Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Kanttekeningen bij een 'affaire'

Bij de wijze waarop in de media aandacht werd gegeven aan de investering van Wopke Hoekstra via een belastingparadijs zijn op zijn minst grote vraagtekens te zetten. Uitleg werd weggewuifd en bij het trekken van conclusies bleven feiten die niet zo goed uitkwamen, onvermeld.

Onderzoeksjournalistiek is buitengewoon nuttig en belangrijk voor de samenleving. Het kan enerzijds bestuurders confronteren met fout gedrag en anderzijds behulpzaam zijn bij het aanpakken van misstanden, zoals belastingontwijking door particulieren en bedrijven. Bij iedere bevinding mogen wel vragen worden gesteld, zoals: wat is het echte nieuws en is er een 'andere kant'? Mocht de uitkomst ook zijn: er was eigenlijk niet zoveel te vinden?

Hoekstra koos er na de onthulling over zijn investering in 2009 voor om direct uitleg te geven (via Twitter). Het ging, zo meldde hij, om steun aan een ecoproject in Afrika, er was geen winstoogmerk, de belangen werden in 2017 afgestoten, het rendement ging naar een goed doel en er was de erkenning dat hij niet goed had opgelet bij de fiscale route.

Media doken begrijpelijk op de zaak, maar velen leken vooral sterk te behoefte te hebben om de minister aan de schandpaal te nagelen. Dat de transactie plaatsvond twee jaar voor hij (landelijk) politiek actief werd, verdween daarbij snel naar de achtergrond. Minister Hoekstra zat fout en hij had zijn belang in 2011 ook nog eens niet aan de Eerste Kamer gemeld (er is geen verplichting en dat heeft niemand ooit gedaan).

Dagblad Trouw benadrukte bovendien dat Hoekstra als Eerste Kamerlid vicevoorzitter van de Kamercommissie Financiën was. Iedereen die iets van de werkzaamheden in de Eerste Kamer weet, zal erkennen dat dit een onbetekenende functie is, maar blijkbaar paste het in het verhaal om Hoekstra's integriteit aan te tasten (waarom vermeld je het anders?).

Onvermeld bleef juist dat Hoekstra als CDA-Eerste Kamerlid in de periode 2011-2017 vóór alle wetsvoorstellen stemde, die tot betere aanpak van belastingontwijking moeten zorgen. Pas in 2013 werden in de EU stappen gezet om tot Europese regels en vervolgens nationale wetgeving te komen.

Als minister in de Ecofin-raad steunde Hoekstra vanaf 2017 bovendien het nemen van verdere stappen om te voorkomen dat multinationals belasting kunnen ontwijken door een brievenbusfirma te vestigen in een belastingparadijs. Ook dat bleef onvermeld. Van een verband tussen de investering en zijn politieke handelen is geen enkele sprake.

Vanwege de Maagdeneiland-constructie was de investering - zoals Hoekstra erkende - onverstandig. Verder viel hem echter niets te verwijten. De gewekte suggestie dat zijn belang mogelijk van invloed was op zijn politieke handelen, was feitelijk onjuist.

SGP-Tweede Kamerlid Chris Stoffer concludeerde gisteren tijdens het Vragenuur terecht over de kwestie:

"(...) ik denk dat we heel erg uit moeten kijken dat we de integriteit van mensen in een publieke functie zomaar te grabbel gooien. Desalniettemin heeft de minister aangegeven dat het een en ander is gebeurd wat hij liever anders had gezien. Hij heeft reflectie getoond, wat mij betreft uitstekend."

Als de uitkomst van onderzoek is dat misstanden worden aangekaart, is dat prachtig. Als een vrij onbetekenend feit wordt opgeblazen tot een enorme misstand dan beschadigt dat niet alleen de betrokken persoon, maar ook het aanzien van de politiek. Jammer, dat die afweging onvoldoende is gemaakt.