Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Saskia Stuiveling, rentmeester van de rechtsstaat

maandag 29 mei 2017, Melissa Sijm, Montesquieu Instituut, op basis van de ter nagedachtenis van Saskia Stuiveling uitgesproken redes*
Saskia Stuiveling

Op 20 april overleed Saskia Stuiveling op 71-jarige leeftijd, tot twee jaar geleden president van de Algemene Rekenkamer. Daar was zij sinds 1984 werkzaam, eerst als lid van het College, en sinds 1999 als president. Saskia Stuiveling begon haar politieke carrière als PvdA-senator in 1981. Al na drie maanden riep het ambt van staatssecretaris van Binnenlandse Zaken haar in het kabinet-Van Agt II. Maar zij verwierf toch vooral bekendheid door haar ruim 30-jarige carrière bij de Algemene Rekenkamer waar zij zich ontwikkelde tot 'rentmeester van de rechtsstaat'- zoals Ankie Broekers-Knol, voorzitter van de Eerste Kamer haar in haar herdenkingsspeech fraai karakteriseerde.

Den Haag stond uitgebreid stil bij haar overlijden. In Tweede en Eerste Kamer werd zij door de voorzitters herdacht en bij de herdenking in de Tweede Kamer sprak naast de voorzitter ook minister van Financiën Dijsselbloem. De huidige president van de Algemene Rekenkamer, Arno Visser, sprak tijdens de afscheidsdienst in de Hoflaankerk in Rotterdam op 28 april 2017. Uit alle speeches bleek de waardering, het vertrouwen en ook het gezag dat Saskia Stuiveling als president van de Algemene Rekenkamer opgebouwd had.

Ankie Broekers-Knol, noemde Stuivelings benoeming bij de Rekenkamer een gouden greep. 'Mevrouw Stuiveling was niet alleen 'cijfergek', maar bezat ook een messcherp analytisch vermogen en had bovendien de standvastige persoonlijkheid die nodig is om de overheid op haar functioneren aan te spreken.' Volgens haar sloten functie en persoon perfect op elkaar aan. Arno Visser, ging in op haar verdiensten voor de Algemene Rekenkamer. Hij beschreef hoe vernieuwend Stuiveling was; hoe zij moderne werkwijzen toepaste om de Rekenkamer meer van deze tijd te maken.

Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib zag dat ook. Het gezag dat de Rekenkamer geniet is volgens haar grotendeels aan Stuiveling te danken. Zo maakte Stuiveling zich onder andere hard voor open data en het voor iedereen toegankelijk maken van alle kennis die de Rekenkamer in huis heeft. Stuiveling kreeg volgens Arib dan ook niet voor niets de bijnaam: 'de Haagse profeet van de digitalisering'. Stuiveling maakte zich druk om de achterblijvende digitalisering van de overheid. De overheid moest blijven meegaan met zijn tijd om het contact met de burger te verbeteren en aansluiting te houden binnen een snel veranderende samenleving. Zelf zag Stuiveling het streven naar transparantie als een grote stap. Zij noemde deze verandering een ‘totale kanteling’, die zij destijds vergeleek met de uitvinding van de boekdrukkunst.

Maar niet alleen online moest de overheid zich blijven ontwikkelen. Saskia Stuiveling vond het belangrijk dat de Rekenkamer meer naar buiten toetrad. Om dit te bereiken versterkte zij de samenwerking met andere rekenkamers. In 2014 organiseerde zij een grote internationale conferentie voor Europese Rekenkamers en in 2005 begon de Algemene Rekenkamer onder leiding van Stuiveling met andere rekenkamers samen te werken aan de ontwikkeling en aankoop van de Joint Strike Fighter, die de F-16 moet gaan vervangen.

Verantwoordingsdag

Eén van de speerpunten uit haar carrière is 'Verantwoordingsdag', die mede op initiatief van Jan van Zijl in 2000 werd ingesteld, als tegenhanger voor Prinsjesdag. Voortaan zouden op de derde dinsdag van mei de resultaten van het beleid worden gepresenteerd, waarbij het accent op de rechtmatigheid van de overheidsuitgaven en ontvangsten lag. Daarmee wilde Stuiveling de controlerende taak van het parlement vergroten.

Hoewel voor het aanbieden van de verantwoordingsstukken aan de Tweede Kamer afgelopen Verantwoordingsdag slechts een half uur werd uitgetrokken, de stukken in het algemeen niet tot grote debatten leiden en ook de publieke en mediabelangstelling gering is, werpt Verantwoordingsdag zijn vruchten af. Dankzij de inspanningen die Saskia Stuiveling zich voor deze dag heeft getroost kan inmiddels van 99 procent van alle uitgaven met zekerheid worden gezegd dat ze rechtmatig zijn. Voor haar het bewijs dat Verantwoordingsdag werkt.

Als voormalig president van de Algemene Rekenkamer is Stuiveling jarenlang nauw betrokken geweest bij het presenteren van de jaarverslagen aan de Tweede Kamer. Mark Rutte sprak tijdens haar afscheid van de Algemene Rekenkamer in mei 2015 zijn bewondering uit: 'In die drie decennia en zeker onder jouw leiding is het toezicht op de rijksbegroting niet alleen gemoderniseerd en intensiever geworden, maar ook zichtbaarder en effectiever'. Dit vulde hij aan met een gedachte die volgens hem bij verschillende ministeries rond Verantwoordingsdag speelden: 'welke woorden gebruikt Saskia Stuiveling dit jaar? En hoe strengt kijkt ze daarbij?’

Dat Saskia Stuiveling streng kon zijn, komt ook in de speech van Khadija Arib en Arno Visser naar voren als zij haar citeren: 'Ik ben natuurlijk wandelend slecht nieuws'. Hoewel zij dat altijd met enige ironie uitsprak, school er wel waarheid in en illustreerde het de reputatie die zij had. Volgens Arib was Stuiveling scherp in haar oordeel en scherp in haar bewoordingen. Toch wist, aldus Ankie Broekers-Knol, Stuiveling met haar gedrevenheid, vasthoudendheid en professionaliteit iedereen te overtuigen dat een democratische rechtsstaat alleen kan slagen als deze wordt gecontroleerd.

Doelmatigheidsonderzoek

Is het rechtmatigheidonderzoek van oudsher een wettelijke taak van de Algemene Rekenkamer, sinds 2001 is deze aangevuld met het doelmatigheids- of het doeltreffendheidonderzoek. Daarbij wordt gekeken naar de efficiëntie en de effectiviteit van het gevoerde beleid. Saskia Stuiveling was de initiator en de motor van dit onderzoek. Volgens Arno Visser was Saskia Stuiveling nieuwsgierig naar de realiteit. 'Ze wilde altijd weten wat er écht gebeurde'. Hij gebruikt dan ook als citaat een uitspraak van haar op de derde woensdag van mei in 2013: 'We zijn op zoek naar de waarheid over de werkelijkheid. Daar ligt de basis voor adequaat overheidshandelen.' Ook Broekers-Knol beaamt Stuiveling's pragmatisme als zij stelt dat Stuiveling als geen ander wist dat grote beleidsplannen alleen kans van slagen hebben als de effecten ervan helder zijn.

Stuiveling heeft veel van haar tijd gewijd aan het verbeteren van de kwaliteit van het openbaar bestuur. Ze lijkt dan ook voor de toekomst de richting te hebben bepaald. Toch kan de Rekenkamer bouwen op alle vernieuwingen die zij heeft doorgevoerd, onder andere op het gebied van digitalisering. Hoewel tijdens haar afscheid van de Rekenkamer is gezegd: 'Een instituut verlaat een instituut', zo heeft het instituut, het instituut nog lang niet verlaten.

 

Bronnen:

1.

Deze bijdrage stond in