Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Het bankwezen als ontembaar beest

donderdag 4 juni 2015

DEN HAAG (PDC) - “Het monster is niet getemd”. Er is op het eerste gezicht veel gebeurd, maar nog niet genoeg. Het gedrag en de moraal van bankiers is niet wezenlijk veranderd. Zo leidde Ewald Engelen (hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam) gisteren het debat ‘Banken, bonussen en maatschappelijke onrust’ in, waarna een discussie volgde met Wouter Koolmees (financieel woordvoerder van D66) en Pieter Couwenbergh (journalist van Het Financieele Dagblad) onder leiding van Max van Weezel. De grote vraag was wat voor invloed de politiek heeft op het bankwezen en de bonuscultuur, en of er een maatschappelijke rol is weggelegd voor de media en academische wereld als controleur. 

Volgens Engelen zijn de financiële belangen zo groot dat banken de goed geoliede lobbymachine, die invloed heeft op media en wetgevende macht, draaiende houden. De media, wetenschap en politiek hebben hier te weinig tegenwicht aan geboden. Er moet met een schone lei begonnen worden om de bankensector effectief te kunnen herstructureren, aldus Engelen.

Koolmees bestempelde het pleidooi van Engelen als te somber. Er is de afgelopen jaren al veel veranderd – ook tegen de wil van de financiële sector in. De media en academici hebben een wereldwijd effect gehad op deze ontwikkeling, bepleitte Koolmees. Couwenbergh benadrukte dat een grote structurele verandering tijd vergt en niet altijd direct zichtbaar is. Ook kan er niet zomaar met een schone lei begonnen worden: “Wanneer je een sector wilt veranderen kun je de winkel niet sluiten”, stelde Couwenbergh.

Er moet een balans worden gevonden tussen een sterke regelgeving voor het beleid bij de banken en de vrije marktwerking van de financiële sector, luidde de gezamenlijke conclusie. We moeten ervoor waken dat kleine banken niet belast worden door excessieve wetgeving, bepleitte Koolmees. Engelen beargumenteerde dat tegelijkertijd de grote banken niet zo groot moeten worden als voor de crisis waardoor het pre-crisis sentiment ontstaat van “too big to fail”. Dit kan door middel van gestructureerde regelgeving, splitsing van de taken van banken, en een gezonde marktwerking.