Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

De zin van waterschapsverkiezingen

De eenentwintig waterschappen in ons land doen hun werk blijkbaar zo goed dat ze niet of nauwelijks opvallen. De meeste burgers vernemen alleen iets van hun waterschap wanneer de periodieke waterschapslasten (automatisch) van hun bankrekening zijn afgeschreven. Misschien dat ze dan ook even stilstaan bij de functies en taken van waterschappen. Hopelijk in het besef dat waterschappen weliswaar over water gaan, maar er voor de mensen zijn.

Zonder het werk van de waterschappen is ons land onleefbaar. Grote delen staan dan permanent onder water, nog grotere delen zo nu en dan. Als de zee al geen vrij spel heeft, zijn het wel de rivieren die buiten hun oevers treden. En dat in een dichtbevolkt land, liggend aan de gevaarlijkste delta van Europa, dat structureel bij de twintig sterkste economieën ter wereld hoort en dat ondanks – of dankzij – zijn geringe oppervlakte de tweede landbouwexporteur ter wereld is.

In dat land, Nederland dus, is al meer dan vijfenzestig jaar geen mens als gevolg van wateroverlast of overstromingen overleden. Dankzij een uniek en hooggekwalificeerd waterbeheer, dat is ontsproten uit een in eeuwen opgebouwde expertise in de wijze van omgaan met water.

Niet voor niets concluderen deskundigen uit tal van landen dat Nederland over het beste waterbeheer ter wereld beschikt. Bij watersnoden elders in de wereld springen wij met onze deskundigheid en ervaring bij. De waterschappen vormen de ruggengraat van ons waterbeheer.

Waterschappen vormen als functionele democratie de oudste autonome bestuurslaag in ons bestel. Dat het bestaan van waterschappen in de Grondwet verankerd is en dat hun kerntaken bij wet geregeld zijn, is aardig meegenomen. Maar veel zegt dit niet. Belangrijker is dat de legitimatie van het bestaan van de waterschappen ligt besloten de kwaliteit van wat ze doen: zorgen voor droge voeten en voor voldoende schoon water. Daarbij is een maatschappelijk draagvlak onontbeerlijk.

Watermanagement is niet alleen een kwestie van techniek. Het omgaan met water heeft ook economische, sociale en niet in de laatste plaats politieke componenten. Telkens weer moet gekozen worden waar de altijd schaarse middelen binnen het waterbeheer aan besteed worden.

Zelfstandige waterschappen vormen een garantie dat kosten voor waterveiligheid en -kwaliteit niet weggestreept worden tegen de politieke stokpaardjes en hobby’s van dat moment. De politieke waan van de dag, die in gemeenteraden, Staten en Kamers vaak leidend of zelfs bepalend is, krijgt niet of nauwelijks vat op waterschappen. Waterbeheer is letterlijk een kwestie van leven of dood, waarmee het per definitie een bestuursperiode van vier jaar overstijgt.

Zonder onze hightech-zuiveringsinstallaties zouden riolen op oppervlaktewater geloodst worden, met milieurampen en epidemieën als gevolg. De werkelijkheid is dat waterschappen uit de inhoud van de riolen – in het jargon ‘slib’ genoemd – biogas produceren. Maar ook grondstoffen voor bijvoorbeeld wegenbouw. Dan hebben we het nog niet eens over nog meer innovatieve toepassingen binnen de circulaire economie of energietransitie.

Dit alles betaalt de burger, met belastinggeld. Alleen al om te bepalen of dit geld doelmatig en doelgericht besteed wordt, is een (grotendeels) door de burgers gekozen bestuur nodig. Deze waterschapsbesturen bepalen de prioriteiten binnen het waterbeheer. Natuurlijk zijn er geen linkse of rechtse dijken. Wel kunnen wij met creatieve vormen van dijkaanleg en dijkversterking experimenteren met bijvoorbeeld zilte teelt binnen de landbouw, met recreatiefuncties, met gebiedsontwikkeling, met natuurbeheer, met landaanwas en met energiewinning (windmolens, zonnepanelen). Het intussen jarenlang gebruik van sensoren bij dijkbescherming kent een gigantische technologische ‘spin off’ naar andere sectoren.

Of je dit allemaal wilt of niet, en zo ja hoe je dat dan doet en vooral ook financiert, is een kwestie van kiezen. Zoals waterschappen ook keuzen maken bij het aanleggen van waterbergingen, steeds vaker in relatie met natuur en recreatie. Wordt er wel of niet actief bijgedragen aan het herstellen van het ecologisch evenwicht door bijvoorbeeld het hermeanderen van beken (om water langer vast te houden), de aanleg van natuurvriendelijke oevers of de installatie van vispassages die voorkomen dat vissen in gemalen vermalen worden?

Welke maatregelen tref je om de verstrekkende effecten van de razendsnelle klimaatverandering tegen te gaan? Dan hebben we het over kortstondige hevige hoosbuien die extra waterberging vereisen, langere perioden van droogte die nopen tot aanpassing van het waterpeil en aanvoer van extra water, hittestress die via maatregelen in de infrastructuur bestreden wordt, het beregenen van landbouwgebieden om inklinking van de bodem te voorkomen, bodemdaling en zeespiegelstijging die extra bemaling vereisen. In mijn waterschap komt daar nog bij dat als gevolg van de gaswinning keringen en persleidingen aardbevingsbestendig gemaakt moeten worden.

Bij dit alles moeten keuzes gemaakt worden. Doe je het wel of niet en hoe betaal je het, zonder dat de burgers er te zeer onder lijden. Dat zijn politieke keuzes. Wat ook geldt voor het al dan niet verlenen van vrijstelling voor belastingheffing aan mensen met (te) lage inkomens. Kortom, er valt steeds wat te kiezen. Voortdurend alle belangen tegen elkaar afwegen om daarna een verantwoorde keuze met een stevig draagvlak te maken, is de kern van het besturen van een waterschap. Dit gaat veel verder dan het opkloppen van de intussen achterhaalde tegenstelling tussen landbouw en natuur, ofwel tussen een laag en een hoog waterpeil. Waterschapsverkiezingen gaan ergens over, er valt echt iets te kiezen!

Bert Middel, dijkgraaf Waterschap Noorderzijlvest.

1.

Deze bijdrage stond in