Kan Péter Magyar de Hongaarse democratie redden?

maandag 30 maart 2026, Matthijs Bogaards

Kan Péter Magyar de Hongaarse democratie redden?

Nee, dat kan Magyar niet, want Hongarije is geen democratie meer. Dat mag bij sommigen tot verbazing leiden, want premier Orbán is toch gewoon gekozen? Jawel, maar Poetin is dat ook en hij niet alleen. Klassieke dictaturen zijn sinds het eind van de Koude Oorlog in de minderheid, maar na de democratiseringsgolf die volgde op de val van de Berlijnse muur zien we in de laatste jaren de opkomst van “dictaturen met verkiezingen”.

Als Magyar de verkiezingen wint, is dat helaas niet het ultieme bewijs dat Hongarije toch een democratie was. Dictaturen met verkiezingen zijn een tweesnijdend zwaard voor autocraten. Enerzijds leveren ze legitimiteit, anderzijds vormen ze een risico. Daarom is de verwachting dat Orbán alles op alles zal zetten om niet te verliezen. Maar zelfs al wint Magyar, dan nog is Hongarije niet automatisch weer een democratie. Dat hangt af van hoe de verse regering de nieuwverworven macht uitoefent.

Er is een groot verschil tussen toegang tot de macht en uitoefening van de macht. In een democratie gaat toegang tot de macht via verkiezingen. Die moeten eerlijk en vrij zijn en in principe moeten alle mensen kunnen stemmen. In Hongarije zijn er volgende maand verkiezingen voor het nationale parlement. Net als de vorige verkiezingen worden ze waarschijnlijk niet eerlijk, omdat de regering het staatsapparaat en bevriende oligarchen gebruikt voor propaganda en omdat het kiesstelsel de oppositie benadeelt. Maar ze zijn wel vrij en iedereen mag stemmen, hoewel dat voor jonge supporters van de oppositie in het buitenland net iets moeilijker is dan voor regeringsgetrouwe etnische Hongaren in buurlanden.

Het grootste probleem van de Hongaarse democratie ligt echter niet zozeer bij de toegang tot de macht als bij de uitoefening van de macht. En dat deel van het verhaal wordt extra belangrijk als Magyar en zijn Tisza-partij over twee weken de verkiezingen winnen en genoeg steun vergaren in het parlement om de regering te vormen. Sinds Orbán in 2010 opnieuw tot premier werd gekozen heeft hij de macht geconcentreerd. Enkele keuzes uit het begin van het nieuwe, postcommunistische tijdperk hielpen daarbij. Een kiesstelsel dat Orbáns zege kunstmatig aan een supermeerderheid in het parlement hielp. Geen senaat, geen federatie, geen referendum dat een herziening van de grondwet kon tegenhouden. Dus had Orbán in 2010 vrij spel. Hij maakte maximaal gebruik van de mogelijkheden en centraliseerde en concentreerde in rap tempo de macht. Eerste slachtoffer: het Grondwettelijk Hof, dat in twee decennia een reputatie had opgebouwd als hoeder van de rechtsstaat, maar dat eenvoudig bleek te neutraliseren door Orbán.

Tegelijkertijd veranderde de publieke perceptie van Hongarije maar langzaam. Ook internationale democratiemetingen hadden veel te laat door hoe in Hongarije de democratie werd uitgehold. Een verklaring is de focus op verkiezingen. Een andere is de permanente ophef die Orbán creëert met zijn campagnes – tegen migratie, tegen Soros, tegen seksuele minderheden, tegen de EU, nu tegen Oekraïne. Deze campagnes leiden de aandacht af van de manier waarop het land wordt bestuurd. Nog een mogelijke verklaring is de vestiging van wat collega’s aan de Centraal Europese Universiteit treffend een “postcommunistische maffiastaat” noemen. Deze staat is corrupt en gebaseerd op loyaliteit. Met ideologie heeft het verrassend weinig te maken, ondanks Orbáns populariteit in radicaal-rechtse kringen.

Dit is de staat die Magyar erft, als de peilingen niet bedriegen en hij inderdaad Orbán verslaat, een regering kan vormen, en Orbán de macht vrijwillig afstaat. Het is een staat die functioneert als het verlengstuk van een autocraat. Orbáns getrouwen zitten overal. Ook in de banken, bedrijven, ziekenhuizen en universiteiten. De meeste instituties staan onder (in)directe controle van Orbáns regime. Veel van zijn beleid is aangenomen in de vorm van speciale wetten die net als de grondwet slechts met een tweederdemeerderheid kunnen worden veranderd. Dit lijkt onhaalbaar voor de oppositie.

Veel hangt af van hoe Magyar de macht uitoefent. Een eerste indicatie zal zijn of Magyar de samenwerking zoekt of probeert zijn eigen koninkrijk te stichten. Een tweede is of hij de scheiding der machten respecteert en probeert om de onafhankelijkheid van instituties te herstellen. Ten derde zijn een normalisering van de relatie met de EU en bestrijding van de corruptie ook goede tekenen. Een vierde punt om op te letten is of Magyar de antiliberale politiek van Orbán terugdraait. Dat, heel concreet, kinderboeken waarin konijntjes van hetzelfde geslacht elkaar liefhebben, weer gewoon verkocht mogen worden in boekenwinkels.

Matthijs Bogaards is hoogleraar Political Science aan de Central European University

Deze bijdrage stond in