N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
‘FUNCTIE ELDERS’
De Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen (hierna ‘de wet’) trad op 20 februari jl. in werking. De wet markeert een belangrijke stap in het versterken van integriteit binnen het Nederlandse openbaar bestuur. De wet richt zich op wat er gebeurt ná het aftreden van voormalig bewindspersonen; een fase waarin hun nieuwe baan soms een risico op belangenverstrengeling mee kan brengen.
In dit artikel worden in het kort de achtergrond van de wet besproken, de rol van internationale druk (met name de GRECO), enkele kritiekpunten uit het advies van de Raad van State en de parlementaire behandeling en de eerste ervaringen met de uitvoering door het Adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers (hierna ‘het college’).
Aanleiding en achtergrond
Het kan het vertrouwen in de politiek schaden als oud-bewindspersonen informatie waarover anderen niet kunnen beschikken kort na hun vertrek inzetten voor private belangen. Een vaak aangehaald voorbeeld in dit verband betrof de loopbaan van mevrouw C. (Cora) van Nieuwenhuizen. Toen zij in 2021 kort na haar vertrek als minister van Infrastructuur en Waterstaat (van 26 oktober 2017 tot 31 augustus 2021) en kort ad interim minister van Economische Zaken en Klimaat (van 15 januari 2021 tot 20 januari 2021) in oktober 2021 een lobbyfunctie aannam bij de Vereniging Energie Nederland, ontstond discussie over de toelaatbaarheid van deze functie. Critici vonden dat er sprake was van een ongewenste lobby.
De regels over lobby en draaideur waren destijds nog informeel vastgelegd, in gedragscodes en in het bekende Blauwe Boek. Een belangrijke impuls voor formeel wettelijke regels kwam in 2018 van de GRECO (Groupe d’États contre la Corruption): het overleg binnen de Raad van Europa dat toeziet op de naleving door de staten van anti-corruptienormen. De GRECO had Nederland herhaaldelijk aangesproken op het ontbreken van wettelijke regels voor vervolgfuncties en constateerde dat Nederland achterliep op andere landen. De nieuwe wet kan dan ook mede worden gezien als een reactie op deze internationale druk.
De nieuwe wet regelt een afkoelperiode van twee jaar waarin oud-bewindspersonen gedurende twee jaar na hun ontslag gebonden zijn aan een adviesverplichting, een voorafgaande toetsing op het risico op belangenverstrengeling en een lobby- en draaideurverbod voor vervolgfuncties. Het doel is hiermee te voorkomen dat netwerken en vaak vertrouwelijke en niet breed bekende informatie direct worden ingezet voor private belangen.
Advies van de Raad van State
Volgens de Raad bestaat het risico dat losse maatregelen onvoldoende effectief zijn als zij niet onderdeel zijn van een samenhangend systeem van normen en toezicht: ”voor daadwerkelijke bescherming en bevordering van de integriteit is daarom voortdurend aandacht nodig voor de morele waarden die ten grondslag liggen aan het juridische kader en voor het gesprek dat over de daarmee samenhangende dilemma’s moet worden gevoerd”. Verder plaatste de Afdeling kanttekeningen bij de rechtsbescherming. Omdat de door de regering geopperde gang naar de burgerlijke rechter niet erg voor de hand zal liggen, rijst de vraag of de betrokkene dan wel op effectieve wijze bescherming kan krijgen. Vanwege de beperkte geschiktheid van rechterlijke toetsing achteraf is zorgvuldigheid in het proces vóór de vaststelling van het advies volgens de Raad des te belangrijker, zoals bijvoorbeeld een voorafgaand gesprek met de bewindspersoon.
Kritische noten in de parlementaire behandeling
Verschillende fracties benadrukten het belang van integriteit in de vervolgloopbaan. Handhaving vormde een belangrijk punt, zoals controle op het lobbyverbod en mogelijke sancties bij overtreden van de voorwaarden. De wet vertrouwt vooral op ‘naming and shaming’, maar de effectiviteit daarvan is onzeker. Tot slot werden vraagtekens gesteld bij de wettelijke mogelijkheid ontheffing te verlenen van het draaideur- en lobbyverbod, waarbij de regering verwees naar de eerder al bestaande praktijk die ontheffing mogelijk maakte, waarbij met nadruk werd gesteld dat deze ontheffingen uitzonderingen zullen moeten blijven.
Ervaringen in de praktijk
Sinds de inwerkingtreding van de wet heeft het college tot nu (20 april 2026) 21 adviezen uitgebracht aan voormalig bewindspersonen; vaak worden meerdere adviezen per oud-bewindspersoon gegeven voor meerdere beoogde functies. Enkele gegeven adviezen zijn reeds openbaar gemaakt als de functie ook daadwerkelijk is aanvaard. Indachtig de wettelijke toetsingscriteria kijkt het college vooral naar de volgende aspecten rond een beoogde vervolgfunctie:
-
-De mogelijkheid dat al tijdens het ambt handelingen zouden zijn verricht om toekomstperspectieven buiten de publieke sector te vergroten (voorsorteren);
-
-Het lobbyen door voormalig bewindspersonen die niet alleen kennis en informatie hebben, maar ook de juiste contacten en invloed, waardoor zij ambtenaren in hun vorige ministerie en de besluitvorming op een onjuiste manier kunnen beïnvloeden;
-
-Voormalig bewindspersonen die na afloop van hun ambt organisaties of bedrijven vertegenwoordigen met belangen die in strijd zijn met standpunten waarvoor zij tijdens hun ambt verantwoordelijk waren (‘switching sides’, als het ware het veranderen van loyaliteit en eerder ingenomen standpunten);
-
-Het gebruiken van verkregen vertrouwelijke informatie, waaronder vooral informatie waar anderen vanwege hun positie geen gelijke toegang toe hebben (voorkennis).
-
-Het (commercieel) inhuren of indienstneming van voormalig bewindspersonen door ministeries (het zgn. draaideurverbod).
Het college heeft geen zelfstandige onderzoeksplicht; adviezen worden enkel gebaseerd op de informatie die de voormalig bewindspersoon aandraagt op het adviesformulier.
Een stap vooruit, maar geen eindpunt?
Voor het eerst is er een wettelijk kader dat expliciet regels stelt aan wat bewindspersonen na hun ambt beroepsmatig kunnen doen. Wettelijke regels alleen maken politiek en bestuur echter nog niet ‘onkreukbaar'. De vraag is ook of regels op termijn niet breder zouden moeten gelden: voor bijvoorbeeld voormalig topambtenaren, oud-wethouders (grote gemeenten voeren op dit gebied al vaak een actief beleid), Kamerleden of gedeputeerden. Kritiek is te horen op de balans tussen integriteit en de aantrekkelijkheid van het ambt c.q. de individuele vrijheid in beroepskeuze. De komende jaren zal moeten blijken hoe effectief de regels zijn in de praktijk.
Mr J.P. de Jong is secretaris Adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers.
Tijdens het symposium Functie Elders verkent het college op 6 mei 2026 in het Allard Pierson Museum in Amsterdam samen met (oud-) politici, ambtenaren en wetenschappers hoe Nederland zich verhoudt tot andere landen binnen Europa op dit gebied en wat de invoering van de nieuwe wet betekent voor het bredere integriteitsbeleid rond diverse politieke ambten. Het symposium wordt georganiseerd in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam.
Professionals uit beleid, politiek, wetenschap én praktijk komen bijeen om in gesprek te gaan over de vraag hoe regels, instituties en cultuur samen bijdragen aan de integriteit van het openbaar bestuur. Dagvoorzitter is mevrouw Gerdi Verbeet. Meer over het symposium en hoe u zich kunt aanmelden leest u hier.