N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Bolkestein als Shell-politicus
Hoe zakenman en intellectueel Bolkestein toch politiek succesvol kon worden
In 1980 stelde Frits Bolkestein in een toespraak voor een select gezelschap dat ondernemers zelden succesvol zijn in de politiek. Volgens hem kwam dit doordat zij zich richten op resultaten en politici op mensen. “Juist die eigenschappen die een ondernemer doen slagen, laten hem in de politiek struikelen.” Bovendien: “Tegen de tijd dat een ondernemer succes heeft bereikt, is hij allicht veertig. Het is dan meestal voor hem te laat om zijn gewoonten en zijn reflexen zodanig te veranderen dat hij het in de politieke arena uithoudt”. Intellectuelen hadden evenmin veel kans, doordat zij “belang stellen in ideeën als zodanig”. “Werkelijke intellectuelen zijn te preuts voor de weinig subtiele vereisten van de electorale politiek”.1
Versimpeling en herhaling
Bolkestein was zowel ex-zakenman – van 1960 tot 1976 had hij voor Shell in het buitenland gewerkt – als intellectueel. Volgens zijn eigen redenering was hij dus dubbel gehandicapt. Waarom had hij dan wél succes? Het antwoord is voor een deel te lezen in de aangehaalde redevoering: hij was zich bewust van de valkuilen voor ondernemers en intellectuelen. In zijn toespraak wees hij ondernemers op de noodzaak van ‘offensieve communicatie’ door middel van optredens op radio en televisie en artikelen in de pers. Bolkestein zelf verscheen in 1980 al geregeld in de media en schreef veel in kranten en tijdschriften. Daarbij gedroeg hij zich zeker niet als typische intellectueel. Hij nam een voorbeeld aan Hans Wiegel, die de kunst verstond zaken te versimpelen en zijn woorden telkens te herhalen. Dat was volgens Bolkestein onmisbaar voor politiek succes; “herhaling is de moeder van de politiek”.2 Hij voelde zich daar niet te goed voor. Bovendien ontwikkelde hij politieke gewiekstheid. Het formatiedagboek van Hans van Mierlo uit 1994 laat dat mooi zien. Van Mierlo beschrijft daarin hoe hij ineens kameraadschap met Bolkestein voelde. Bolkestein had Van Mierlo nodig om Wim Kok over te halen tot een Paars kabinet. Hij verafschuwde de D66-leider, maar veinsde vriendschap en vertrouwelijkheid, waarvoor de naïeve Van Mierlo gevoelig was.
De Amsterdamse koopman
Bolkestein slaagde erin uit zijn verleden bij Shell en zijn intellectuele statuur politiek voordeel te halen. Hij presenteerde zich op grond van zijn Shell-verleden als de ‘Amsterdamse koopman’, die wist wat er in de wereld te koop was en zich geen knollen voor citroenen liet verkopen. Met zijn belezenheid imponeerde hij collega’s en journalisten, waardoor hij de reputatie kreeg van een politicus die intellectueel ver boven de rest uitstak.
Na zijn carrièreswitch moest hij wel wat gewoonten en reflexen van de zakenman afleren, maar dat was doenlijk, want hij was nooit voluit zakenman geweest. Hij was bij Shell beland om onder de militaire dienst uit te komen en had zich daar nooit met hart en ziel ingezet. Hij had altijd al het idee gehad dat zijn roeping in de politiek lag.
Geen kritische vragen over Shell
Dat hij zijn Shell-verleden politiek inzette, betekende ook dat hij geen kritische vragen stelde over zijn voormalige werkgever. De oliemaatschappij had meer aan hem als politicus dan als werknemer. Het begon er al mee dat hij een parlementair onderzoek naar Shell en andere multinationals hielp te blokkeren. De linkse oppositie wilde zo’n onderzoek naar activiteiten van multinationale ondernemingen “welke uit het oogpunt van het algemeen belang schadelijke gevolgen kunnen hebben”. Die bewoordingen wezen volgens Bolkestein op een “beschuldiging, hetgeen in strijd zou zijn met de onpartijdigheid waarnaar elk onderzoek behoort te streven.”3 De Kamer aanvaardde een voorstel van hem en CDA’er Kees van Dijk om eerst eens te inventariseren welke gedragscodes er waren voor multinationals. Daarna werd weinig meer van het parlementaire onderzoek vernomen.4 Na dit eerste succes verzette hij zich nadrukkelijk tegen een eenzijdige Nederlandse olieboycot van Zuid-Afrika, waar Shell zelf ook actief campagne tegen voerde. In de jaren daarna bleef hij zich positief uiten over zijn voormalige werkgever.
Vermoedelijk heeft Bolkestein ook voor zichzelf nooit kritische vragen gesteld over de rol van Shell. Dat is gezien zijn carrièreverloop bij de oliemultinational toch wel opmerkelijk. Aan zijn opmars bij Shell kwam een eind doordat hij mislukte in Indonesië, deels als gevolg van zijn weigering mee te doen aan de alomtegenwoordige corruptie. Zijn onwil gunsten te verlenen was in overeenstemming met het officiële Shell-beleid. In werkelijkheid was omkoping voor Shell-vertegenwoordigers echter dagelijkse praktijk. De Shell-top liet dit toe op voorwaarde dat er ‘geloofwaardige ontkenbaarheid’ was – juridisch moest onbewijsbaar zijn dat Shell meedeed aan onoorbare praktijken.5 Bolkestein moet dit hebben geweten. Hij had het boek gelezen waarin zijn ex-collega Louis Wesseling zijn corrupte praktijken in Vietnam beschreef én de hypocriete houding die de Shell-top daartegenover aannam, en meende dat Wesseling een realistisch beeld gaf van Shell.6 Tijdens mijn promotie vroeg hoogleraar Ronald Kroeze of ik Bolkestein had gevraagd in hoeverre zijn fiasco in Indonesië hem aanzette tot reflectie over het functioneren van het internationale bedrijfsleven. Een goede vraag, die ik niet heb gesteld. Het antwoord lijkt me echter duidelijk: Bolkestein zag corruptie als een verstoring van de markteconomie en was niet in staat of bereid het te zien als een integraal onderdeel van die markteconomie.
Dik Verkuil promoveerde op 12 maart jl. aan de Rijksuniversiteit Groningen op het proefschrift De ongenaakbare Frits Bolkestein 1933-2025. Een handelseditie van de biografie is onder de titel De ongenaakbare Bolkestein 1933-2025 uitgegeven door Prometheus.