N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Vereiste van consensus blokkeert vandaag de ambities van Europa
Analyse Nr. 140 – 1650 woorden.
Maatregelen tegen de hoge energieprijzen; steun aan de bedreigde maakindustrie; de blokkade op steun aan Oekraïne door Hongarije en de Iran-oorlog kenmerken de recente Europese Raad.
Inhoudsopgave van deze pagina:
De top van 19 maart in Brussel is totaal overschaduwd door een veto van de Hongaarse premier Viktor Orbán. Die kwam terug op het in december unaniem genomen besluit om als EU het belegerde Oekraïne 90 miljard te lenen. Het land zit daar dringend om verlegen, zo maakte president Volodymyr Zelensky de verzamelde Europese leiders duidelijk. Orbán kreeg destijds voor elkaar dat zijn land niet eens aan de lening hoeft bij te dragen. Niettemin krabbelde hij vervolgens toch terug.
Terugkomen op een genomen besluit is in de Europese Raad ongekend. De officiële reden is dat de pijpleiding die via Oekraïne goedkope Russische olie naar Hongarije aanvoert, door bombardementen zwaar beschadigd is en daarom nu onbruikbaar.
In werkelijkheid hoopt Orbán, die al in 1998 in de Europese Raad arriveerde, dat zijn verzet hem helpt de verkiezingen in zijn land van 12 april opnieuw te winnen. Volgens de peilingen is dat laatste vandaag echter nogal onzeker. Dat is de werkelijke reden achter de onverwachte Hongaarse draai. Volgens insiders hebben de andere leiders, de een na de ander, anderhalf uur lang Orbán bekritiseerd. De Slowaakse leider Robert Fico was de uitzondering.
Commissievoorzitter Ursula von der Leyen en Raadsvoorzitter António Costa herhalen intussen dat de lening, van levensbelang voor het overleven van Oekraïne, er hoe dan ook toch komt. Maar hoe die vorm krijgt is nog onduidelijk. Wel duidelijk is dat de overgrote meerderheid van de Europese leiders hoopt op een nederlaag van collega Orbán. Zijn uitdager, Péter Magyar, wil de relatie met de EU verbeteren.
Het is overigens niet voor het eerst dat één nationale leider de Europese Unie gijzelt. President Charles de Gaulle legde in 1965-1966 het beraad zelfs een half jaar lang stil. Frankrijk verscheen niet meer in de vergaderingen van de Europese Ministerraad. De Gaulle wilde niet accepteren dat de Franse Republiek via een meerderheidstemming door de andere partners aan een besluit werd gebonden. Dat is uiteindelijk via het voor meer dan een uitleg vatbare “Compromis van Luxemburg” opgelost.
De Britse Prime Minister Margaret Thatcher lag in de vroege jaren tachtig dwars voor belangrijke besluitvorming. Zij hield dat vol totdat zij in de zomer van 1984 een forse korting (de rebate) kreeg op de contributie van haar land.
Het vereiste van unanimiteit of consensus voor de belangrijke besluiten ligt verankerd in de Europese verdragen. Het weerspiegelt het streven naar het behoud van de gekoesterde nationale autonomie bij zowel de grote als de kleinere EU-landen. Het is intussen tegelijk dé remmende kracht op de Europese activiteiten.
De regeringsleiders willen op kortetermijnmaatregelen om de spectaculair stijgende energiekosten van burgerij en bedrijven te verlichten. Er dreigen anders enorme problemen. Dit als gevolg van de voortdurende aanvallen van Israël en de Verenigde Staten op Iran en de zodoende uitgelokte blokkade door Teheran op olie- en gasaanvoer door de Straat van Hormuz.
De leiders veroordelen de Iraanse militaire aanvallen tegen landen in de regio. Ze roepen het regime in Teheran op om “de soevereiniteit en territoriale integriteit van die landen te respecteren” en de blokkade op te heffen. Israël en de Verenigde Staten, die de oorlog toch zijn begonnen met als gevolg een wereldwijde energiecrisis en wellicht recessie, worden niet genoemd. Dat komt doordat de EU-27 hierover verdeeld denkt. Sommige landen houden de ruziemakers de hand boven het hoofd.
De Europese Commissie komt met “een toolbox van gerichte tijdelijke maatregelen tegen de recente prijspieken”, zo is afgesproken. Bovendien vindt Von der Leyen dat de regeringen zelf vergelijkbare stappen kunnen zetten. Bijvoorbeeld door de btw te verlagen. Belastingen en heffingen vormen samen ruwweg een derde van bijvoorbeeld de prijs van de elektriciteit.
Verder komt de Commissie met voorstellen om tijdelijk meer emissierechten toe te staan. Dan daalt de prijs voor de CO2-uitstoot, wat de prijs van energieopwekking zal verlagen. De Commissie wil verder dat de gratis uitstootrechten voor de zware industrie niet al in 2034 uitdoven, zoals de bedoeling is, maar later. Duitsland en de Oost-Europese landen willen zelfs een herziening van het emissiehandelssysteem, maar dat houdt de meerderheid van de leiders af. Het zou de groene agenda van Europa te veel doorkruisen.
De gestegen energieprijzen halen voorlopig een streep door de plannen om de maakindustrie in de Europese Unie te versterken. De Iran-oorlog vertraagt namelijk de daartoe recent uitgewerkte voorstellen van de Commissie.
“Wat we willen is eigenlijk heel eenvoudig. Onder het motto Made in Europe moeten we de belangrijkste bouwstenen van onze economische bedrijvigheid voortaan zelf kunnen produceren”, zegt de Franse commissaris voor industriële strategie, Stéphane Séjourné.
Voorkomen moet worden dat betrokken bedrijven zich verplaatsen naar buiten de EU. Als Europa niet doorpakt gaat dat echter wel gebeuren. De zojuist door de Commissie voorgestelde Industrial Accelerator Act moet een en ander regelen. De Europese Raad is nog verdeeld over de vraag hoever te gaan. Het streven naar bescherming van de industrie mag namelijk niet in protectie vervallen.
Inzet is het behoud in de EU van de energie-intensieve industrietakken. Tegelijk is het de bedoeling om de vergroening van de industrie te blijven stimuleren. Dat is de enige manier om op den duur van de dure import van fossiele brandstoffen af te komen. Dus volop voortgaande aandacht voor bijvoorbeeld de wind- en zonne-energie, de elektrische voertuigen en de nucleaire energie. Bovendien suggereert de Commissie een investeringsfonds van 30 miljard voor groene-energieprojecten.
Hoewel allereerst een taak van de NAVO, wordt defensie in de Europese Raad intussen een permanent punt van discussie. Terwijl Ruslands aanvalsoorlog tegen Oekraïne een existentiële uitdaging voor de Europese Unie blijft, bevestigt de Europese Raad vastbesloten te zijn de defensiegereedheid van Europa uiterlijk in 2030 resoluut te hebben verhoogd. Aldus de conclusies van de top die verder spreken van een “360 graden aanpak” van de beveiliging van de landen van de Europese Unie.
Een dezer dagen maakte NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte bekend dat de Europese leden en Canada voor het tweede jaar op rij hun uitgaven voor defensie met ruwweg twintig procent hebben verhoogd. “Het komt erop aan die trend ook komende jaren voort te zetten”, aldus Rutte.
Debuterend minister-president Rob Jetten arriveerde bij en vertrok uit de Europese Raad met zijn bekende eeuwige glimlach. Bij zijn aankomst zei Jetten “heel veel zin te hebben om nieuwe energie in de Raad te brengen”. Met zijn bezoek aan de voorzitters van de Europese Raad en de Commissie in Brussel en de leiders in Parijs, Berlijn en Kiev, heeft Jetten nu alle EU-collega’s ontmoet.
Commissievoorzitter Von der Leyen verwelkomt minister-president Jetten. Foto: Europese Commissie
Het kabinet onder leiding van D66'er Jetten wil na de meer eurokritische coalitie onder leiding van Dick Schoof, in Europa “een leidende en constructieve rol gaan spelen”, aldus het regeerakkoord. In de Financial Times van 18 maart suggereert de premier zelfs wel als “bruggenbouwer” tussen de leiders van de grotere landen te willen opereren. Dat klinkt voor een nieuweling overigens wel wat aanmatigend. De bekwame Mark Rutte had als premier namelijk zelfs zes jaar nodig voor hij (af en toe) zover was.
Dit is dan ook andere taal dan die van Rutte als debutant in 2010. Die bepleitte bij zijn aankomst in de Europese Raad een bevriezing van de EU-uitgaven. De leiders bespraken die dag de forse verhoging daarvan. En wel juist terwijl de nationale hoofdsteden fors moesten bezuinigen. Nederland bijvoorbeeld niet minder dan achttien miljard. Het speet Rutte geweldig, zei hij destijds, dat hem het vetorecht ontbrak om die uitgavensprong te blokkeren. De vorige vergadering van de Europese leiders had namelijk al ingestemd.
Meer succes als debutant had in oktober 2002 premier Jan Peter Balkenende. Hij verwierp als enige een tussen de Franse president en de Duitse kanselier gesloten compromis over de kosten van het landbouwbeleid. En wel net zolang tot er overeenstemming was over een verlaging daarvan gedurende tien jaar.
Dit voorjaar is het vijftig jaar geleden dat ik vanuit het Haagse Binnenhof naar Brussel, de EU, “emigreerde”. Mooi moment nu om het voortaan wat rustiger aan te gaan doen.
Volgens de Council EU, die de Europese toppen organiseert ben ik de enige onder de vandaag circa duizend Brusselse correspondenten die de Europese Raad vanaf de start, midden jaren zeventig, heeft gevolgd. 1) Dat verliep tussen vaak nachtelijke marathonvergaderingen in behalve Brussel bijvoorbeeld ook Thessaloniki en het Finse Tampere, tussen Dublin en Wenen, Sevilla en Kopenhagen, Amsterdam en Maastricht.
In 1991 in Brussel gepromoveerd op The European Council, stelden de premiers Ruud Lubbers en diens Belgische collega Leo Tindemans mijn door Elsevier Scene/T.M.C. Asser instituut fraai uitgevoerde werkstuk in Straatsburg de internationale media voor. In 2008 volgde een totaal herziene versie en in 2021 The European Council in the Era of Crises 2) dat mooie recensies kreeg. Met veel plezier schreef ik in totaal zes boeken over de EU, plus nog vier als coauteur.
En nu? Ik blijf de EU volgen en erover schrijven, maar meer incidenteel. In de loop van 60+ jaar journalistiek is een rijk archief ontstaan. Dat wordt op hun verzoek opgenomen in het Europees Archief Mathieu Segers te Maastricht als zijtak van het Nationaal Archief. Dat moet ik allemaal nog prepareren.
Dr. Jan Werts is journalist en publicist. Hij is voor het Montesquieu Instituut de vaste correspondent in Brussel.