Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

De VVD en de rechtsstaat

Het liberalisme heb ik altijd in verband gebracht met de rechtsstaat. Dat komt natuurlijk door liberale Nederlandse staatslieden als Thorbecke. Op een of andere manier bekruipt mij de laatste jaren de indruk dat de VVD dat gevoel voor de rechtsstaat aan het verliezen is en zich vooral richt op politieke macht en op de door de partij te behartigen belangen, zoals veiligheid, economische groei en minder regeldruk.

Deze stelling behoeft natuurlijk voorbeelden. Als voorbeelden kunnen dienen: het verzet binnen de VVD (Tweede Kamerfractie) tegen de invoering van het rechterlijk toetsingsrecht (Handelingen TK 2014/2015, nr 60, item 11); het initiatief voorstel van VVD TK lid Taverne tot aanzienlijke terugdringing van de rol van de rechter terzake van toetsing aan verdragen (33. 359); de soms gearticuleerde moeite met de rol van het EHRM*; en zeer recent de uitlatingen van Teeven naar aanleiding van de presentatie van het rapport Oosting over het belang van/de prioriteit voor misdaadbestrijding met de deal met Cees H..

Democratie en rechtsstaat

Dit zijn uiteraard allemaal interessante opvattingen. Maar wat wringt bij mij is dat ze gemeen hebben dat ze uitgaan van een enigszins naïef idee van democratie en rechtsstaat. Kort en cru gezegd: de politiek moet het voor het zeggen hebben en de rechter moet zich er niet te veel mee bemoeien, en legitieme doeleinden als veiligheid en misdaadbestrijding zijn prioritair belangrijk. Waarom zijn die opvattingen een naïeve uitdrukking van democratie en rechtsstaat? Omdat ze een eenzijdig beeld geven van een democratische rechtsstaat.

Allereerst gaan ze uit van de opvatting dat democratie hetzelfde is als ‘de meerderheid beslist’. Democratie heeft inderdaad te maken met publieke participatie en meerderheidsbesluiten en legitimiteit, maar ook met het beschermen van minderheden en minderheidsopvattingen en het openhouden van politieke kanalen van communicatie.

Ten tweede is een democratische rechtsstaat meer dan democratie alleen. Daarin dienen ook individuele rechten en algemene rechtsbeginselen beschermd te worden, en dienen macht en machtsuitoefening te worden beperkt. Het idee daarachter is dat machtsconcentratie en machtsuitoefening aan banden moeten worden gelegd, en dat allemaal ter voorkoming van machtsmisbruik. Dat betekent dat de simpele regel dat de meerderheid beslist niet opgaat; zowel bij het nemen van meerderheidsbesluiten als bij het uitvoeren daarvan behoort een onafhankelijke instantie toe te zien op de rechtmatigheid en op de vraag of niet te zeer individuele rechten in het gedrang komen.

Democratische Controle

Ja maar, is dan het antwoord, die controle en dat oordeel kunnen vanuit democratisch perspectief het beste toekomen aan de wetgever, dan wel aan de ‘politiek’.  Maar dát is nu precies de crux: dat is niet zo, want dan zou de wetgever niet meer afdoende gecontroleerd kunnen worden op de rechtsstatelijkheid van regels en ontbreekt een onafhankelijke controle en hebben we alleen nog maar de regel dat de meerderheid beslist en de aanname dat de politiek het het beste weet. Dat is een misvatting. Juist in het samenspel tussen de staatsmachten kunnen we het optimum bereiken ten aanzien van democratie, rechtsstaat, beperking van macht en bescherming van rechten en beginselen. Het beeld dat wel opgeroepen wordt dat de rechter (nationaal en EHRM) zijn bevoegdheden te buiten gaat en ‘politiek bedrijft’ is echt een misvatting. En laten we ons gelukkig prijzen dat rechtspraak in instanties plaatsvindt en rechters expliciet argumenten wegen, en wel degelijk oog en oor hebben voor de context van hun oordelen. Dat is een open vorm van communicatie en dialoog (met de burger en de andere staatsmachten) die de kwaliteit van de rechtsstaat dienen.  Meer dan de één dimensionale visie dat de politiek het eerste en het laatste woord moet hebben.

  • Onbetwistbaar recht? Juridisering en het evenwicht tussen rechtsstaat en democratie, Telderstichting De Haag 2012