerste opwelling. Nu ik Spanje’s leiders zo’n halve eeuw in hun doen en laten heb bekeken, weet ik één ding zeker: zij hebben allemaal van hun leermeesters begrepen dat zij de enige zaligmakende waarheid bezitten. En ik kan U garanderen dat het al 2000 jaar niets uitmaakt of hun respectievelijke profeet van het Grote Gelijk afkomstig is uit het Vaticaan, of uit het geboortedorp van Robespierre, Lenin of Hugo Chávez. Het begrip van de gulden middenweg is hier nooit doorgedrongen.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 29 februari 2016.