Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Troon en traditie

Staaij, Mr. C.G. van der

Kees van der Staaij, fractievoorzitter van de SGP in de Tweede Kamer:

Nederland heeft maar weinig tradities. Een van de tradities die nog in ere worden gehouden, is het voorlezen van de troonrede door –  wat de Grondwet noemt –  de ‘Koning’. Dat gebeurt op Prinsjesdag, zo’n beetje de meest kleurrijke en populaire dag van het parlementaire jaar. Géén dag waar ‘het volk’ méér voor uitloopt dan voor Prinsjesdag: de gouden koets, de rijtoer, de Ridderzaal, de koningin, de nette pakken en hoedjes. Feest in Den Haag, ondanks de vaak sombere boodschap.

Afgezien van een paar uitzonderingen, is de troonrede altijd voorgelezen door ‘ons’ staatshoofd, de koning(in). Er is geen enkele reden om het Nederlandse staatshoofd dat recht te ontnemen. Ze is bij het uitoefenen van haar recht van inspraak altijd op de rode loper van de constitutie gebleven. Ook heeft ze zich altijd keurig aan de tekst gehouden, dus met haar recht van uitspraak is evenmin iets mis.

De enige reden die ik kan bedenken is dat de indruk zou kunnen ontstaan dat de koningin door het voorlezen van de troonrede de indruk wekt partij te kiezen voor deze of gene politieke mening. Eerlijk gezegd geloof ik daar helemaal niets van. De Nederlanders voelen haarfijn aan dat de tekst van de troonrede en de aangekondigde plannen niet door koningin Beatrix op het paleis zijn bedacht, maar door de ministers in de Trêveszaal.

Natuurlijk begrijp ik ook wel dat als de troonrede zou worden voorgelezen door de minister-president, dit meer recht doet aan de grondwettelijke en politieke werkelijkheid van nu. Maar als iedereen tóch wel doorheeft hoe het werkelijk zit, heb ik het offer er niet voor over om een fraaie en kleurrijke traditie in te wisselen voor een saai en grijs gebeuren.

Trouwens: een troonrede kan alleen voorgelezen worden door iemand die op een troon zit, en dat is toch echt een koning of koningin, niet een minister-president. Die hoort in vak k – k van kabinet….


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 26 september 2011.