Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Geen koning maar een Burger

maandag 29 mei 2017, Joop van den Berg, voormalig hoogleraar parlementaire geschiedenis, oud-lid van de Eerste Kamer

Er zijn van die besluiten in de politiek vanwaar eenmaal genomen, geen terugkeer mogelijk is. Daartoe behoort de beslissing van de Tweede Kamer in 2012 om het bij de kabinetsformatie zelf te gaan doen en de Koning uit te schakelen. Een aantal partijen had nogal moeite met dit besluit, waaronder de VVD en meer speciaal haar politieke leider. Maar, ook Rutte is intussen gewaar geworden dat er geen terugkeer naar vroegere tijden mogelijk is.

Na de geslaagde sabotageactie van Alexander Pechtold (D66) tegen een mogelijke combinatie met de ChristenUnie – daarbij wellicht een handje geholpen door een al te passieve informateur – ontstond enige nauw verholen woede bij de VVD en het CDA, die een reële kans op zulk een combinatie zagen vervliegen zonder er zelf iets aan te hebben kunnen doen. Ook kreeg het Binnenhof last van een vlaag van nostalgie en teruggekeerd verlangen naar de tussenkomst van Zijne Majesteit. Zeker, de onderhandelaars hadden zich vastgereden in het rulle zand, maar rechtvaardigde dat de terugkeer van de Koning op het toneel van de kabinetsformatie?

Nauwe banden

Men kan zich afvragen of huidige informateurs niet iets te dichtbij staan bij de politici die een kabinet bij elkaar moeten onderhandelen. Daardoor ontbreekt het hen misschien aan de nodige afstand tot dagelijks bedrijf en dagelijkse ambities. Als het al zo is, dat informateurs te dicht bij de actuele politiek staan, dan is dat een verschijnsel dat al heel wat langer bestaat dan het 'vertrek' van de Koning uit de kabinetsformatie. De laatste informateur-op-afstand was in 2006 Herman Wijffels, die CDA, CU en PvdA bij elkaar moest brengen; hij was toen al de uitzondering die de regel bevestigde.

De vraag is of daar onderhandelingen beter en vruchtbaarder van worden dan wanneer die onder leiding staan van meer direct betrokkenen als Edith Schippers of eerder Henk Kamp en Wouter Bos. Het kabinet-Balkenende bleef een slecht functionerend en vroegtijdig ineengestort bouwsel; het kabinet-Rutte II werd een stabiel en productief geheel. In dagen als deze is er wel degelijk reden tot heimwee: niet naar de Koning maar naar de in hoog tempo en strak geregisseerde formatie van 2012, die tot voor kort zo werd bekritiseerd.

Rol van de koning

De vraag is vooral: wat had koning Willem Alexander in deze formatie kunnen doen waartoe Edith Schippers niet geëquipeerd was? Of Khadija Arib? Had de Koning de superioriteitswaan van D66 en zijn antireligieuze schoffering van de ChristenUnie kunnen voorkomen? Had hij de mislukking van het bondgenootschap met Groen Links kunnen verhinderen, waarbij waarschijnlijk Groen Links én D66 zich in de luren hebben laten leggen?

Zijn dit soort machtsspelen niet al heel lang bekend van kabinetsformaties, ook al zijn die weinig hartverheffend? Zeker, de Koning was er sinds jaar en dag om op ordentelijke procedures te letten, nadat hij de macht ministers naar welgevallen te benoemen had verloren. Maar, dat betekent niet dat het er dan ook altijd ordentelijk aan toe ging. Denk aan 2003: 'JPB, of hoe ik mij na drie maanden van de PvdA ontdeed', of 'het verhaal hoe, compleet met koningin en keurige informateurs, in 2006 de SP werd afgeserveerd'.

Hulp vanaf buiten

Als de geschiedenis iets leert dan is het dat de Koning zelden impasses doorbreekt. Wel kan een buitenstaander dit soms, nadat een of meer partijen het initiatief hebben genomen er een in te schakelen. Dat bracht in 1973 de toenmalige staatsraad en gewezen PvdA-partijchef Jaap Burger op het toneel, die partijen met de koppen tegen elkaar sloeg en ze daarbij desnoods publiekelijk voor gek zette. Dat bracht de zaken inderdaad in beweging, hoewel er in een latere fase toch weer wat meer klassieke formatiediplomatie nodig was om het kabinet-Den Uyl daadwerkelijk tot stand te brengen.

Een relatieve buitenstaander – bij voorkeur aan te wijzen door VVD en CDA samen – zou ook nu zegenrijk werk kunnen doen, door niet alleen te kijken naar loyale partijsoldaten in diverse politieke groeperingen, die eerst de baas om permissie moeten vragen. Gekeken zou ook kunnen worden naar bekwame en wat meer onafhankelijke kandidaten, die wel tot een partij behoren (of er op zijn minst duidelijk mee sympathiseren) maar die zelfstandig durven beslissen. Dit jaar heeft president Macron in Parijs het goede voorbeeld gegeven, in de jaren zeventig wist Jaap Burger al hoe je dat deed.

Geen Koning dus, maar een Burger! Nog beter: de dames en heren ruimen zelf hun rommeltje op.

1.

Deze bijdrage stond in