Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Column uit het Torentje

Kabinetten maak je niet, kabinetten ontstaan. Ter gelegenheid van het lustrum van het communicatiebureau Schinkelshoek & Verhoog sprak minister-president Mark Rutte op 24 januari 2017 in Den Haag een column uit over kabinetsformaties. 'Het betekent praten. Veel praten. En dat kost tijd.'

Hoe maak je een kabinet? Een interessante vraag. Uitgerekend een vraag van Jan Schinkelshoek. Jan is een echte schaker. En voor schakers – zo is bekend – is niets leuker dan strategisch denken. Vooruitdenken. Zetten voor zijn. Maximaal gebruik maken van de spelmogelijkheden om je tegenstander te slim af zijn. De regels tot in de finesses beheersen.

Ik snap dan ook dat precies Jan die vraag stelt over hoe je een kabinet maakt. Maar dan moet ik je teleurstellen, Jan. Een kabinet máák je niet. Een kabinet ontstáát. Het ontstaat uit een unieke mix van de verkiezingsuitslag, verkiezingsprogramma’s, een gedeeld verantwoordelijkheidsbesef, de tijdgeest, de mensen in kwestie en duidelijke wensen om zaken te verbeteren. Dit vergt een open blik én een helder beeld wat je als partij echt wil regelen. Je moet elkaar zien te vinden op hoofdlijnen en, vervolgens, de details. Dit betekent veel tijd in elkaar investeren. En praten. Veel praten. En dit kost tijd.

Het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis heeft in zijn nieuwste boek ‘Kabinetsformaties 1977-2012’ becijfert hoeveel tijd in die 35 jaar is gebruikt om te komen tot nieuwe kabinetten. Dit was in totaal 3,5 jaar. Een gemiddelde van 95 dagen per kabinet. Tien procent van de tijd is dus opgegaan aan informeren, formeren en presenteren. De auteurs van het boek – Carla van Baalen en Alexander van Kessel – schrijven in hun slotbeschouwing dat formaties zich kenmerken door een zekere mate van onvoorspelbaarheid. Dat ligt in lijn van wat ik net al zei: iedere tijd is uniek, evenals de hoofdrolspelers en de dynamiek voor en na de verkiezingen. Daar komt nog eens bij dat er geen wet noch vastgestelde procedure bestaat over op welke manier een kabinet moet worden gevormd. Er zijn geen wetsartikelen waarnaar je kunt grijpen de dag na de verkiezingen. Er is geen blauwdruk of bouwtekening om te komen tot de best mogelijke coalitie. Er bestaan alleen voorschriften over hoe op den duur ministers en staatssecretarissen moeten worden benoemd. That’s it. Voor de rest moeten partijen het doen met ingesleten olifantenpaden van voorgangers en de wijsheid van het moment.

Gedurende het formatieproces leer je elkaar beter kennen en ontstaat een diepere en wezenlijke vertrouwensband. Dit is ook nodig. Je gaat immers een alliantie aan die vier jaar moet duren. Je moet leren door elkaars ogen naar de wereld te kijken. En op die manier komt de wisselwerking van geven en nemen op gang. Zo ontstaat in de kiem een noodzakelijke eenheid die kan uitmonden in een kabinet. Ik heb zelf twee totaal verschillende kabinetsformaties van dichtbij meegemaakt. De eerste verliep stroever dan de tweede. Er kwamen ook meer partijen kijken bij de eerste. Dat kostte veel tijd. Bij de tweede in 2012 verliep het makkelijker. Niet alleen omdat de VVD en de PvdA met afstand de grootste partijen waren, maar ook omdat Diederik Samsom en ik het vrij snel eens waren over wat het kabinet concreet als taak had: financiën weer op orde en de hervorming van onze verzorgingsstaat.

Ik heb van deze twee formaties geleerd dat een kabinet ontstaat uit een welbegrepen overeenstemming over de aanpak van de noden van de tijd. Ik zeg dat graag met archaïsche gewichtigheid. Maar als ik goed naar mijn voorgangers kijk, hadden zij met eenzelfde verantwoordelijkheidsbesef, dezelfde passies, dezelfde focus en dezelfde noodzakelijkheid te maken. Ze koersten eerst aan op overeenstemming van gelijkgestemde geesten over wat er moet gebeuren. En toen kon er vervolgens zoiets moois als een kabinet ontstaan. Of je nu kijkt naar het kabinet Drees, De Jong, Den Uyl, Van Agt, Lubbers, Kok, Balkenende en nu de kabinetten die mijn naam dragen: de tijd waarin zij en wij leefden en leven heeft ons gedwongen te handelen naar wat er echt moest gebeuren. En daar stroop je vervolgens vier jaar lang dagelijks je mouwen voor op. Daar neem je de volle verantwoordelijkheid voor. En dat is, naar mijn mening, het mooiste dat je als politicus kunt doen: het leven van Nederlanders concreet verbeteren. Daarom is mijn stellige overtuiging dat een kabinet dat doet wat écht nodig is, nooit gemaakt wordt, maar ontstaat.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 30 januari 2017.