N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
De grootste politieke familie van Nederland
Sommigen van ons denken misschien bij lokale partijen aan de Partij voor de IJsbaan, de “veelijsende” partij in Zaanstad die pleitte voor een ijsbaan aan de Zaan. Dat wil zeggen partijen die het opnemen voor een heel specifiek belang. Maar tezamen vormen lokale partijen veruit de grootste politieke familie van Nederland. In 2022 kopte NRC “de gestage groei van lokale partijen zet door”. De vraag is of deze kop in 2026 opnieuw zal gelden.
Gemeenten zonder en met uitsluitend lokale partijen
Lokale partijen zijn partijen die geen banden hebben met een landelijke partij en maar in één gemeente deelnemen aan de verkiezingen. Lokale partijen haalden in 2022 31% van de stemmen en 36% van de zetels. In een drietal gemeenten haalde geen enkele landelijke partij een zetel: Vlieland, Schiermonnikoog en Rozendaal.
In een achttal gemeenten kwamen er in 2022 geen lokale partijen in de raad: Alblasserdam, Amsterdam, Bunnik, Hilvarenbeek, Oostzaan, Tytsjerksteradiel, Westervoort en Wormerland. Dat betekent niet dat er alleen maar partijen zetels haalden die ook in de Tweede Kamer zitten. Zo werd de Fryske Nasjonale Partij de grootste partij in Tytsjerksteradiel en haalde BVNL van Wybren van Haga daar ook een zetel. BIJ1 haalde zetels in Amsterdam en viel toen uit elkaar. Een opvallende verschijning is de Partij voor de Ouderen en Veiligheid, die alleen in Wormerland en Zaanstad meedoet aan de verkiezingen en daarmee in strikte zin geen lokale partij is. In beide gemeenten is het wel de grootste partij. Ook zijn er linkse combinatielijsten: in Bunnik doet Perspectief 21 mee, een samenwerkingsverband van GroenLinks en PvdA, en in Hilvarenbeek deed HOI Werkt mee, een samenwerking tussen de PvdA en ‘lokalo’s’, die daar zelfs de meerderheid haalde.
Lokale ideologieën
Wat lokale partijen dus vooral delen, is dat zij geen afdelingen van een landelijke partij zijn. En als we naar individuele lokale partijen kijken, dan is er een grote diversiteit. Paul Lucardie, Gerrit Voerman en Marcel Boogers ontwikkelden een methode om op basis van partijnamen de diversiteit van lokale partijen in kaart te brengen.
Een deel van de lokale partijen hangt een landelijke ideologie aan: links, rechts, groen en christelijk. Zo zijn er linkse lokale partijen, zoals ROSA, wat staat voor “Rode Saen”. Deze bouwt voort op de socialistische traditie in de Zaanstreek. In totaal had 8% van de lokale partijen in 2022 een naam die verwees naar linkse politiek.
Ook zijn er rechtse lokale partijen. De meest opvallende daarvan is de Lijst Pim Fortuyn Eindhoven. Die nam voor het eerst deel aan de gemeenteraadsverkiezingen in 2006, toen de landelijke LPF al praktisch uit elkaar gevallen was. In 2008 hief de landelijke LPF zich op. De LPF Eindhoven bleef zonder binding aan een landelijke partij deelnemen aan gemeenteraadsverkiezingen, in strikte zin was het dus een lokale partij. In 2022 had 6% van de lokale partijen een naam die verwees naar rechtse politiek.
Daarnaast zijn er ook groene partijen. In Waterland is Waterland Natuurlijk de grootste partij. Die partij benadrukt hoe mooi het landschap in deze waterrijke gemeente is, net boven Amsterdam. Heel groen is de partij overigens niet: “Waterland hoeft niet het beste jongetje van de klas te zijn op het gebied van duurzaamheid”. Dat laat zien dat partijnamen een imperfecte indicator zijn van waar partijen staan. In 2022 had 4% van de lokale partijen een naam die verwees naar groene politiek.
Ten slotte zijn er ook christelijke lokale partijen, zoals de Christelijke Partij Burgerbelangen in Steenwijkerland. Minder dan 1% van de lokale partijen verwijst in de naam naar het Christendom. Al die partijen doen mee in gemeenten die in de Bijbelgordel liggen.
Generationale partijen
Een deel van de lokale partijen richt zich op een specifieke generatie. Zo zijn er lokale jongerenpartijen zoals Studenten Techniek In Politiek, de grootste partij in Delft. In totaal had slechts 2% van de lokale partijen een naam die verwees naar jongeren.
Ook zijn er lokale ouderenpartijen, zoals de Ouderenpartij Heerlen, de grootste partij in Heerlen. In 2022 had slechts 3% van de lokale partijen een naam die verwees naar ouderen.
Protest- en lokalistische partijen
Een groter deel van de lokale partijen heeft een protest- of lokalistisch karakter. Een deel van de lokale protestpartijen heeft zijn wortels in de Leefbaar-beweging van rond het jaar 2000 die zich verzetten tegen bestuurlijke arrof ogantie, zoals Leefbaar Rotterdam. In totaal had in 2022 15% van de lokale partijen een naam die verwees naar protestpolitiek.
Ten slotte zijn er lokalistische lokale partijen. Dat zijn partijen die benadrukken dat ze het opnemen voor de belangen van de lokale gemeenschap. De meeste benadrukken dat ze het voor de gemeente opnemen. In naam komen ze op voor het algemeen belang en zijn vaak wars van de deelbelangen (ouderen, jongeren, werknemers, middenstanders) waar veel van de andere lokale partijen zeggen het voor op te nemen. In 2022 had 39% van de partijen een naam die het lokalistische karakter benadrukte. Interessant zijn federatieve dorpslijsten: de Gezamenlijke BurgerBelangen Landgraaf in Landgraaf en Federatie Dorpslijsten in West Maas en Waal. Die hebben specifieke kandidatenlijsten voor ieder dorp in hun gemeente, maar presenteren een gezamenlijk programma. Omdat mensen graag op mensen uit hun dorp stemmen, haalden de dorpslijsten in West Maas en Waal een ‘supermeerderheid’ van 11 van de 17 zetels.
De partijen die buiten de norm vallen zijn eigenlijk vrij beperkt: alleen lokale protest- en lokalistische partijen vertegenwoordigen meer dan 10% van de lokale partijen. In een complexere analyse waarin ik specifieker kijk naar het profiel van lokale partijen valt ook de relatieve eenheid op: het zijn gemiddeld genomen centrumrechtse partijen die zowel opvallen door hun lokalisme als protestretoriek.
Waarom stemmen mensen op lokale partijen
Het moet raar lopen wil de lokale partij niet weer bij elkaar opgeteld de grootste partij worden bij de gemeenteraadsverkiezingen. Figuur 1 toont de groei van lokale partijen sinds 1986: ze stegen van 12% naar 31% en uit eerder onderzoek weten we waarom. Er zijn goede redenen om te verwachten dat deze partijen weer verder groeien. Want ten eerste zullen mensen die zich niet identificeren met een specifieke landelijke partij eerder op een lokale partij stemmen. Ten tweede stemmen mensen die weinig vertrouwen hebben in de landelijke politiek eerder op lokale partijen. Ten derde is het voor veel mensen niet mogelijk om op de partij van de eerste voorkeur te stemmen, simpelweg omdat deze niet deelneemt aan de gemeenteraadsverkiezingen.
Sommige landelijke partijen als het CDA of de VVD nemen in vrijwel alle gemeenten deel: het CDA neemt in 2026 in 96% van de gemeenten deel en de VVD in 93%. Maar de grootste partij van Nederland bij de laatste Kamerverkiezingen, D66, neemt maar in 72% van de gemeenten deel. De PVV neemt slechts in 12% van de gemeenten deel. Dit zijn alle drie pushfactoren: redenen waarom mensen niet op een landelijke partij stemmen. De pullfactoren voor lokale partijen zijn beperkter. Kiezers die meer autonomie voor de gemeenten willen hebben een iets grotere kans om op een lokale partij te stemmen.
Verdere groei
In deze pushfactoren kunnen we ook zien waarom het waarschijnlijk is dat lokale partijen groeien: bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen stond de VVD, een partij met landelijke dekking vooraan in de peilingen, terwijl de PVV, een partij met beperkte dekking, toen nog zwakker was. Nu doet de PVV het beter en de VVD het slechter in de peilingen. Het vertrouwen in de politiek is tussen 2022 en 2026 niet gegroeid. Voor lokale partijen zijn dat goede voortekenen: de pushfactoren zijn duidelijk aanwezig.
Wel is er een partij die flink lokaal aan de weg timmert: FVD doet in meer dan 100 gemeenten (31%) mee aan de verkiezingen. Er is een overlap tussen de kiezers van uiterst rechtse partijen landelijk en lokale partijen. Beide spreken ontevreden kiezers aan. Als we naar specifieke vraagstukken Fkijken zien we dat beide groepen minder migranten naar Nederland willen. Er zijn twee manieren om hiernaar kijken. Je kan zeggen dat die overlap bestaat omdat in Nederland rechts-radicale partijen in weinig gemeenten meedoen en dat kiezers die landelijk wel op ‘Geert’ of ‘Lidewij’ willen stemmen, maar dat lokaal niet kunnen en dan uitwijken naar een lokale partij. Raymond Gradus en collega’s stellen dat landelijke radicaal-rechtse en lokale partijen in dezelfde vijver vissen van ontevreden kiezers.
Kiezers stemmen niet alleen maar op lokale partijen omdat de landelijke partijen onaantrekkelijk of afwezig zijn. Mensen doen dat ook omdat de lokale partij geworteld is, deze bekende stadsgenoten op de lijst heeft staan en mensen zich betrokken voelen bij hun gemeente. In steden als Rotterdam of Den Haag zagen we dat rechts geprofileerde lokale partijen als Leefbaar Rotterdam en Groep-De Mos het in hun eigen gemeenten veel beter deden dan de PVV of FVD. In die zin is de groei van FVD een interessante testcase: stemt de ontevreden rechtse kiezer op een landelijke partij of op een lokale partij?
De Grootste Familie van Nederland
Al met al zijn lokale partijen de grootste politieke familie van Nederland; een familie met verschillende gezichten: jong, oud, links, rechts, groen, christelijk, protest en lokalistisch. Maar als we enkel de diversiteit zouden benadrukken zouden we onderschatten dat veel lokale partijen een kern delen: centrumrechts, lokalistisch, niet wars van anti-elitaire retoriek. Er is duidelijk groeipotentieel voor lokale partijen: de onvrede over politiek in Den Haag en de groei van partijen met beperkte worteling is koren op de molen van de lokalen. Het zou mij niet verbazen als NRC dus weer zou koppen: “de groei van lokale partijen zet door”.