Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Het 'probleem' Eerste Kamer: Visies op de toekomstige rol van de Senaat

p1210246

Op 26 mei 2015 werd een nieuwe Eerste Kamer gekozen. Die Kamer staat in toenemende mate in de belangstelling. Dat is een gevolg van gewijzigde politieke verhoudingen en de steeds grotere electorale verschuivingen.

Konden kabinet tussen 1918 en 2010 altijd rekenen op een meerderheid in beide Kamers, sinds 2010 is dat niet meer het geval en het in 2012 aangetreden kabinet-Rutte II kwam zelfs acht zetels 'tekort' voor een meerderheid. Door het sluiten van ad hoc-akkoorden met oppositiepartijen leverde dat minder problemen op dan sommigen hadden verwacht. Het kabinet wist vrijwel zijn gehele hervormingsagenda door beide Kamers te loodsen.

Inhoud

1.

Tweekamerstelsel

Toch rijst steeds meer de vraag of de wijze waarop ons tweekamerstelsel is ingericht, houdbaar is. Daarbij gaat het zowel om de kans dat de Eerste Kamer gaat optreden als 'hindermacht' voor een kabinet dat over een meerderheid beschikt in het rechtstreeks gekozen deel van de volksvertegenwoordiging als om de wijze van verkiezen. Sinds 2011 zien wij lijsttrekkers voor de Eerste Kamerverkiezingen optreden in televisie-en radiodebatten, terwijl de gedachte achter het getrapte kiesstelsel juist is, dat Eerste Kamerkandidaten in de politieke 'luwte' blijven. Landelijke thema's overschaduwen vrijwel geheel de Statenverkiezingen en van kiezers wordt een onmogelijke keuze gevraagd: oordelen over zowel het provinciale beleid als het kabinetsbeleid.

2.

Bundel Montesquieu

Het Montesquieu Instituut gaat in deze bundel in op aspecten die bij de discussie over het tweekamerstelsel een rol spelen. Simon Otjes gaat vanuit een algemenere politicologische visie in op de voors en tegens van een tweekamerstelsel en op scenario's die vanuit die visie denkbaar zijn voor de toekomst van de Eerste Kamer. Daarbij gaat hij tevens in op de vraag of er alternatieven zijn voor het huidige tweekamerstelsel, bijvoorbeeld door een grotere rol van de Raad van State bij het bewaken van de wetgevingskwaliteit.

Carla van Baalen en Alexander van Kessel belichten de rol van de Eerste Kamer bij de kabinetsformatie. Lang gold als conventie dat Eerste Kamerleden niet gebonden zijn aan het regeerakkoord. Het is ten eerste de vraag of dat beeld wel helemaal klopt en of er toch niet altijd al sprake was van een zekere (informele) binding en ten tweede of de toegenomen politieke rol van de Senaat geen invloed zal hebben op de betrokkenheid van Eerste Kamerfracties bij de formatie. Aalt-Willem Heringa gaat uitvoeriger in op het 'probleem' Eerste Kamer, waarbij het allereerst natuurlijk de vraag is of er wel een probleem is. Hij schetst verder alternatieven voor een andere rol van de Eerste Kamer en voor een andere wijze van verkiezing.

Op basis van een empirisch onderzoek gaat Simon Otjes in op de vraag of vier door toenmalig PvdA-senator Han Noten geformuleerde 'wetten'geldig zijn. Die 'wetten' hebben betrekking op het stemgedrag van gelijkgezinde fracties in Tweede en Eerste Kamer en op het voorkomen van afwijkend stemgedrag in fracties. Het PDC Universiteit Leiden geeft een overzicht van belangrijke wetsvoorstellen die in de Eerste Kamer strandden, hetzij door verwerping, hetzij door gedwongen intrekking, en analyseert aan de betekenis daarvan. Verwerping en intrekking betekende lang niet altijd blokkering van wetgeving.

3.

Digitale versie