Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Carrousel van commissiezetels in het Europees Parlement

Europees Parlement

Het Europees Parlement is verdeeld in verschillende commissies. Deze commissies bereiden de vergaderingen van het Europees parlement voor en drukken inhoudelijk een grote stempel op Europese wetgeving.

In welke EP-commissies zitten Nederlandse Europarlementariërs? Zijn er verschillen tussen de commissies te zien? En hebben Nederlandse Europarlementariërs een voorkeur voor bepaalde beleidsterreinen, bijvoorbeeld voor juridische of economische commissies?

Hoogleraar Public Affairs en fellow van het Montesquieu Instituut Arco Timmermans heeft onderzoek gedaan naar de commissiecarrousel van Nederlandse Europarlementariërs. Welke commissiekeuzes zien we vanuit Nederland en hoe verhoudt dit zich tot de commissieprioriteiten van andere lidstaten?

1.

Onderzoeksresultaten

Uit het onderzoek kwam naar voren dat Nederland sinds 1984 sterk vertegenwoordigd is in de commissie 'Rechten van de Vrouw'. Ook in de commissie Burgerlijke vrijheiden, justitie en binnenlandse zaken is Nederland sinds 1999 goed vertegenwoordigd.

Daarnaast hebben relatief veel Nederlandse Europarlementariërs zitting genomen in de commissie Ontwikkelingssamenwerking, met uitzondering van de periode 1994-1999. Een commissie waar Nederlandse Europarlementariërs veel belang aan lijken te hechten is de commissie Milieu, Volksgezondheid en Voedselveiligheid. In de export- en handelscommissies zitten relatief minder Nederlandse Europarlementariërs dan op basis van de zetelverdeling kon worden verwacht.

Dankzij het instrumentarium van PDC kan dit onderzoek ook worden uitgebreid naar andere lidstaten. Zo blijkt bijvoorbeeld dat Duitsland sinds 1979 sterk vertegenwoordigd is in de EP-commissie Economische en Monetaire Zaken, terwijl Polen en Italië hier minder prioriteit aan lijken te geven. En Frankrijk zet bijvoorbeeld sterk in op Ontwikkelingssamenwerking, terwijl Griekse Europarlementariërs hier, afgaande op de zetelverdeling, weinig aandacht aan besteden.

Benieuwd naar de prioriteiten van andere lidstaten? Neem dan contact op met het Montesquieu Instituut.

2.

Unieke dataset

Voor dit onderzoek heeft Timmermans gebruik gemaakt van de unieke dataset die PDC onder de vlag van het Montesquieu Instituut heeft ontwikkeld. PDC heeft onderzocht hoe de EP-commissies sinds 1979 zijn samengesteld. Deze dataset beslaat de periode 1979-2014 en omvat alle 28 lidstaten. In totaal zijn voor dit onderzoek 3.186 Europarlementariërs en 94 EP-commissies geanalyseerd. Voor de analyse is gekeken naar de proportionele zetelverdeling in het Europees Parlement. Aan de hand van deze zetelverdeling is het aantal zetels per EP-commissie bepaald.

3.

Real Time Research

Om de gegevens op een overzichtelijke manier te kunnen analyseren, heeft PDC de 'aandacht-analysetool' ontwikkeld. Dit instrument geeft in één oogopslag weer hoe de Nederlandse Europarlementariërs zijn 'verdeeld' over de verschillende commissies van het Europees Parlement. Ook is per commissie te zien wie er in deze commissie zitting heeft genomen en uit welke lidstaat deze Europarlementariër afkomstig is. Zo is goed te zien welke lidstaten sterk vertegenwoordigd zijn in een bepaalde commissie en welke juist niet.

Deze 'aandacht-analysetool' kan, afhankelijk van de dataset, op verschillende manieren worden gebruikt. Dit instrument is daarom uitermate geschikt om snel in te kunnen spelen op de actualiteit, het zogenaamde Real Time Research. Dit bespaart de onderzoekers veel tijd en geld.

4.

Meer informatie

Tijdens het debat 'Het Schaakspel om Europese Macht' ging bijzonder hoogleraar Timmermans in op het kleinere schaakspel dat na de verkiezingen plaatsvindt: de commissiecarrousel.

Wilt u meer weten over dit onderzoek, de unieke dataset of de aandacht-analysetool van PDC? Neem dan contact op met het Montesquieu Instituut via info@montesquieu-instituut.nl of via 070 3630105.