Zelfs twee jaar later weer veel vernieuwing

maandag 30 oktober 2023, 13:00, Prof.Dr. Bert van den Braak

De snelle personele vernieuwing in de Haagse politiek gaat voort. Dat is - ongeacht de uitslag van de verkiezingen - nu al duidelijk. Hoewel het niet voor alle partijen in gelijke mate het geval is: er komen weer veel nieuwe gezichten.

Net als in 2021 zijn er maar liefst zeven zittende partijen die met een nieuwe lijsttrekker komen; al zijn dat op zichzelf geen echte 'nieuwkomers'. Het is hetzelfde aantal als in 2021. Bij D66, CDA, CU, DENK en 50PLUS (en de PvdA) was er dus opnieuw een wisseling.

Twee verkiezingen die relatief kort na elkaar plaatsvinden, zijn niet ongebruikelijk. Het gebeurde in 1971-1972, 1981-1982, 2002-2003 en 2010-2012. In vergelijking met die eerdere verkiezingen zien we wel wat opmerkelijks. In het verleden werd bij de 'tweede' verkiezing veelal teruggevallen op de lijsten van de voorgaande verkiezing. Nu is dat niet bij alle partijen het geval.

Om maar iets te noemen: in 1972 was bij de VVD van de vorige verkiezingen (1971) alleen defensiespecialist Gerard Koudijs geen kandidaat meer. Bij de PvdA betrof dat het Gelderse Kamerlid Henk Jans. In 1982 was er bij de grootste partij, de PvdA (die drie zetels won), slechts één nieuwkomer: Rein Hummel. De enige die zijn zetel verloor was Hein Roethof. In 2012 kwam van de zittende leden van de VVD alleen Afke Schaart niet terug.

Vaak waren er in het verleden bij opvolgende verkiezingen wel de nodige (oud-)bewindslieden, die hetzij terugkeerden, hetzij zich voor het eerst kandidaat stelden. In 1981 kwam bijvoorbeeld Ien Dales voor het eerst in de Kamer, naast de terugkerende Den Uyl, Van Thijn, Van Kemenade, Van Dam, Van der Doef, Stemerdink, Kombrink en Van der Louw. In 2003 kwamen bij de VVD Mark Rutte, Melanie Schultz van Haegen en Annette Nijs voor het eerst in de Kamer.

Nu zien we juist opvallend weinig oud-bewindslieden op de lijsten. Bij de VVD zijn Eric van der Burg en Christianne van der Wal nieuw als het om een Kamerkandidatuur gaat. Dilan Yesilgöz, Mariëlle Paul en Aukje de Vries keren terug. Bij D66 waren Jetten en Vijlbrief eerder (kandidaat)Kamerlid. Op de lijst van de ChristenUnie staat geen enkele oud-bewindspersoon.

Soms koos in het verleden een 'oudgediende' ervoor om eerder weg te gaan dan was gepland of voorzien. In 1982 verliet bijvoorbeeld Marcus Bakker de Kamer, in 2003 waren dat onder anderen Paul Rosenmöller, Annemarie Jorritsma en Tineke Netelenbos.

Dat 'niet geplande' eerdere vertrek zagen we nu veel meer. Om de bekendsten te noemen: Van der Staaij, Heerma, Bergkamp, Van Weyenberg, Beertema en Nijboer. Bij sommige 'vertrekkers' speelt overigens mee dat er geen kans was op herverkiezing.

De komst van NSC betekent wel de terugkeer van enkele oud-gedienden: drie voormalige CDA-Tweede Kamerleden en één oud-VVD-Kamerlid. Ook BBB heeft in Mona Keijzer een terugkerend CDA-Kamerlid. En Frans Timmermans behoort als oud-PvdA-Tweede Kamerlid eveneens tot de 'terugkeerders'. Of dat ook geldt voor Henk Krol (nummer 2 BVNL) valt nog te bezien.

Grote verschuivingen hangen overigens in belangrijke mate af van zetelwinst en -verlies. Dat zal nu, met de komst van Nieuw Sociaal Contract en winst van BBB, niet anders zijn. Die verschuivingen en vernieuwing van lijsten zorgen voor de steeds grotere doorstroming; zelfs na twee jaar.

 

Prof. Dr. Bert van den Braak is onderzoeker bij PDC en hoogleraar parlementaire geschiedenis aan de Universiteit van Maastricht.

Deze bijdrage stond in