Minister 'voor een visitekaartje'

woensdag 4 maart 2026, 15:00, column van Prof.Dr. Bert van den Braak

Eerder schreef ik al over over rommelige gang van zaken rond de benoeming van twee zogenaamde 'ministers voor Asiel en Migratie' in het kabinet-Schoof.1) Dat verhaal kreeg onlangs een passend 'onzorgvuldig' slot.

Nadat PVV-minister Faber met haar PVV-collega's uit het kabinet was vertrokken, streden VVD, NSC en BBB om de opvolging. Het compromis was in juni 2025 een VVD-minister van Asiel en Migratie (Van Weel) en een NSC'er (Van Hijum) en BBB'er (Keijzer) die sommige taken overnamen.

Die laatsten maten zich de titel 'minister voor Asiel en Migratie' aan. Daaraan lag geen Koninklijk Besluit of benoeming ten grondslag, zoals gebruikelijk is bij ministers zonder portefeuille (toen nog 'minister voor'). Het ging slechts om het toedelen van bepaalde taken.2) Het ministerie van Asiel en Migratie vermeldde niettemin dat er nu drie ministers waren (NB: je zou kunnen stellen: net zoveel ministers als er ambtenaren in het 'lege huls-ministerie' waren).

Eén van de twee 'ministers voor' (Van Hijum) kon maar kort van die zelf aangemeten aanduiding genieten, omdat NSC in augustus 2025 uit het kabinet trad. Het KB vermeldde zijn ontslag als 'minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid'.3) Terecht, want dat was de functie waarin hij in 2024 was benoemd. Een andere was er niet.

Met het aantreden van het kabinet-Jetten kreeg onlangs ook de andere 'minister voor Asiel en Migratie' (Keijzer) haar ontslag. Dat kreeg zij evenwel als minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en ('o wonder') als minister voor Asiel en Migratie. Dat zij nooit als zodanig was benoemd, was de formateur (en/of Algemene Zaken) blijkbaar ontgaan.

Twee ministers met eenzelfde (fictieve) status, die op ongelijke wijze ontslag kregen. Dat kon er nog wel bij in deze soap.

Natuurlijk kun je zeggen: wat doet het ertoe? Het gaat toch maar over ministers; een ambt dat recentelijk nogal aan gezag heeft ingeboet. Je kunt echter ook stellen: het is nu zelfs zo, dat vanwege de wens om 'minister voor' op je visitekaartje te kunnen zetten, gangbare staatsrechtelijke regels maar even opzij worden gezet. Het ging immers alleen om de beeldvorming. NSC en BBB wllden kunnen zeggen: ja, wij hebben ook een minister voor asiel en migratie.

Ooit gold het adagium: hoe dichter bij de Kroon, hoe minder partijman/vrouw. Die tijd ligt achter ons. NSC - goed bestuur - en de VVD, die ooit met Annelien Kappeyne van de Coppello en Jan-Kees Wiebenga Kamerleden had die wisten wat staatsrechtelijk fatsoen inhoudt, vonden het blijkbaar prima.

Niet meer weten of ministers wel of niet als zodanig zijn benoemd, zelfaangemeten titels voor een visitekaartje en alles voor de profilering. Het was de onzorgvuldigheid ten top.