Hogere opkomst, grotere verharding

donderdag 19 maart 2026, 12:59, analyse van Prof.Dr. Joop van den Berg

De Nederlandse politiek wordt sedert de eeuwwisseling gekenmerkt door drie verschijnselen die als schadelijk moeten worden beschouwd voor de democratie.1) Ten eerste is de vluchtigheid van het kiesgedrag groter dan in andere Europese landen, groter zelfs dan in Italië. Daarnaast is er sprake van ernstige verbrokkeling van de meeste politieke partijen, voorop de grote oude volkspartijen. Ten slotte is er onmiskenbaar sprake van ernstige verharding van politieke tegenstellingen.

Deze drie verschijnselen zijn niet alleen te zien in de nationale politiek maar ook in de lokale democratie. Daarbij moet worden gezegd dat de sterke opkomst van lokale partijen geleidelijk de polarisatie in de gemeentelijke democratie eerder verzachtte dan versterkte. Er ontstonden op veel plekken betrekkelijk grote en redelijk stabiele lokale fracties, die weliswaar meestal lichtelijk naar rechts overhelden, maar de politieke verhoudingen vreedzaam en constructief hielden. De prijs daarvoor was een steeds lagere opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen.2)

Gemeenten werden daarnaast, meer nog dan de landelijke politiek, geteisterd door verbrokkeling: grote partijen werden ‘middelgroot’ en daarnaast kwamen er reeksen kleine partijtjes. Ter linkerzijde is die fragmentatie wel wat verminderd door het samengaan van GroenLinks en de Partij van de Arbeid en de bijna-verdwijning van de SP. Daar staat verdere verbrokkeling aan de rechterzijde van het politieke spectrum tegenover. De volatiliteit van het kiesgedrag richt zich bovendien nog meer op nationale partijen dan op de grote lokale lijsten, die opmerkelijke stabiliteit tonen.

Er is nogal wat blijdschap over de toegenomen participatie aan de verkiezingen voor gemeenteraden, al is de stijging ook weer niet indrukwekkend. De burgemeester van Rotterdam en de premier zullen dus volgens hun belofte van de Euromast abseilen. De vraag is of zij zoveel reden tot blijdschap hebben. Duidelijk is dat de hogere opkomst voornamelijk heeft bijgedragen aan de aanzienlijke winst van FVD, PVV, BBB en JA 21. Niet te vergeten de reuze stijging van Hart voor Den Haag, dat hetzelfde zetelaantal haalde als Pim Fortuyn in Rotterdam, bijna een kwart eeuw geleden. Daarmee heeft nu ook de verharding van politieke verhoudingen zijn entree gemaakt in de lokale democratie. Dat zal de vorming van colleges van B&W op een aantal plekken niet eenvoudiger maken.

De versplintering is weer ernstiger geworden dan vier jaar geleden: veel gemeenten, zoals Utrecht en Maastricht, krijgen nu zes of meer ‘eenpitters’ in hun raad, naast gemeenten met vier partijen met één zetel en nog een stuk of wat met twee zetels. De collegevorming wordt daardoor weliswaar niet onmogelijk gemaakt, want er blijven vaak net genoeg grotere fracties over. Maar, het debat in de raad gaat er onvermijdelijk onder lijden en daarmee het gezag van de raad tegenover het college van B&W. Het wordt dus tijd dat er werk wordt gemaakt van een van de weinige voorstellen die uit de handen kwam van minister Judith Uitermark van BZK: maak de kiesdrempel ook in gemeenten gelijk aan de kiesdeler. Dat zou al een hele opruiming betekenen.

Kortom, voor premier en burgemeester is er eigenlijk geen enkele reden om van de Euromast abzuseilen.

Prof. dr. J. Th. J. van den Berg is emeritus-hoogleraar aan de universiteiten van Leiden (parlementaire geschiedenis) en Maastricht (parlementair stelsel). Hij was directievoorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Hij is fellow van het Montesquieu Instituut.