Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Bijzondere troonrede?

Bert van den Braak, Parlementair Documentatie Centrum Universiteit Leiden

Het is relatief weinig voorgekomen dat een kabinet in zijn vierde jaar een terugblikkende troonrede kon laten voorlezen. Dat gebeurde al helemaal weinig na voltooiing van een hervormingsagenda. Het kabinet dat dit wel deed, was Lubbers I (1982-1986). Dat CDA-VVD-kabinet liet koningin Beatrix in 1985 de woorden uitspreken: "De gunstige wending, die onze economie vorig jaar heeft genomen, is markant". Daarna werd gewezen op de herstelde groei van de werkgelegenheid. Net als Rutte II benadrukte ook Lubbers I overigens dat zware offers waren gebracht en dat het succes allerminst alleen het kabinet was te danken. Verwezen werd bijvoorbeeld naar het Sociaal Akkoord van vakbonden en werkgevers uit 1982.

Bij zijn laatste troonrede in 1997 wees het eerste Paarse kabinet (Kok I) eveneens op de belangrijke vooruitgang die in de voorgaande jaren was geboekt. Kernachtig werd gemeld: "het aantal mensen met een uitkering daalt, de werkgelegenheid blijft krachtig doorgroeien." In 2005 (na drie jaar) stond in de troonrede van het tweede kabinet-Balkenende: "De eerste resultaten van het beleid worden langzaam merkbaar. De werkgelegenheid is zich aan het herstellen en de winstgevendheid van bedrijven neemt toe. Ook op het terrein van veiligheid en de volksgezondheid zijn er positieve ontwikkelingen. De criminaliteit daalt. Mensen voelen zich minder onveilig. De wachtlijsten in de zorg worden korter."

In die zin was de toon van de troonrede 2016 niet opvallend anders. Ook in die troonrede werd begonnen met het behaalde resultaat en het overwinnen van de crisis. Maar de tweede alinea ging al over het onbehagen en de derde over de internationale dreiging. Verderop werd gewezen op zorgen voor de toekomst. Het kabinet trok het succes ook zeker niet geheel naar zich toe. Gewezen werd op de rol van oppositiefracties en op die van maatschappelijke organisaties. Verder was er de zin:

"Velen brachten financiële offers en er is een groot beroep gedaan op de bereidheid veranderingen te accepteren in het dagelijks leven. Zonder het doorzettingsvermogen, het harde werken en de ondernemerszin van de Nederlandse bevolking was het resultaat minder positief geweest."

Op de stelling dat de troonrede een hoog borstklopperij-gehalte had, valt dus veel af te dingen. Dat er weer groei is, de werkgelegenheid is toegenomen, het begrotingstekort daalt en de zorgkosten beheersbaar zijn geworden, valt niet te ontkennen.

In onderwerpen week de troonrede evenmin sterk af van die uit voorgaande jaren. Wat onder een uiteenzetting van het regeringsbeleid moet worden verstaan, is aan de tekstschrijvers. De lange tijd bestaande opzet van troonredes, waarbij ieder departement een stukje tekst mocht aanleveren, ligt al enige jaren achter ons. Daarom was er niets te horen over infrastructuur, natuur of volkshuisvesting. Evenmin kwam binnenlands bestuur of de mogelijke staatscommissie staatkundig bestel aan de orde. Een voorheen gebruikelijke passage over de West ontbreekt sinds nagenoeg sinds 2013.

Aan specifieke, aansprekende onderwerpen zoals Brexit, veiligheid, intergratie, vluchtelingen en terrorismebestrijding werd wel veel aandacht besteed. Dat gaf de troonrede veel meer een 'state of the union'-achtig karakter dan een vooruitblik naar het beleid voor 2017. Dat was in 2014 en 2015 overigens niet anders. Ook toen werd in de troonrede stilgestaan bij bijvoorbeeld het Nederlandse EU-voorzitterschap, de klimaattop in Parijs en de problemen met de gaswinning in Groningen.

Of kabinetten met een andere partijcombinatie het in hun laatste jaar heel anders hadden verwoord is de vraag, maar het is tevens een niet te beantwoorden vraag. De combinaties met LPF (2002-2003), D66 (2003-2006), ChristenUnie (2007-2010) en met 'gedoger' PVV (2010-2012) hadden weinig reden om succes te melden, maar - belangrijker nog - haalden niet de vier jaar en konden dus niet terugblikken. Ik durf de stelling wel aan dat, als dat wel het geval was geweest de toon niet veel anders zou zijn geweest dan in de troonrede 2016.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 26 september 2016.