Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Belang van Duitse verkiezingen voor Nederland sterk onderschat

Wie ook maar een klein beetje interesse heeft in de politiek zat vorig jaar aan de buis gekluisterd om de Amerikaanse verkiezingen te volgen. Ik was zeker niet de enige die geen woord, geen beweging, geen knipoog van de presidentskandidaat wilde missen. Hoe anders vergaat het de Duitse verkiezingen. Hoewel er voor Nederland meer op het spel staat, is geen mens thuis gebleven om het enige lijsttrekkersdebat tussen Angela Merkel (CDU/CSU) en Frank-Walter Steinmeier (SPD) te kijken. Spannend was het niet. Al tijdens het debat werd gesproken van een duet in plaats van een duel.

Al te veel vuurwerk zou ook niet geloofwaardig zijn geweest. Beide kandidaten vormden de afgelopen vier jaar een ‘grote coalitie’, geen liefdesaffaire, maar wel een politieke samenwerking van twee partijen die samen de rit wisten uit te zitten. Toch staat er in deze crisistijd ook voor Nederland veel op het spel. En dan doel ik niet eens op de Nederlandse handelsbelangen, maar vooral op de Nederlandse en Duitse politieke cultuur, die aan elkaar verwant zijn, en die veel meer met elkaar te maken hebben dan vaak wordt gedacht. In beide landen regeert een coalitiekabinet van sociaal- en christendemocraten, in beide landen bestaat de oppositie vooral uit liberalen, een ‘kosmopolitische’ groene partij en een eurosceptische socialistische partij. Een partij als die van Geert Wilders ontbreekt in Duitsland. Hij wordt bij onze oosterburen met stijgende verbazing en vaak ook met afschuw gadegeslagen.

Vooral de christendemocraten zijn zich bewust van hun politieke verwantschap. Merkel en Balkenende voelen elkaar goed aan. In maart publiceerden ze samen een artikel in diverse Europese kranten over de aanpak van de economische crisis waarin ze voor strengere regelgeving pleiten om het vertrouwen in de vrije markteconomie terug te brengen. Merkel benadrukt steeds dat de staat de hoeder is van de orde en dat vertrouwen de munt is, waarmee wordt betaald. Balkenende noemt in een variant hierop vertrouwen het cement van de samenleving: het bindt en verbindt.

Ook hun stijl is verwant: beiden hebben bepaald geen grootsteedse allure, zijn geen geboren leiders en worden op cruciale momenten onderschat. Je kunt het Rijnlandse politiek noemen (zolang als het duurt): zowel in Duitsland als Nederland staat een harde werker aan het hoofd van de regering, met een grote dossierkennis, afkomstig uit de periferie, die goed op de toko past. Merkel benadrukte haar achtergrond nog eens tijdens de campagne in het Oost-Duitse stadje Rathenow door niet alleen haar liefde voor aardappelsoep te bezingen, maar ook haar bezorgdheid uit te spreken over het lot van de aardappel nu zoveel jongeren zijn overgestapt op ander voedsel. Binnenkort weet niemand meer hoe een aardappel te koken, sprak de kanselier bezorgd.

De wisselwerking tussen CDU en CDA is ook op andere manieren zichtbaar. Deze zomer bracht het wetenschappelijk bureau van het CDA een rapport uit over de invoering van een sociale vlaktaks, van één belastingtarief voor álle inkomens. In het rapport wordt verwezen naar het Duitse debat hierover. Merkel was tijdens de vorige verkiezingen voorstander van een vlaktaks, maar heeft dit programmapunt binnen de grote coalitie niet kunnen verwezenlijken. Tijdens deze campagne pleit ze voor belastingverlaging om werknemers en werkgevers meer armslag te geven.

De PvdA heeft minder oog voor onze oosterburen. Wouter Bos laat zich liever leiden door inspirerende persoonlijkheden als Tony Blair en Barack Obama, die inderdaad meer sexappeal hebben dan Frank-Walter Steinmeier, de politieke leider van de SPD. Bos staat er evenmin om bekend samen op te trekken met zijn Duitse collega-minister van Financiën, de sociaaldemocraat Peer Steinbrück. Wel schreef Bos begin deze maand samen met vijf andere ministers van financiën, waaronder Steinbrück, en de Luxemburgse premier Juncker, een brief tegen de aanhoudende bonuscultuur bij banken. Een thema waarmee hij ook in Nederland goede sier maakt.

Bos heeft zich in de eerste jaren van zijn ministerschap vooral als nationaal politicus geprofileerd. Maar Bos weet ook dat de economische crisis niet ophoudt bij Lobith. Hij zou veel kunnen leren van de vragen en problemen waarmee der SPD worstelt. Zoals dit jaar nog eens werd bevestigd bij de Europese verkiezingen, is de crisis van de sociaal-democratie een grensoverschrijdend fenomeen. Sociaaldemocraten in Europa hebben moeite aansluiting te houden bij de middengroepen, vooral bij de relatief kleiner wordende groep laag opgeleiden, die genegen is om de linker dan wel de rechter flank van het politieke spectrum op te zoeken. Het is bovendien een misverstand te denken dat het grote verlies van de Franse Parti Socialiste in 2007, de huidige lijdensweg van Gordon Brown en de waarschijnlijk tegenvallende resultaten van de SPD in Duitsland geen effect hebben op de PvdA.

Wil de PvdA sterk uit de strijd naar voren komen dan heeft zij belang bij een verkiezingswinst van de SPD. Niet alleen omdat daarmee bewezen wordt dat sociaaldemocraten ook in tijden van crisis regierungsfähig zijn, maar ook om de ideologische discussie over het tegengaan van de recessie kracht bij te zetten. Immers alleen door te regeren is het mogelijk om richting te geven aan debatten.

Tot slot is er nog een belangrijke reden waarom de verkiezingen in Duitsland voor Nederland van belang zijn. De enige mogelijkheid voor kleine landen als Nederland om meer invloed te krijgen in de EU is het onderhouden van relaties in Oost-, West-, Noord- en Zuid- Europa. Goede relaties met de Duitse regering zijn het belangrijkst, omdat Duitse belangen in Europa vaak ook Nederlandse belangen zijn en omdat Duitsland nu eenmaal de grootste economie van de EU heeft. Balkenende beschikt over die goede relaties. Het is niet voor niets dat het gerucht de ronde doet dat hij de eerste vaste voorzitter zou worden van de Europese raad. Maar ook voor andere posten – Jaap de Hoop Scheffer als opvolger van Javier Solana? – heeft Nederland de goede relaties met de oosterburen hard nodig.

Hanco Jürgens is wetenschappelijk medewerker bij het Duitsland Instituut Amsterdam en momenteel verbonden als fellow aan het Montesquieu Instituut waarbij hij onderzoek doet naar de Europeanisering van het Rijnland.