N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Veertig jaar buitenlanders naar de stembus
Op 19 maart is het veertig jaar geleden dat migranten voor het eerst mee konden doen aan een Nederlandse stembusgang. In 1986 konden ingezetenen die niet de Nederlandse nationaliteit bezaten hun stem uitbrengen én kandidaat staan tijdens de gemeenteraadsverkiezingen. Het was een belangrijke stap in de geschiedenis van de politieke participatie van migranten in Nederland, al bleek de praktijk uiteindelijk een stuk weerbarstiger te zijn dan gehoopt.
Een wetswijziging
In 1985 werd de wet aangenomen die regelde dat niet-Nederlandse ingezetenen lokaal kiesrecht kregen.1) Dit onderwerp stond al sinds de jaren zeventig op de agenda, omdat er grote groepen migranten waren die geen Nederlands paspoort hadden en daarom niet mochten deelnemen aan Nederlandse verkiezingen – met name uit de groep van arbeidsmigranten uit Turkije en Marokko.
Langzaamaan was er brede politieke overeenstemming ontstaan dat het invoeren van migrantenkiesrecht een goede zaak was. Hierbij liepen grofweg twee betooglijnen door elkaar. CDA en VVD hadden het toekennen van lokaal kiesrecht met name gezien als een middel om migranten in de Nederlandse samenleving te incorporeren. De progressieve partijen meenden dat het een recht was dat immigranten toekwam: zij leefden immers onder Nederlandse wetten en moesten dus ook de mogelijkheid hebben om zich hierover uit te spreken.2)
De mogelijkheid om het passieve en actieve lokale kiesrecht toe te kennen aan vreemdelingen was al bij de herziening van de Grondwet in 1983 gerealiseerd.3) De wet van 1985 regelde hoofdzakelijk onder welke voorwaarden dit zou gebeuren. De enige eisen die minister Rietkerk (VVD) van Binnenlandse Zaken in zijn wet uiteindelijk stelde aan de nieuwe kiesgerechtigden waren dat zij vijf jaar onafgebroken woonachtig waren in Nederland en dat zij in bezit waren van een verblijfs- of vestigingsvergunning. Alleen de kleine christelijke partijen en Hans Janmaat verzetten zich tijdens de parlementaire behandeling tegen de wet, de rest van de Tweede Kamer stemde in.4) In één klap groeide het lokale electoraat met zo’n 350.000 mensen.5)
Een weerbarstige praktijk
De invoering van het lokale migrantenkiesrecht was in de Nederlandse multiculturele samenleving een belangrijk signaal: de lokale politiek was er óók voor alle mensen met een migratieachtergrond. De praktijk bleek echter een stuk weerbarstiger. Dit werd al duidelijk in november 1985, toen de herindelingsverkiezingen in Leerdam als een testcase golden. Niet-Nederlandse kiezers konden het stemlokaal niet altijd vinden en maakten fouten bij het invullen van het stembiljet.6)
In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart 1986 stak de rijksoverheid daarom ruim 3,3 miljoen gulden in een voorlichtingscampagne, onder andere bestaande uit folders in twaalf verschillende talen, videocassettes en een postbus-51 spotje. Ook op lokaal niveau waren er verschillende initiatieven: zo produceerde Vlaardingen een filmpje waarin de burgemeester in het Arabisch en Turks uitlegde waarom het belangrijk was te gaan stemmen.7)
Er waren echter meer obstakels te overwinnen. Voor sommigen onder de nieuwe kiesgerechtigden gold namelijk dat zij niet probleemloos naar de stembus konden. De Indonesische ambassade herinnerde Indonesiërs aan een uit 1958 daterende wet die het verbood deel te nemen aan verkiezingen in een ander land. Ook Marokkaanse kiezers werden door Koning Hassan II opgeroepen ‘geen twee heren te dienen’ en dus niet te stemmen.8) Dit had gevolgen: nog geen 17 procent van de kiesgerechtigde Marokkanen ging stemmen, terwijl dit percentage bij Turken een stuk hoger lag.9)
Binnen het Nederlandse politieke establishment baarde het migrantenkiesrecht ook zorgen. Zouden de politieke verhoudingen niet te sterk veranderen? Zouden ondemocratische buitenlandse organisaties als de Grijze Wolven of de Amicales voet aan de grond krijgen? Wat als migranten hun eigen partijen zouden oprichten? Toen zich in Vlaardingen een Turkse partij inschreef, werd hier smalend op gereageerd. ‘Niemand is gebaat bij nog méér partijen dan er al zijn’, zei een PvdA-raadslid tegen de pers. ‘Laten de buitenlanders zich uitspreken voor een bestaande partij, bij voorkeur de PvdA natuurlijk.’
Ontwikkelingen sindsdien
Recentelijk is in het rapport Veertig jaar lokaal kiesrecht voor migranten onderzocht wat de wet van 1985 in de praktijk heeft opgeleverd. Volgens de hoofdauteurs is er sprake van een ‘gemengd beeld’. In 1986 werden er ongeveer veertig raadsleden met een migratieachtergrond gekozen, in 2010 waren dit er al ruim driehonderd. Ondanks deze groei is er echter nog steeds sprake van ondervertegenwoordiging: van alle raadsleden heeft ongeveer 6% momenteel een migratieachtergrond. Bovendien ervaren deze raadsleden verschillende belemmeringen vanwege hun migratieachtergrond: ze ontvangen bijvoorbeeld weinig steun vanuit hun partij en krijgen te maken met schadelijke frames en stereotypen.11)
Vanuit het perspectief van migrantenkiezers is het beeld niet veel rooskleuriger: onderzoek heeft uitgewezen dat het vertrouwen in de politiek onder Nederlanders met een migratieachtergrond zich al jaren op een historisch dieptepunt bevindt en de opkomst onder deze groep bij verkiezingen verhoudingsgewijs erg laag is. De opkomst van partijen die zich bovengemiddeld toespitsen op migranten, zoals NIDA, DENK en BIJ1, lijken hier vooralsnog niet veel aan te hebben veranderd.12)
Het lokale migrantenkiesrecht is een verworvenheid die bijna niemand nog ter discussie stelt en waarvan ook heel weinig mensen afweten. Daar staat echter tegenover dat migranten die de Nederlandse nationaliteit niet bezitten géén kiesrecht hebben voor de Provinciale Staten, de Tweede Kamer en het Europees Parlement. Met name progressieve fracties hebben hiertoe wel pleidooien gehouden, maar andere partijen hielden de boot af: het zou niet wenselijk zijn als buitenlanders via het stembiljet invloed kregen op het Nederlandse buitenland- en defensiebeleid. Onder invloed van een steeds verhitter integratiedebat raakte een verdere uitbreiding van het migrantenkiesrecht vervolgens nog verder uit beeld.13)
Fons Meijer en Maaike van Deelen-Kamps
-
1)Betreft de "Wet van 29 augustus 1985 tot wijziging van de Kieswet en de gemeentewet betreffende de verlening van het actief en passief kiesrecht voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad aan niet-Nederlandse ingezetenen alsmede wijziging van enige andere wetten in verband daarmee" (Stb. 1985, 478), i.h.b. een in de "Kieswet (Stb. 1951, 290)" nieuw ingevoegd artikel, luidende: Artikel B 1a lid 1: 'De leden van de gemeenteraden worden gekozen door degenen die op de dag der kandidaatstelling ingezetenen zijn van de gemeente en op de dag der stemming de leeftijd van achttien jaar zullen hebben bereikt.' en lid 2: 'Zij die geen Nederlander zijn, dienen om kiesgerechtigd te zijn, op de dag der kandidaatstelling tevens te voldoen aan de vereisten dat:
-
a.zij gedurende een onafgebroken periode van ten minste vijfjaar ingezetene van Nederland zijn;', thans Kieswet, Artikel B 3, lid 1, 'De leden van de gemeenteraden worden gekozen door degenen die op de dag van de kandidaatstelling ingezetenen zijn van de gemeente en op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt.', en lid 2, 'Zij die geen onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie zijn, dienen om kiesgerechtigd te zijn op de dag van de kandidaatstelling tevens te voldoen aan de vereisten dat: ... sub 2 b. zij onmiddellijk voorafgaand aan de dag van de kandidaatstelling gedurende een onafgebroken periode van ten minste vijf jaren ingezetene van Nederland waren en beschikten over een verblijfsrecht als bedoeld onder a, dan wel op grond van artikel 3 of artikel 6 van de Wet toelating en uitzetting BES'.
-
2)Dirk Jacobs, Nieuwkomers in de politiek. Het parlementair debat omtrent kiesrecht voor vreemdelingen in Nederland en België (1970-1997) (Gent 1998) p. 114-123.
-
3)Art 130 Gw, Kiesrecht vreemdelingen: 'De wet kan het recht de leden van de gemeenteraad te kiezen en het recht lid van de gemeenteraad te zijn toekennen aan ingezetenen, die geen Nederlander zijn, mits zij tenminste voldoen aan de vereisten die gelden voor ingezetenen die tevens Nederlander zijn.'
-
4)Buitenlanders krijgen kiesrecht in gemeenten’, NRC Handelsblad, 2 mei 1985.
-
5)Heleen Hörmann en Ron de Jong, ‘Samen wonen, samen stemmen’ in: Alexander van Kessel et al, Nieuwe kiezers, nieuwe kansen. Honderd jaar algemeen kiesrecht (Den Haag, 2017), p.42-45.
-
6)‘Hoe leer je ’n vreemde stemmen op z’n Hollands?’, Het Vrije Volk, 18 januari 1986.
-
7)‘Hoe leer je ’n vreemde stemmen op z’n Hollands?’, Het Vrije Volk, 18 januari 1986.
-
8)Heleen Hörmann en Ron de Jong, ‘Samen wonen, samen stemmen’ in: Alexander van Kessel et al, Nieuwe kiezers, nieuwe kansen. Honderd jaar algemeen kiesrecht (Den Haag, 2017), p.42-45.
9)Will Tinnemans, Een gouden armband. Een geschiedenis van mediterrane immigranten in Nederland (1945-1994) (Utrecht, 1994), p. 279.
-
10)Alfons Fermin, Zeki Arslan en Peter Zwaga, ‘Inleiding’, in: Veertig jaar lokaal kiesrecht voor migranten. Ervaringen, inzichten en uitdagingen (Utrecht/Amsterdam 2026), p. 8-9. Zie ook de bijdrage van Ewoud Butter aan dit rapport.
-
11)Ruşen Koç en Floris Vermeulen, ‘De belofte die nooit uitkwam; veertig jaar politieke vertegenwoordiging van migranten en hun nakomelingen in Nederland’, in: Veertig jaar lokaal kiesrecht voor migranten. Ervaringen, inzichten en uitdagingen (Utrecht/Amsterdam 2026), p. 49-57.
-
12)Dirk Jacobs, Nieuwkomers in de politiek. Het parlementair debat omtrent kiesrecht voor vreemdelingen in Nederland en België (1970-1997) (Gent 1998) p. 130-132