N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
De oogst van tien formaties
‘Vernieuwing in de formaties in tien grote steden’, zo heette het hoofdstuk dat ik in 2023 schreef in de bundel Van barricade naar bestuur.1) Die vernieuwing betrof de samenstelling van de colleges: in vijf van de tien steden namen een drietal landelijke partijen voor het eerst deel aan het bestuur: Partij voor de Dieren (PvdD), Volt en DENK. Hoe functioneerden zij en wat bereikten ze? En breder: hoe verging het de tien steden in de bestuursperiode 2022–2026?
Ik volg de formaties in deze steden sinds 2010. Na de verkiezingen spreek ik met (in)formateurs, lijsttrekkers en ambtelijke ondersteuners. Voor dit artikel heb ik in alle steden de journalisten gesproken die raad en college kritisch volgen. Met als eerste conclusie: gelukkig zijn die kritische journalisten er ook.
PvdD, Volt en DENK in lokaal bestuur
De PvdD trad in 2022 aan in Amersfoort, Arnhem en Groningen. Al in de formatie constateerde de formateur in Groningen, Mattias Gijsbertsen, dat hun inbreng het gesprek en de argumenten veranderde: minder uitruil tussen partijen, meer meedenken langs groene lijnen. In alle drie de steden hebben de coalities goed gefunctioneerd. Zeker, twee PvdD-wethouders werden vervangen om gezondheidsredenen of gebrek aan ervaring, een derde had last van zijn eigen drammerigheid, maar overleefde. Resultaten werden geboekt op het terrein van vergroening en dierenwelzijn. Publicitair zetten ze in de lokale pers aansprekende thema’s in: verbod op houtstook, vissen in openbaar water of met scherpe haken, een tegelquotum in de particuliere tuin. Of de wervingskracht die hiervan uitgaat groot is, moet in de komende verkiezingen blijken. In Arnhem, waar de opkomst in 2022 daalde onder de vijftig procent, bepleitten de onderzoekers Josse de Voogd en René Cuperus alvast een minder donkergroen beleid en meer dualisme.
Volt trad met twee wethouders aan, in Arnhem en in Maastricht. In Maastricht ging het om de adoptie van een zittende partijloze wethouder met een uitstekende reputatie. Helaas verdween zij na anderhalf jaar naar een directiefunctie bij het COA. Het college had niet het geduld om een paar weken te wachten op een nieuwe Volt-kandidaat. Getalsmatig was het niet nodig en veel affiniteit was er blijkbaar niet. De partij hoopt op een herkansing in 2026. Dat betekent dat zij opnieuw veel steun moet werven in een vlottende, zij het grote, kiezersgroep van internationale studenten en expats. In Arnhem wordt gesproken van een goede wethouder voor wie het moeilijk is aansprekende thema’s te presenteren. Maar lokaal heeft de partij beter gescoord dan landelijk.
In Rotterdam trad DENK met twee wethouders toe tot het college, naast Leefbaar Rotterdam en D66. Voor formateur Koolmees niet zo verwonderlijk, want “je mag het niet zeggen, maar het zijn allemaal oud PvdA’ers”. Voor DENK bleek de invulling moeilijk. De ene wethouder sneuvelde al snel, evenals zijn opvolger. De ander raakte betrokken bij beschuldigingen over brandstichting in de eigen woning. Maar de coalitie overleefde, vooral door over en weer strak vast te houden aan gemaakte afspraken. De beschuldigde wethouder werd overigens door de rechtbank van alle blaam gezuiverd.
Ook in Den Haag, waar de coalitie in 2023 uiteenviel door het uittreden van de VVD, kwamen voor het eerst de PvdD en DENK in het college. Maar hun positie is niet vergelijkbaar met die in andere steden: ze stapten op een rijdende trein. Dat vertaalde zich, met name bij de PvdD, in meer afstand ten opzichte van het oorspronkelijke coalitieakkoord.
Populisme in de tien grote steden
In Rotterdam en Den Haag kwamen twee populistische partijen als grootste uit de verkiezingen: Leefbaar Rotterdam en Hart voor Den Haag. In Rotterdam had het onhandige geflirt van Joost Eerdmans met Forum voor Democratie (FVD), en een slechte greep op de hardliners in de fractie, Leefbaar Rotterdam in 2018 tot de oppositie veroordeeld. Maar het leergeld was betaald. In 2022 nam de partij, nu zonder Eerdmans, het initiatief en vormde met hulp van de VVD een coalitie met D66 en DENK. Een stabiele coalitie, ondanks de onrust binnen DENK.
Het werd een rigide coalitie, die strak vasthield aan de strenge afspraken uit het akkoord. Pogingen van de Leefbaar Rotterdam-wethouders om na het vertrek van de dominante Aboutaleb hun invloed te vergroten, leverden niet veel op. En zo eindigt Rotterdam na vier jaar met een nieuwe brug over de Maas maar ook met oude problemen: drugsoverlast, zwervers, vuil op straat en veel klachten over agressief rijgedrag.
Na moeizame onderhandelingen ging in Den Haag een college van start zonder de winnaar, Hart voor Den Haag. De partij was gewikkeld in een gerechtelijke procedure over cliëntelisme. De rechtbank sprak de betrokkenen in 2023 grotendeels vrij van corruptie, maar de zaak bleef controversieel. VVD, CDA en D66 pleitten voor nieuwe coalitieonderhandelingen, GroenLinks en PvdA blokkeerden deze. Als gevolg trad de VVD uit het college en werd vervangen door de PvdD en DENK. Het werd een lastige coalitie met weinig onderlinge band. Eind ’24 stapten ook nog eens twee raadsleden over van CDA en PvdA naar Hart voor Den Haag. Het Haagse college steunt sindsdien die datum op een minderheid. Of dat nog niet genoeg was, trad in 2025 ook nog PvdA-wethouder Martijn Balster terug, de sterke man in het college. Hij werd overigens bekwaam vervangen.
Ook Tilburg kent een populistische partij: de Lijst Smolders Tilburg, opgericht door Hans Smolders, ooit de chauffeur van Fortuyn. In 2022 werd de partij traditiegetrouw buiten het college gehouden. Een college dat zijn beloften uit het akkoord grotendeels heeft waargemaakt, ook wanneer dat in de stad op weerstand stuitte.
Stabiel bestuur
Alle tien steden overziende overheerst stabiliteit, Den Haag daargelaten. ‘Stabiel, heel stabiel, vrij gemoedelijk’ zijn de kwalificaties die worden gegeven. In Arnhem en Groningen zijn de verhoudingen tussen GroenLinks en de PvdD meer dan cordiaal. Anderen moeten soms nog wennen aan dat idee. In Maastricht is de moeizame verhouding tussen coalitie en oppositie niet verbeterd. “Die gaan in geen 100 jaar met de SP en in geen 80 jaar met de Partij voor de Dieren” klinkt het. De oppositie vindt dan ook dat haar niets wordt gegund. Kritiek is hier ook op de stijl van vergaderen: de burgemeester mag wat krachtiger optreden.
Voor bijna alle steden klinkt als advies voor de komende bestuursperiode: beter luisteren naar de bevolking, meer ruimte voor de oppositie. In 2010 introduceerde Leiden een bestuursakkoord waarin de verschillende partijen gedragsregels vastlegden. Het wordt elke vier jaar opnieuw getekend. Misschien zou het breder uitgerold kunnen worden.
Joan Smithuis was elf jaar directeur Communicatie bij diverse gemeenten, provincies en de Raad van State. Hij was van 1993 tot 2002 voorzitter van de Vereniging voor Overheidscommunicatie.
-
1)Joan Smithuis e.a., Van barricade naar bestuur. De doorbraak van de lokale partij. Montesquieu reeks nr 21, Den Haag: Boom 2023, 21-61. Het betreft de steden Amersfoort, Arnhem, Den Haag, Doetinchem, Gouda, Groningen, Leiden, Maastricht, Rotterdam en Tilburg. Smithuis werkt samen met Saam & Verhoog.