Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Wie moet de troonrede voorlezen?

Jurgens, Prof.Mr. E.C.M.

Eric Jurgens, oud-lid van zowel de Tweede als van de Eerste Kamer:

Het gaat natuurlijk om de indruk die het achterlaat. Voor veel mensen, die van ons staatkundig bestel weinig beseffen, leest ons staatshoofd op de Derde Dinsdag een tekst voor waar zij zelf verantwoordelijk voor is: het heet toch Troonrede, zij draagt het toch persoonlijk voor in een vergadering van de Staten-Generaal?

Er zijn meer staatkundige relikwieën die zo’n verkeerde indruk achterlaten, bijvoorbeeld het begrip ‘koninklijk besluit’ en de uitdrukking ‘koninklijke onderscheiding’, terwijl de koningin met de inhoud daarvan niets te maken heeft, alleen de formele ondertekening. Het is ondermijnend voor een politiek bestel als de dingen anders heten dan ze in werkelijkheid zijn. Bij de troonrede gaat het om meer dan een benaming. Het is een mooi ritueel, daar houd ik van, dus van mij mag het. Het markeert een belangrijk moment, de opening van het parlementaire jaar. Prima dat ons staatshoofd deze zitting van de Staten-Generaal bijwoont.

Maar bij die gelegenheid vertelt de regering haar plannen voor dat nieuwe jaar. Het is vergelijkbaar met de regeringsverklaring bij het aantreden van een nieuw kabinet, maar dan een soort voortgangsrapport daarover. De, immers politieke, regeringsverklaring wordt natuurlijk niet door het staatshoofd voorgedragen, maar door de nieuwe minister-president. Waarom wordt dan de jaarlijkse, ook politieke, voortgangsrapportage wel door het staatshoofd voorgelezen?

Zeven maal heb ik als lid van de Tweede, twaalf maal als lid van de Eerste Kamer de Derde Dinsdag meegemaakt. De entourage is feestelijk, met trompetgeschal en gouden koets. De leden van parlement, kabinet, corps diplomatique, Raad van State zijn present, met vele gasten. Het enige agendapunt is de troonrede. Maar van een rede kun je niet spreken. Het is een gortdroge opsomming van de maatregelen die de regering in het komend jaar wil nemen. De koningin is lid van de regering, maar het kabinet bepaalt de inhoud van haar betoog.

Qua welsprekendheid is de troonrede een ramp. Ons staatshoofd moet die tekst zo neutraal mogelijk voordragen, hetgeen zij gewetensvol doet. Elke poging om met de technieken van de welsprekendheid de aandacht van de luisteraar te vangen ontbreekt. Als er bijvoorbeeld zou staan “De regering zal met een voorstel komen om de Europese Unie tot een federale staat om te vormen”, dan zou de koningin door de manier waarop zij het woorden ‘federale staat’ uitspreekt kunnen blijk geven van haar opvatting daarover. Een redenaar zou dat zeker doen. Maar het staatshoofd moet deze verpletterende mededeling doen op dezelfde toon als iets banaals, bij voorbeeld de hoogte van de btw. Die negentien troonredes (van de huidige en van de vorige vorstin) vond ik dan ook, met alle respect niet om aan te horen. Daar kan de vorstin niets aan doen.

De troonrede moet dan ook een korte, beschouwende toespraak van het staatshoofd worden. Daarna geeft de voorzitter van de vergadering het woord aan de minister-president, om zijn politieke verhaal zelf met gloed voor te dragen.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 26 september 2011.