Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Nederland stuurt minst ervaren politici naar het Europees Parlement

België vaardigt voor de komende verkiezingen relatief veel politici van een zwaar kaliber af. Ook Portugal en Luxemburg sturen zwaargewichten naar het Europees Parlement. Nederland daarentegen stuurt minder ervaren politici naar Brussel en Straatsburg.

Deze eerste resultaten blijken uit een onderzoek van de Universiteit Leiden in samenwerking met PDC/Montesquieu Instituut. Onder leiding van Wim Voermans, hoogleraar staats- en bestuursrecht, en jurist Jerfi Uzman ontwikkelde PDC een Europese verkiezingsweegschaal die zichtbaar maakt welke landen hun meest ervaren en invloedrijke politici afvaardigen. De onderzoekers analyseerden de biografieën van de kandidaat-parlementsleden en concludeerden op basis daarvan of een land juist zwaargewichten of juist onervaren politici naar Brussel stuurt. ' Het antwoord zegt iets over welk belang partijen hechten aan het Europees Parlement', aldus Wim Voermans.

Het afvaardigen van relatief onervaren en onbekende politici naar het Europees Parlement, zoals Nederland sinds 2004 doet, heeft volgens Voermans nadelen. ‘Het gaat ten koste van de invloed die we als land zouden kunnen hebben in het Europees Parlement en de stempel die we op het Europese beleid zouden kunnen drukken. Het draagt ook bij aan het slechte imago van het Europees Parlement in Nederland, dat met die onbekende politici niet ervaren wordt als een ‘echte’ volksvertegenwoordiging. De band tussen kiezer en onbekende gekozene is natuurlijk gering.’

Opvallend is dat bij landen als Nederland en Denemarken, een land dat het ook minder goed doet, het aandeel aan zittende EP-leden minder groot is. Bij Duitsland en het Verenigd Koninkrijk lijkt daarentegen sprake van een geheel aparte politieke kaste. De kieslijsten in 2014 bestaan daar voor een zeer belangrijk deel uit zittende EP-leden; nationale parlementariërs komen er nauwelijks op voor.

Methode van onderzoek

Met behulp van een scorekaart zijn de cv’s geanalyseerd van ruim 800 (kandidaat-)Europarlementariërs uit elf Europese landen. De parlementsleden krijgen meer punten als ze eerder bestuurder (regeringsleider, minister, staatssecretaris) en volksvertegenwoordiger waren. Degenen met alleen regionale ervaring of zonder politieke bestuursbanen scoren dus lager. Recente politieke functies leveren meer punten op dan oudere ervaring.

Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van het instrumentarium van PDC. Het biografisch archief van PDC is aangevuld met de biografieën van de

(kandidaat-)Europarlementariërs. Deze biografieën zijn afkomstig van de website van het Europees Parlement en, indien mogelijk, aangevuld met informatie van andere websites.

Dankzij de aandacht-analysetool die PDC recentelijk heeft ontwikkeld, is in één oogopslag te zien welke lidstaten politieke zwaargewichten afvaardigen naar het Europees Parlement en welke lidstaten volstaan met politieke lichtgewichten. Deze tool is uitermate geschikt voor het uitvoeren van real time onderzoek. Hiermee kunnen wetenschappers snel inspelen op actuele ontwikkelingen en in relatief korte tijd een uitgebreid onderzoek uitvoeren.

Meer informatie


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 19 mei 2014.