Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Ambtenaren en verkiezingsprogramma's

Roel Bekker was van 1998 tot 2007 secretaris-generaal van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van 2007 tot 2010 secretaris-generaal Vernieuwing Rijksdienst. Van 2007-2014 was hij tevens bijzonder hoogleraar Arbeidsverhoudingen in de publieke sector (Albeda Leerstoel). 

Over bijna 11 maanden zijn er (op zijn laatst) nieuwe verkiezingen. Dat is te merken. Binnen politieke partijen beginnen levendige discussies over strijdpunten, strategieën en stemmentrekkers. In het parlement beïnvloeden de verkiezingen meer en meer het gedrag van kamerleden. Nieuwe partijen wagen een poging. En ambtenaren? Hebben die ook te maken met de nieuwe verkiezingsprogramma’s? Proberen ze op een of andere manier enige invloed uit te oefenen op de formulering van politiek beleid dat zij straks weer moeten uitvoeren? Of wachten ze lijdzaam af wat deze keer het resultaat zal zijn van de volkswil? Ik denk dat beide groepen bestaan. Over de tweede groep, de afwachters, ga ik het niet hebben, maar wel over de eerste, de ambtenaren die op een of andere manier betrokken zijn bij of invloed willen hebben op de verkiezingsprogramma’s. Dat kan op uiteenlopende manieren.

Meerdere types

Er zijn ambtenaren die uit overtuiging (of om andere redenen) actief lid zijn van een politieke partij, als lid of adviseur van een commissie of werkgroep die zich bezighoudt met het verkiezingsprogramma. Dat mag bij ons, en heeft als voordeel dat in een vaak irrationeel proces soms ook nog enige ambtelijke nuchterheid doordringt. Je hebt hierbij nog verschillende soorten: de ambtenaren die met naam en toenaam genoemd worden en de ambtenaren die liever anoniem blijven, uit vrees voor repercussies. Het roept wel eens een vraag op, maar veel aandacht krijgt het niet.

Daarnaast heb je ambtenaren die zich realiseren dat het regeerakkoord straks weer voor vier jaar het beleid vastlegt en dat het daarom handig is om tijdig in de verkiezingsprogramma’s een beleidszaadje te zaaien, teneinde straks na de verkiezingen te kunnen oogsten. Dat is niet zo moeilijk: je voedt hetzij rechtstreeks hetzij via via de partijen met rapportjes, onderzoekjes, bevindingen, inspectierapporten et cetera, je praat eens met deze of gene. Beetje schieten met hagel is het, succes niet gegarandeerd maar het werkt wel. Als je het als ambtenaar niet al te zwaar aanzet, valt het niet op.

En je hebt ambtenaren die als deskundigen worden geraadpleegd, beleidsambtenaren of ambtenaren van onze kennisinstituten en planbureaus. Merkwaardig genoeg is dat aantal vrij gering. Het lijkt wel eens alsof men in de politieke discussies de euforie over een heroïsch ideaal niet wil laten bederven door ambtelijke rationaliteit of een vervelende beschouwing over uitvoerbaarheid. Van Heroverwegingsrapporten komt dan ook meestal maar heel weinig in verkiezingsprogramma’s terecht. Alleen het Centraal Planbureau kwam altijd voluit in beeld, om de financieel-economische effecten van de programma’s door te rekenen. Maar daar hebben veel partijen inmiddels genoeg van, heb ik gelezen. Ze vinden dat het CPB te weinig visie in zijn oordeel stopt en dat het te gemakkelijk is om je programma ‘CPB-bestendig’ te maken.

Neutraliteit

Ambtenaren spelen dus soms een rol bij verkiezingsprogramma’s zoals ze soms ook op andere manier politiek actief zijn. Soms roept dat vragen op. Een groot probleem? Niet echt. Maar echt duidelijk is het niet wat wel en niet gewenst is. Wij doen er in Nederland ook wel heel laconiek over. Onze antieke Ambtenarenwet geeft op dit punt niet veel houvast. Politieke activiteiten van ambtenaren worden daar behandeld in het kader van de grondrechten op vereniging en vergadering en van vrije meningsuiting, en verder in het kader van nevenwerkzaamheden. Misschien is in het steeds meer gepolitiseerde klimaat van het openbaar bestuur dienstig iets meer aandacht te geven aan het principe van ambtelijke neutraliteit. 

In Canada bijvoorbeeld is dat beter geregeld. Daar stelt de Public Service Employment Act dat ‘an employee may engage in any political activity so long as it does not impair, or is perceived as impairing, the employee’s ability to perform his or her duties in a politically impartial manner’. De Public Service Commission verleent verder bijstand bij de afweging in concrete gevallen. En SG’s mogen in Canada helemaal niet politiek actief zijn, stemmen is het enige dat is toegestaan.

Interessant, misschien moeten wij dat ook eens overwegen.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 30 mei 2016.