Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Twaalf EU sterren

Aalt Willem Heringa, hoogleraar vergelijkend constitutioneel en administratief recht aan de Universiteit van Maastricht

De EU heeft in de vlag 12 gele heldere sterren. Laten we die eens opvatten als symbolen voor 12 belangwekkende issues: con’s en pro’s. Welke zouden dat dan zijn?

Eerst maar eens zes veel gehoorde klachten.

1. De EU verkwist geld

Inderdaad heeft de EU een groot budget van in totaal  zo'n 130 miljard, te weten iets meer dan 1% van het totale BBP van de EU. Ter vergelijking: in veel EU lidstaten ligt de nationale begroting rond de 50% van het BBP! Het ambtenarenapparaat van de EU met 500 miljoen ingezetenen is echter slechts iets groter dan dat van de stad Parijs: 55.000. In de periode 1999-2011 is de begroting van de EU met 40% gegroeid: in Nederland was dat 47% en in slechts vier EU lidstaten groeide de begroting minder snel.

Verdienen de EU-ambtenaren niet schrikbarend veel, met salarissen die ver uitstijgen boven Nederlandse normen en de WNT (Wet Normering Topinkomens)? Op de site europarl.europa.eu vond ik een statistiek met de vraag: zou u een ambtenaar willen zijn in de EU, of liever in Groot Brittannië?

Uit dat staatje zou blijken dat Engelse ambtenaren minder uren werken dan EU-ambtenaren: 36 uren tegenover 37,5. Ook blijkt dat het hoogste salaris in Groot-Brittannië 21.700 euro is tegenover 16.000 euro in de EU. Dat zou een verklaring kunnen zijn voor de vraag waarom er zo weinig Engelsen bij de EU werken. Maar inderdaad, enkele duizenden EU ambtenaren verdienen meer dan de Nederlandse premier of de Duitse bondskanselier. Leden van de Commissie verdienen meer dan 20.000 euro per maand. Op http://www.europa-nu.nl/9353000/d/beloning_eu-ambtenaren.pdf staat trouwens een analyse van de salarissen en vermeende hoogteverschillen met nationale ambtenaren.

Tegelijk gaat het budget, in de vorm van subsidies en voorzieningen en projecten, ook weer terug naar de lidstaten, voor landbouw, natuurbescherming, grote bouwprojecten, onderzoeksubsidies e.d. Natuurlijk komt er verkwisting voor en worden er gelden uitgegeven aan verkeerde projecten. Daarin onderscheidt de EU zich niet van nationale projecten als de eekhoornbrug in Den Haag waar geen eekhoorn over heen gaat, of de investering in sluis en bruggen in Helmond voor de scheepvaart, waar men vergeten was dat er geen schepen konden komen. ‘Gelukkig’ maakt de EU ook fouten, net als onze eigen ministers en gemeenteraden dat evengoed doen. Er is een Europese rekenkamer om dat aan de kaak te stellen en dat is maar goed ook. Verkwisting moet op alle niveaus voorkomen en bestreden worden. Ik ken echter geen onderzoek dat laat zien dat de EU meer verkwistend is dan staten.

2. De EU pikt de soevereiniteit van staten af.

Dit zijn eigenlijk twee stellingen. De eerste is dat soevereiniteit tegen onze zin, terwijl we even niet kijken, plotsklaps wordt afgepikt. Dat afpikken is in ieder geval niet waar. De EU is nu eenmaal zo vormgegeven dat over de meeste zaken besloten moet worden door de Raad van Ministers of de Europese Raad,  waarin de nationale ministers respectievelijk de regeringsleiders zitting hebben. Het komt wel eens voor dat een minister overstemd wordt –  het meeste bij de Britten – maar Nederlandse ministers zijn het over het algemeen eens met genomen besluiten. Zij kunnen daarover door de Tweede Kamer ter verantwoording worden geroepen, van tevoren en na afloop. De meerderheid in het parlement heeft ministers altijd gesteund en is er ook altijd toe overgegaan om de Europese verdragen met nieuwe bevoegdheden voor de EU goed te keuren. Dus van afpikken is geen sprake.

Inderdaad, er gaan wel meer bevoegdheden naar de EU. En dus is er op die terreinen minder zeggenschap voor het nationale parlement. Maar minder soevereiniteit? Dat weet ik niet. Veel zaken waar de EU over gaat zijn grensoverschrijdend: daarover gaan wij als land sowieso niet. En op veel andere domeinen moeten we toch ook ons oor laten hangen naar onze buurlanden met wie we handel drijven? Dan kunnen we er maar beter bij zijn en meebeslissen, zodat we feitelijk meer te zeggen hebben dan de status van klein landje rechtvaardigt. Met de voorzitter van de Eurogroep hebben we meer invloed op monetair beleid en financiële zaken dan als zelfstandig land met de gulden.

3. De EU is een bureaucratisch onding

De EU bestaat uit grote, ver van ons weg staande organisaties, die over abstracte zaken gaan als steunpakketten, netwerken, macro-economische zaken, afspraken met Microsoft, transnationale fusies, toezicht op banken, het regelen van de luchtvaart en de uitstoot van auto's en fijn stof, en handel met grote blokken als de VS en China. Deze organisaties zijn per definitie ver weg en lastig te doorgronden. Helaas, dat zien we ook in landen als Duitsland, de VS en Canada. Kiezers willen in eerste instantie weten of het ziekenhuis om de hoek wel goed werkt, of de fabriek niet dichtgaat, of er zorg is, of de lucht niet te vies is, en dergelijke. Dan zijn abstracte, ver weg staande organisaties moeilijk te doorgronden, vanwege hun wat langere termijn impact en omdat er een ook wat ondoorzichtig patroon is van wie nu wat doet. Geleerden spreken hierbij over transparantie en legitimiteit en tegelijkertijd wordt de constructie steeds ingewikkelder. Inderdaad, het is een enorme uitdaging om dit op te lossen. Maar het is geen reden om de EU dan maar bevoegdheden te ontnemen.

4. De EU heeft te veel bevoegdheden

Waarom de EU eigenlijk niet bevoegdheden ontnemen? Hebben ze niet al te veel? Is de slogan van de Nederlandse regering (nationaal wat nationaal kan, en Europees wat moet) niet een veel betere? Ja en nee. Ja, omdat dat eigenlijk al een Europese regel is: dat heet dan subsidiariteit. En nee, omdat iedereen meteen iets anders vindt over wat dan Europees moet worden geregeld. Dat blijkt alleen al uit het feit dat de Raad met gekwalificeerde meerderheid beslist, en dat de lijst die Nederland maakt van betwiste EU-bevoegdheden ongetwijfeld verschilt van die van anderen. Of dat accijnzen voor grensstreek pomphouders erg vervelend zijn en er toch geen draagvlak is om een EU competentie in te voeren.

5. De EU staat te ver van de burgers af

Ja, de EU staat door zijn omvang en relatieve abstractie ver van burgers af. Kan de EU dichterbij komen? Deels gebeurt dat al, namelijk doordat de lidstaten EU-regels invoeren en uitvoeren en doordat nationale rechters ook EU-recht toepassen. Zonder dat we het merken is de EU dus eigenlijk net zo dichtbij als de eigen staat. Maar we herkennen de EU niet en geven de EU hiervoor niet de credits. Dat is ook onze eigen schuld, of van onze politici. Als er iets fout gaat zijn politici geneigd te zeggen dat de EU dat heeft gedaan, en gaat er iets goed dan hebben ze dat zelf gedaan (ook al was het de EU). Onze pogingen om de EU dichtbij te brengen zijn dus deels te zeer verstopt. En deels is de EU ver weg. Door de onbekendheid, de abstractie van de problemen, door de talen en door de lastige samenwerking met 28 landen.

6. De EU verkwanselt de nationale identiteit

Laat een nationale identiteit, als we al weten wat die precies inhoudt, zich überhaupt verkwanselen en als die nationale identiteit verandert, komt dat dan door de EU? Sinds de EU bestaat, is onze nationale oranjetrots met voetbalwedstrijden er niet bepaald minder op geworden. We vieren nog steeds Koninginnedag/Koningsdag en in sommige delen van het land uitbundig carnaval, en we eten nog steeds rookworst. Maar, het is ontegenzeggelijk waar dat we ook broccoli en pasta zijn gaan eten en quinoa, en curry, pizza, hamburgers en kebab. Naast kerken hebben we nu ook moskeeën. Is de EU daar schuldig aan? Ja, wel in die zin dat we in en met de EU immigratieregels maken, al deden we dat vroeger zelf en was dat de tijd van de gastarbeiders. De EU bepaalt ook dat bedrijven zich vrij mogen vestigen en hamburgers mogen verkopen en verhandelen. Nationale identiteit, dat is datgene wat we er met zijn allen van maken. Die nationale identiteiten, ondanks vele overeenkomsten, verschillen nog steeds binnen de EU. Dit zie ik geenszins als verkwanseling.

En dan nu zes complimenten:

7. Dankzij de EU is er vrede, veiligheid en welvaart

Zonder al te dramatisch te doen heeft de EU in de setting na WOII daar wel een cruciale bijdrage gehad. Het is natuurlijk speculeren wat er zonder de EU zou zijn geweest. Net zoals het speculeren is of in de huidige setting de EU nog steeds cruciaal is voor welvaart, vrede en veiligheid. Maar laat ik het anders zeggen. Zou de bewijslast niet moeten zijn dat degenen die de EU willen beëindigen aannemelijk maken dat een uiteenvallen van de EU niet tot crises, ruzies en onenigheden zal leiden? Maar kunnen we dan als Nederland alleen niet uit de EU? Jazeker kan dat, en er zal ook niet direct oorlog ontstaan als het daarbij blijft. Maar het is een illusie dat we dan meer soevereiniteit en onafhankelijkheid zullen verkrijgen dan als EU-lid. Buiten de EU zullen we moeten slikken wat onze buren ons opleggen, en hebben we geen enkele invloed op wat dat dan is.

Als de EU als geheel uiteenvalt is de kans groter dat we ruzie maken en elkaar tegenwerken dan wanneer we intensief blijven samenwerken. Waarom zou Duitsland dan nog goederen willen invoeren via de Rotterdamse haven, in plaats van gewoon via Noord-Duitse havens? Marcel de Ruiter berekende in 2009 hoe groot het profijt van Europa is. Zijn stelling was dat in 2008 de interne markt Nederland 30 miljard heeft opgeleverd; zo'n 5% van het BBP. Per burger is dat 1812 euro. Dit naast de meer onmeetbare waarden van vrede, veiligheid en rechtsstaat (zie www.montesquieu-instituut.nl).

8. De EU heeft grensoverschrijdende voorzieningen mogelijk gemaakt

In de Limburgse regio gaan veel mensen naar de ziekenhuizen vlak over de grens, met kortere of zelfs geen wachttijden, en goede en snelle medische zorg. Dit gebeurt dankzij de EU-verplichting dat verzekeraars dit moeten vergoeden. Ook werken in Limburg vele Vlamingen in de zorg. Gelukkig maar, dan is er geen schaarste aan personeel. Verder werken er Nederlanders in de haven van Antwerpen, studeren er Nederlanders in België, profiteren we van snelle spoorverbindingen via België en Frankrijk naar het Verenigd Koninkrijk en van transportcorridors naar het Oosten. Het is nog lang niet altijd eenvoudig genoeg om grensoverschrijdend te werken. Dat pleit voor meer regie om belemmeringen op te heffen, meer gemeenschappelijkheid en daardoor meer kansen voor grensregio’s.

9. De EU heeft bijgedragen tot een schoner milieu

Inmiddels is alweer het zevende Milieuactieprogramma van kracht, dat loopt tot 2020. Nationaal is veel wetgeving tot stand gebracht ter uitvoering van Europese normen en regels. Het is logisch dat door de grote impact van de interne markt en het grensoverschrijdende karakter van milieu, dit een terrein is waar gezamenlijk het meest effectief kan worden opgetreden.

10. Ook de EU is democratisch georganiseerd

Als we onder democratie verstaan dat we eens in de vijf jaren een parlement kunnen kiezen dat belangrijke wetgevende bevoegdheden heeft, is het antwoord ja. Als we vinden dat democratie ook betekent dat een executieve/regering - en als we dan gemakshalve de Commissie als zodanig beschouwen - een parlementaire status heeft, dan is het antwoord nog niet volmondig ja.

Weliswaar heeft het Europees Parlement een stem bij de samenstelling van de Commissie en kan het vertrouwen worden opgezegd, de relatie is meer een driehoeksrelatie omdat ook de ministers van de lidstaten een rol spelen bij de samenstelling van de Commissie. Het antwoord is waarschijnlijk ook nee, als we onder democratie mede verstaan dat we weten wat er gebeurt en wat het EP doet. En ook nee, als we democratie louter willen koppelen aan het begrip natiestaat en nationale parlementen.

Toch hebben nationale parlementen wel de bevoegdheid om bezwaar te maken tegen een ontwerp-EU-regeling (de gele kaart procedure), en moeten zij in kennis worden gesteld van aankomende EU-besluiten, om daarover met hun ministers van gedachten te kunnen wisselen en afspraken te kunnen maken. Het is een ingewikkeld plaatje, maar om nu te zeggen dat de EU ondemocratisch is opgezet of functioneert, gaat wat ver.

11. De EU draagt bij aan grote projecten in de staten

De EU draagt bij aan nationale investeringsprogramma's in infrastructuur en in onderzoeksprogramma's. Grote delen van het EU-budget worden uitgegeven aan nationale en grensoverschrijdende projecten. Daarnaast bestaan er onderzoeksprogramma’s waarop wetenschappers uit de lidstaten kunnen intekenen. Juist door hier gezamenlijk de EU in te zetten is er sprake van een competitie die kwaliteit bevordert, en gaat het ook om substantiële bedragen.

Voor 2014-2012 staat in het zogenaamde Meerjarig Financieel Kader (MFK), zoals dat in november 2013 door het Europees Parlement werd goedgekeurd, een veelheid aan investeringen voor werkgelegenheid, Erasmus +, Horizon2020 en Infrastructuur. Voor de Connecting Europe faciliteit (CEF) is bijvoorbeeld 33,3 miljard euro beschikbaar gesteld. Medio 2013 kreeg Nederland van de EU vele miljoenen voor grote spoorprojecten.

12. De EU is net zo van ons als de staat

We vergeten het te vaak. De EU is niet hen en zij, maar is van ons en door ons en voor ons. We moeten de EU ons eigen maken, opeisen dat we willen weten wat er gebeurt, dat onze politici – die als het ware ook Europese politici zijn – eerlijk vertellen waarom sommige zaken beter via en met de EU kunnen worden geregeld, en dat de EU dat zo zorgvuldig mogelijk doet. Dat betekent: verkiezingen voor het Europees Parlement opeisen als ons individueel recht, waar we met petities ons toe kunnen richten. Een Europese Unie waarin we de bazen op verkiezingstournee zien, om ons te vertellen wat ze doen, en tegelijkertijd om naar ons te luisteren.

SLOT

Mijn verhaal is dat ik de EU een mooi project vind met evenzovele imperfecties. Te mooi om af te blazen of te kortwieken. Zo mooi, dat we moeten werken aan alle imperfecties. In hoor en wederhoor, in alle eerlijkheid en openheid, met argumenten en analyses van problemen en oplossingen. Het liefst wat mij betreft zonder retoriek, al weet ik dat dat er wel bij hoort.

Politici moeten problemen oplossen en eerlijk zijn. Maar vooral moeten politici luisteren, en zoeken naar de toon of de noemer van alle verhalen die ze horen en die ze dan proberen om te zetten in een oplossing en een richting die samenbindt en verder brengt.

Deze bijdrage verscheen in 'De Hofvijver' nr. 41, d.d. 28 april 2014.